Page 1
Page 2
Page 3
The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0033: De
Alarmkreet
This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will
have to check the laws of the country where you are located before
using this eBook.
Title: Lord Lister No. 0033: De Alarmkreet
Author: Kurt Matull
Theo von Blankensee
Release date: August 29, 2025 [eBook #76761]
Language: Dutch
Original publication: Amsterdam: Roman- Boek- en Kunsthandel, 1910
Other information and formats: www.gutenberg.org/ebooks/76761
Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER
NO. 0033: DE ALARMKREET ***
Alarmkreet
This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will
have to check the laws of the country where you are located before
using this eBook.
Title: Lord Lister No. 0033: De Alarmkreet
Author: Kurt Matull
Theo von Blankensee
Release date: August 29, 2025 [eBook #76761]
Language: Dutch
Original publication: Amsterdam: Roman- Boek- en Kunsthandel, 1910
Other information and formats: www.gutenberg.org/ebooks/76761
Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER
NO. 0033: DE ALARMKREET ***
Page 4
[Inhoud]
[1]
[Inhoud]
☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—
AMSTERDAM.
[Inhoud]
[1]
[Inhoud]
☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—
AMSTERDAM.
[Inhoud]
Page 5
De Alarmkreet
Page 6
EERSTE HOOFDSTUK.
Page 7
DE REDACTIE.
Een reusachtig schild met gouden letters trok in de Regentstraat de aandacht
van alle voorbijgangers.
„De Alarmkreet”.
Onafhankelijk orgaan voor recht en
waarheid.
las ieder, die daar passeerde.
Des avonds prijkte een enorm groote trompet, gevormd door helder
brandende electrische lampjes, boven aan den gevel van het gebouw.
Te oordeelen naar de reclame, die er werd gemaakt, moest het een
wereldberoemd blad zijn en het grootste gedeelte van het gebouw scheen
gebruikt te worden voor de exploitatie van het blad.
Maar al die reclame was niets als bluf en diende alleen om het publiek zand
in de oogen te strooien.
Dat op deze manier reeds werd gehandeld in strijd met de waarheid, scheen
niet te hinderen.
Wanneer men in het reuzengebouw informeerde naar de redactie van de
Alarmkreet, kreeg men een ontwijkend antwoord.
Een reusachtig schild met gouden letters trok in de Regentstraat de aandacht
van alle voorbijgangers.
„De Alarmkreet”.
Onafhankelijk orgaan voor recht en
waarheid.
las ieder, die daar passeerde.
Des avonds prijkte een enorm groote trompet, gevormd door helder
brandende electrische lampjes, boven aan den gevel van het gebouw.
Te oordeelen naar de reclame, die er werd gemaakt, moest het een
wereldberoemd blad zijn en het grootste gedeelte van het gebouw scheen
gebruikt te worden voor de exploitatie van het blad.
Maar al die reclame was niets als bluf en diende alleen om het publiek zand
in de oogen te strooien.
Dat op deze manier reeds werd gehandeld in strijd met de waarheid, scheen
niet te hinderen.
Wanneer men in het reuzengebouw informeerde naar de redactie van de
Alarmkreet, kreeg men een ontwijkend antwoord.
Page 8
Alleen de portier, die echter meestal niet te vinden was, wees den
belangstellenden vrager den weg langs drie binnenplaatsen; dan moest men
vijf trappen hoog klimmen, totdat men bijna onder het dak boven een lage,
vervelooze deur een schild ontdekt, waarop te lezen stond:
Redactie van de „Alarmkreet”
Ging de vreemdeling naar binnen, dan vond hij in het vertrek, dat slechts
gemeubeld was met een wankel tafeltje en twee stoelen, een armoedig
gekleeden jongeling van 15 of 16-jarigen leeftijd, die den bezoeker met
verbaasde blikken aanstaarde, alsof hij niet wist, wat iemand ter wereld daar
te zoeken kon hebben.
Vroeg men naar de redactie of den directeur van de courant, dan luidde het
antwoord, dat de jongen gaf, altijd:
„Mr. Röttger, de redacteur, en mr. Kroyzer zijn [2]allebei uit de stad en het is
niet te zeggen, wanneer zij terug zullen komen.”
Men werd dan verzocht zijn aangelegenheden schriftelijk te behandelen.
Niemand probeerde het ooit, de vijf trappen nogmaals, en misschien
tevergeefs, te beklimmen en men deed zijn zaken dan maar per brief af.
De redacteur en de eigenaar van de courant moesten geldige redenen hebben
om een ontmoeting met het publiek te vermijden.
Ook had nog nooit iemand van den goed afgerichten jongen de particuliere
adressen der beide heeren vernomen.
Zelfs tegen een groote fooi verried hij zijn meesters niet.
belangstellenden vrager den weg langs drie binnenplaatsen; dan moest men
vijf trappen hoog klimmen, totdat men bijna onder het dak boven een lage,
vervelooze deur een schild ontdekt, waarop te lezen stond:
Redactie van de „Alarmkreet”
Ging de vreemdeling naar binnen, dan vond hij in het vertrek, dat slechts
gemeubeld was met een wankel tafeltje en twee stoelen, een armoedig
gekleeden jongeling van 15 of 16-jarigen leeftijd, die den bezoeker met
verbaasde blikken aanstaarde, alsof hij niet wist, wat iemand ter wereld daar
te zoeken kon hebben.
Vroeg men naar de redactie of den directeur van de courant, dan luidde het
antwoord, dat de jongen gaf, altijd:
„Mr. Röttger, de redacteur, en mr. Kroyzer zijn [2]allebei uit de stad en het is
niet te zeggen, wanneer zij terug zullen komen.”
Men werd dan verzocht zijn aangelegenheden schriftelijk te behandelen.
Niemand probeerde het ooit, de vijf trappen nogmaals, en misschien
tevergeefs, te beklimmen en men deed zijn zaken dan maar per brief af.
De redacteur en de eigenaar van de courant moesten geldige redenen hebben
om een ontmoeting met het publiek te vermijden.
Ook had nog nooit iemand van den goed afgerichten jongen de particuliere
adressen der beide heeren vernomen.
Zelfs tegen een groote fooi verried hij zijn meesters niet.
Page 9
Eenmaal per week kwam de Alarmkreet uit en niemand wist hoe groot de
oplaag was.
Slechts enkele Londenaars kochten het blad.
Het was, alsof men bang was om er de hand naar uit te steken.
Zij, die het kochten, deden het alleen omdat zij belust waren op
schandaaltjes, die zij in de Alarmkreet rijkelijk konden vinden, of wel het
waren lieden, die zelf in het schimpblad aan de kaak werden gesteld.
Onder den schijn, voor recht en waarheid te strijden, maakte het weekblad er
zijn werk van, de zwarte zielen der Londenaren nog donkerder af te
schilderen dan zij inderdaad reeds waren.
Slechts zij, die een flink bedrag betaalden of abonné’s waren, konden er
zeker van zijn, niet door het slijk te worden gesleurd.
Het laatste nummer der Alarmkreet bevatte een artikel over John Raffles,
den grooten onbekende.
Mijnheer de redacteur meende te kunnen bewijzen, dat de edele
karaktereigenschappen, welke Raffles in al zijn daden aan den dag had
gelegd, niets anders dan schijnheiligheid waren.
Inderdaad moest hij een gewetenlooze avonturier zijn, een misdadiger, die
zijn ongelukkigen slachtoffers hun laatsten cent ontnam om het geld in
gezelschap van lichtzinnige losbollen of met dames der demi-monde te
verbrassen.
Charly Brand, de vriend en helper van Raffles, had de courant gekocht, toen
die op straat met luid geschreeuw werd aangeboden en legde ze op diens
schrijftafel nadat hij het artikel, dat als opschrift droeg: „De waarheid
omtrent Raffles!” met blauw potlood had aangestreept.
oplaag was.
Slechts enkele Londenaars kochten het blad.
Het was, alsof men bang was om er de hand naar uit te steken.
Zij, die het kochten, deden het alleen omdat zij belust waren op
schandaaltjes, die zij in de Alarmkreet rijkelijk konden vinden, of wel het
waren lieden, die zelf in het schimpblad aan de kaak werden gesteld.
Onder den schijn, voor recht en waarheid te strijden, maakte het weekblad er
zijn werk van, de zwarte zielen der Londenaren nog donkerder af te
schilderen dan zij inderdaad reeds waren.
Slechts zij, die een flink bedrag betaalden of abonné’s waren, konden er
zeker van zijn, niet door het slijk te worden gesleurd.
Het laatste nummer der Alarmkreet bevatte een artikel over John Raffles,
den grooten onbekende.
Mijnheer de redacteur meende te kunnen bewijzen, dat de edele
karaktereigenschappen, welke Raffles in al zijn daden aan den dag had
gelegd, niets anders dan schijnheiligheid waren.
Inderdaad moest hij een gewetenlooze avonturier zijn, een misdadiger, die
zijn ongelukkigen slachtoffers hun laatsten cent ontnam om het geld in
gezelschap van lichtzinnige losbollen of met dames der demi-monde te
verbrassen.
Charly Brand, de vriend en helper van Raffles, had de courant gekocht, toen
die op straat met luid geschreeuw werd aangeboden en legde ze op diens
schrijftafel nadat hij het artikel, dat als opschrift droeg: „De waarheid
omtrent Raffles!” met blauw potlood had aangestreept.
Page 10
Lord Lister was juist uit de sportclub Hellas in zijn voorname, deftige
woning teruggekeerd en had dadelijk de courant even ingekeken.
De secretaris lette nauwkeurig op de gelaatsuitdrukking van zijn vriend.
Raffles liet, nadat hij het artikel gelezen had, zijn monocle uit de oogholte
vallen en ving het in de hand.
Met een schalkschen blik en een vroolijk glimlachje sprak hij tot Charly
Brand:
„Nu weet ik tenminste de waarheid omtrent mijzelf. Het is opvallend, hoe
weinig wij, menschen, ons eigen karakter soms kennen. Ik heb inderdaad tot
dusverre nog niet geweten, dat ik een vreeselijke Don Juan, een speler en
drinker ben. Alle eer aan de Alarmkreet! Zij heeft mij de oogen geopend. Ik
voel, dat ik zoo slecht ben, dat ik nauwelijks meer in den spiegel durf
kijken.”
Charly Brand begreep deze ironie niet.
Mismoedig fronste hij de wenkbrauwen en antwoordde:
„Ik snap je niet. Wil je het artikel, zonder er notitie van te nemen, in de
prullemand werpen?
„Moet men jou, die elken penning, welken je met je sport verdient, besteedt
om den nood van ongelukkigen te lenigen, moet men jou werkelijk voor een
speler en een drinker houden?”
John Raffles stond op en klopte zijn secretaris geruststellend op den
schouder.
„Mijn lieve, beste jongen! De enkele lezers van dit artikel mogen er, wat mij
betreft, gelukkig mee zijn. De andere menschen zullen zeker wel weten, wat
men van een stuk in de Alarmkreet kan gelooven.
woning teruggekeerd en had dadelijk de courant even ingekeken.
De secretaris lette nauwkeurig op de gelaatsuitdrukking van zijn vriend.
Raffles liet, nadat hij het artikel gelezen had, zijn monocle uit de oogholte
vallen en ving het in de hand.
Met een schalkschen blik en een vroolijk glimlachje sprak hij tot Charly
Brand:
„Nu weet ik tenminste de waarheid omtrent mijzelf. Het is opvallend, hoe
weinig wij, menschen, ons eigen karakter soms kennen. Ik heb inderdaad tot
dusverre nog niet geweten, dat ik een vreeselijke Don Juan, een speler en
drinker ben. Alle eer aan de Alarmkreet! Zij heeft mij de oogen geopend. Ik
voel, dat ik zoo slecht ben, dat ik nauwelijks meer in den spiegel durf
kijken.”
Charly Brand begreep deze ironie niet.
Mismoedig fronste hij de wenkbrauwen en antwoordde:
„Ik snap je niet. Wil je het artikel, zonder er notitie van te nemen, in de
prullemand werpen?
„Moet men jou, die elken penning, welken je met je sport verdient, besteedt
om den nood van ongelukkigen te lenigen, moet men jou werkelijk voor een
speler en een drinker houden?”
John Raffles stond op en klopte zijn secretaris geruststellend op den
schouder.
„Mijn lieve, beste jongen! De enkele lezers van dit artikel mogen er, wat mij
betreft, gelukkig mee zijn. De andere menschen zullen zeker wel weten, wat
men van een stuk in de Alarmkreet kan gelooven.
Page 11
„Het zou zeer beleedigend voor mij zijn, wanneer het schimpblad had
geschreven, dat ik een eerlijk, vroom mensch was, dat ik een even volmaakt
gentleman was als de heeren van de Alarmkreet dat zelf zijn.
„Kijk eens, mijn beste Charly, zulk een artikel zou ik niet onverschillig ter
zijde hebben gelegd, want dat zou een beleediging zijn geweest.
„Ik dacht er juist vanmorgen over na, waar ik een nieuw terrein zou kunnen
vinden voor het verdere uitoefenen van mijn sport.
„Ik zal mij nu eens in het belang van het menschdom met dit alom
verspreide blad bezighouden.
„Doe eens je best om er achter te komen waar de eigenaar en de
hoofdredacteur van het blad wonen en op welke uren zij te spreken zijn. Dan
kan ik mijn plan in elkaar zetten.” [3]
Charly Brand stond op, en daar het zijn gewoonte was, de bevelen van zijn
meester dadelijk ten uitvoer te brengen, nam hij zijn hoed en wandelstok om
zich op weg te begeven.
„Mocht je den hoofdredacteur persoonlijk te spreken krijgen,” sprak lord
Lister, toen Charly de kamer wilde verlaten, „stel je dan aan hem voor als
schrijver, wat je immers ook bent.”
Charly Brand bloosde.
„Hoezoo?” vroeg hij. „Hoe weet jij, dat ik schrijf?”
„Ik weet het,” antwoordde Raffles lachend, „ik vond namelijk, toen je uit
waart, in je kamer een lijvig werk, waarin je de meeste mijner uitgehaalde
streken op verbazend kunstige wijze hebt weergegeven.
„Daarom heb ik het recht te zeggen, dat jij een auteur bent.”
„Ik schreef dit alleen voor mijn eigen genoegen,” antwoordde de secretaris.
geschreven, dat ik een eerlijk, vroom mensch was, dat ik een even volmaakt
gentleman was als de heeren van de Alarmkreet dat zelf zijn.
„Kijk eens, mijn beste Charly, zulk een artikel zou ik niet onverschillig ter
zijde hebben gelegd, want dat zou een beleediging zijn geweest.
„Ik dacht er juist vanmorgen over na, waar ik een nieuw terrein zou kunnen
vinden voor het verdere uitoefenen van mijn sport.
„Ik zal mij nu eens in het belang van het menschdom met dit alom
verspreide blad bezighouden.
„Doe eens je best om er achter te komen waar de eigenaar en de
hoofdredacteur van het blad wonen en op welke uren zij te spreken zijn. Dan
kan ik mijn plan in elkaar zetten.” [3]
Charly Brand stond op, en daar het zijn gewoonte was, de bevelen van zijn
meester dadelijk ten uitvoer te brengen, nam hij zijn hoed en wandelstok om
zich op weg te begeven.
„Mocht je den hoofdredacteur persoonlijk te spreken krijgen,” sprak lord
Lister, toen Charly de kamer wilde verlaten, „stel je dan aan hem voor als
schrijver, wat je immers ook bent.”
Charly Brand bloosde.
„Hoezoo?” vroeg hij. „Hoe weet jij, dat ik schrijf?”
„Ik weet het,” antwoordde Raffles lachend, „ik vond namelijk, toen je uit
waart, in je kamer een lijvig werk, waarin je de meeste mijner uitgehaalde
streken op verbazend kunstige wijze hebt weergegeven.
„Daarom heb ik het recht te zeggen, dat jij een auteur bent.”
„Ik schreef dit alleen voor mijn eigen genoegen,” antwoordde de secretaris.
Page 12
„Maar met grooten aanleg,” antwoordde John Raffles. „Ik was reeds gisteren
van plan je te verzoeken, voortaan al mijn avonturen, als mijn trouw
biograaf, op te schrijven. Misschien wordt je daardoor eenmaal een beroemd
man.
„Ga nu. Stel je op de redactie voor als schrijver en zeg, dat je werk zoekt.
Vertel ook, dat je van allerlei hooggeplaatste en beroemde personen de
intiemste schandaaltjes weet.”
Charly ging heen.
Hij moest bijna een uur zoeken, voordat de portier van het groote gebouw,
hem met een geheimzinnig glimlachje den weg wees naar het redactiebureau
van de Alarmkreet.
Toen hij de armoedig ingerichte kamer binnentrad, was daar ook een
bejaarde man aanwezig, die naar zijn kleeding te oordeelen, tot den
gegoeden stand behoorde.
Charly Brand bleef bij de deur staan en was getuige van een gesprek
tusschen den man en den jongen.
„Het is dus onmogelijk,” sprak de vreemdeling, „om een van de heeren te
spreken te krijgen?”
„Onmogelijk,” antwoordde de jongeling, met een grijns op zijn leelijk
gelaat. „Mr. Röttger en Mr. Kroyzer zijn voor zaken afwezig en als gij iets
wenscht, dan moet gij dat schriftelijk vragen.”
„Ik kan dat niet per brief doen,” sprak de onbekende. „Gij weet zeker wel
van welke zaak hier sprake is. De som, die ik moet betalen, kan ik niet bij
elkaar brengen.”
De jongen haalde de schouders op.
van plan je te verzoeken, voortaan al mijn avonturen, als mijn trouw
biograaf, op te schrijven. Misschien wordt je daardoor eenmaal een beroemd
man.
„Ga nu. Stel je op de redactie voor als schrijver en zeg, dat je werk zoekt.
Vertel ook, dat je van allerlei hooggeplaatste en beroemde personen de
intiemste schandaaltjes weet.”
Charly ging heen.
Hij moest bijna een uur zoeken, voordat de portier van het groote gebouw,
hem met een geheimzinnig glimlachje den weg wees naar het redactiebureau
van de Alarmkreet.
Toen hij de armoedig ingerichte kamer binnentrad, was daar ook een
bejaarde man aanwezig, die naar zijn kleeding te oordeelen, tot den
gegoeden stand behoorde.
Charly Brand bleef bij de deur staan en was getuige van een gesprek
tusschen den man en den jongen.
„Het is dus onmogelijk,” sprak de vreemdeling, „om een van de heeren te
spreken te krijgen?”
„Onmogelijk,” antwoordde de jongeling, met een grijns op zijn leelijk
gelaat. „Mr. Röttger en Mr. Kroyzer zijn voor zaken afwezig en als gij iets
wenscht, dan moet gij dat schriftelijk vragen.”
„Ik kan dat niet per brief doen,” sprak de onbekende. „Gij weet zeker wel
van welke zaak hier sprake is. De som, die ik moet betalen, kan ik niet bij
elkaar brengen.”
De jongen haalde de schouders op.
Page 13
„Ik weet niet, waarom het hier gaat, Sir, gij moet dat met den chef zelf
behandelen.”
„Als ik hem maar te spreken kan krijgen,” vervolgde de vreemdeling op
zenuwachtigen toon, „reeds vier keer heb ik den weg hierheen afgelegd.”
„Ik zei u reeds eenige keeren, dat gij de zaak alleen per brief in orde kunt
maken.”
„En ik herhaal u voor de vierde maal, dat ik daartoe niet in staat ben. Ik geef
u een flinke fooi, als gij mij het adres van een der heeren opgeeft.”
„Ik ken hun adressen zelf niet,” antwoordde de jongen, „het helpt niets of gij
mij een fooi geeft. Mr. Röttger en Mr. Kroyzer komen hier op kantoor en
behandelen met mij, wat er te behandelen is”.
„Ik heb gisteren en vandaag al urenlang gewacht, zonder een der heeren te
spreken—niemand komt. Kunt gij mij niet vertellen, „wanneer zij ongeveer
verschijnen?”
„Wel Sir,” sprak de jongen, „ik kan u geen inlichtingen daaromtrent geven,
ik zie de heeren dikwijls, dagenlang niet. Soms komen zij eerst des nachts
om hier te werken.”
„Maar de heeren moeten u uw loon toch uitbetalen.”
„Yes Sir,” antwoordde de kantoorbediende, „dat zenden de heeren per post
aan mijn moeder.”
Zonder zich verder om Charly Brand of den vreemdeling te bekommeren,
stak de jongen een slechte centssigaar aan, nam plaats op een stoel en blies
dikke rookwolken voor zich uit.
Nu kwam Charly Brand naderbij en sprak tot den waardigen
vertegenwoordiger der Alarmkreet:
behandelen.”
„Als ik hem maar te spreken kan krijgen,” vervolgde de vreemdeling op
zenuwachtigen toon, „reeds vier keer heb ik den weg hierheen afgelegd.”
„Ik zei u reeds eenige keeren, dat gij de zaak alleen per brief in orde kunt
maken.”
„En ik herhaal u voor de vierde maal, dat ik daartoe niet in staat ben. Ik geef
u een flinke fooi, als gij mij het adres van een der heeren opgeeft.”
„Ik ken hun adressen zelf niet,” antwoordde de jongen, „het helpt niets of gij
mij een fooi geeft. Mr. Röttger en Mr. Kroyzer komen hier op kantoor en
behandelen met mij, wat er te behandelen is”.
„Ik heb gisteren en vandaag al urenlang gewacht, zonder een der heeren te
spreken—niemand komt. Kunt gij mij niet vertellen, „wanneer zij ongeveer
verschijnen?”
„Wel Sir,” sprak de jongen, „ik kan u geen inlichtingen daaromtrent geven,
ik zie de heeren dikwijls, dagenlang niet. Soms komen zij eerst des nachts
om hier te werken.”
„Maar de heeren moeten u uw loon toch uitbetalen.”
„Yes Sir,” antwoordde de kantoorbediende, „dat zenden de heeren per post
aan mijn moeder.”
Zonder zich verder om Charly Brand of den vreemdeling te bekommeren,
stak de jongen een slechte centssigaar aan, nam plaats op een stoel en blies
dikke rookwolken voor zich uit.
Nu kwam Charly Brand naderbij en sprak tot den waardigen
vertegenwoordiger der Alarmkreet:
Page 14
„Ik wenschte ook een der heeren te spreken, maar na al hetgeen ik zooeven
hoorde, bestaat daartoe weinig kans.”
„Ja mijnheer,” antwoordde de jongen, in een hoek van de kamer spuwende,
„dat moet gij schriftelijk doen.”
De secretaris zette zijn hoed op en ging heen.
Met een diepen zucht volgde de vreemdeling hem.
Toen zij buiten waren gekomen, sprak de onbekende heer:
„Een schurkenbende is het! Bedriegers van het ergste kaliber en niemand
durft het wagen, hen aan te vallen. Het is meer dan treurig, dat onze politie
aan dergelijke dingen niet een eind maakt! Maar met werkelijke
misdadigers, zooals die daar, bemoeit de politie zich niet.” [4]
„Met wien heb ik de eer?” vroeg Charly Brand, terwijl hij zijn hoed afnam.
De vreemdeling groette eveneens zeer beleefd en sprak toen:
„Pardon, ik vergat de gewone beleefdheid in acht te nemen. Mijn naam is
Thomas Spancer. Ik ben de eigenaar van een zaak in pelterijen aan het
Strand, gij zult mijn winkel waarschijnlijk wel kennen.”
„Zeker,” antwoordde de secretaris van Raffles, „ik ken die zaak als een der
oudste van Londen.”
„Zoo is het,” knikte de vreemdeling, „mijn grootvader richtte de firma op.
De zaak is reeds honderdvijftig jaar in handen van onze familie en onze
naam staat in Londen uitstekend bekend.
„En nu willen die schurken door middel van hun lastercourant onzen goeden,
eerlijken naam bezoedelen en mij met mijn familie te gronde richten.
hoorde, bestaat daartoe weinig kans.”
„Ja mijnheer,” antwoordde de jongen, in een hoek van de kamer spuwende,
„dat moet gij schriftelijk doen.”
De secretaris zette zijn hoed op en ging heen.
Met een diepen zucht volgde de vreemdeling hem.
Toen zij buiten waren gekomen, sprak de onbekende heer:
„Een schurkenbende is het! Bedriegers van het ergste kaliber en niemand
durft het wagen, hen aan te vallen. Het is meer dan treurig, dat onze politie
aan dergelijke dingen niet een eind maakt! Maar met werkelijke
misdadigers, zooals die daar, bemoeit de politie zich niet.” [4]
„Met wien heb ik de eer?” vroeg Charly Brand, terwijl hij zijn hoed afnam.
De vreemdeling groette eveneens zeer beleefd en sprak toen:
„Pardon, ik vergat de gewone beleefdheid in acht te nemen. Mijn naam is
Thomas Spancer. Ik ben de eigenaar van een zaak in pelterijen aan het
Strand, gij zult mijn winkel waarschijnlijk wel kennen.”
„Zeker,” antwoordde de secretaris van Raffles, „ik ken die zaak als een der
oudste van Londen.”
„Zoo is het,” knikte de vreemdeling, „mijn grootvader richtte de firma op.
De zaak is reeds honderdvijftig jaar in handen van onze familie en onze
naam staat in Londen uitstekend bekend.
„En nu willen die schurken door middel van hun lastercourant onzen goeden,
eerlijken naam bezoedelen en mij met mijn familie te gronde richten.
Page 15
„Dat wil zeggen”—hij lachte bitter—„indien ik de vijfduizend pond sterling
niet betaal.”
Charly Brand floot zachtjes.
„Daar is het hun dus om te doen. Mijn naam is Charly Brand,” sprak hij, „het
zou mij genoegen doen, wanneer ik u kon helpen.”
De pelshandelaar keek den jongen man met onderzoekende blikken aan.
„Ik zou gaarne hulp willen aanvaarden,” sprak hij langzaam.
„Mag ik weten, hoe de zaak in elkaar zit?”
„Uw uiterlijk boezemt mij vertrouwen in,” antwoordde de koopman, „laten
wij samen een restaurant binnengaan, dan zal ik er u meer van vertellen.”
Beide heeren gingen een restaurant binnen, waar op dat uur weinig
bezoekers waren.
Nadat zij iets hadden besteld, begon de koopman op zachten toon, te
vertellen:
„Ik heb een zoon, die nu 22 jaar oud is en in mijn zaak werkt een jonge
bontwerkster van opvallende schoonheid.
„Zij en mijn zoon werden verliefd op elkaar en hiervan bemerkte ik pas iets,
toen het reeds te laat was.
„Tevergeefs wees ik mijn zoon op de treurige gevolgen van zijn lichtzinnig
gedrag en zei hem, dat hij onmogelijk met het jonge meisje kon trouwen,
daar elk mannelijk lid onzer familie een geldhuwelijk moet sluiten.
„Misschien vindt gij een dergelijk principe niet goed, maar ik verzeker u, mr.
Brand, dat in drie geslachten, bij mijn grootvader, mijn vader en mij zelf,
niet betaal.”
Charly Brand floot zachtjes.
„Daar is het hun dus om te doen. Mijn naam is Charly Brand,” sprak hij, „het
zou mij genoegen doen, wanneer ik u kon helpen.”
De pelshandelaar keek den jongen man met onderzoekende blikken aan.
„Ik zou gaarne hulp willen aanvaarden,” sprak hij langzaam.
„Mag ik weten, hoe de zaak in elkaar zit?”
„Uw uiterlijk boezemt mij vertrouwen in,” antwoordde de koopman, „laten
wij samen een restaurant binnengaan, dan zal ik er u meer van vertellen.”
Beide heeren gingen een restaurant binnen, waar op dat uur weinig
bezoekers waren.
Nadat zij iets hadden besteld, begon de koopman op zachten toon, te
vertellen:
„Ik heb een zoon, die nu 22 jaar oud is en in mijn zaak werkt een jonge
bontwerkster van opvallende schoonheid.
„Zij en mijn zoon werden verliefd op elkaar en hiervan bemerkte ik pas iets,
toen het reeds te laat was.
„Tevergeefs wees ik mijn zoon op de treurige gevolgen van zijn lichtzinnig
gedrag en zei hem, dat hij onmogelijk met het jonge meisje kon trouwen,
daar elk mannelijk lid onzer familie een geldhuwelijk moet sluiten.
„Misschien vindt gij een dergelijk principe niet goed, maar ik verzeker u, mr.
Brand, dat in drie geslachten, bij mijn grootvader, mijn vader en mij zelf,
Page 16
waar de huwelijken allemaal uit berekening werden gesloten, een gelukkig
en kalm familieleven heeft geheerscht.
„Bij veel van mijn vrienden daarentegen, die huwelijken uit liefde sloten,
zijn ongeluk, zorg en vernietiging der eens gekoesterde idealen de treurige
gevolgen geweest.
„Mijn zoon dacht er ook niet over, het jonge meisje te huwen en maakte
daardoor den toestand nog erger.”
„Dat begrijp ik niet,” sprak Charly Brand hoofdschuddend, „gij hadt dit juist
prettig moeten vinden.”
„Volstrekt niet,” antwoordde de ander, „want hierdoor kreeg ik een slechten
dunk omtrent het karakter van mijn zoon.
„Hoe is het mogelijk, dat een jonge man een verhouding aanknoopt met een
meisje, zonder te bedenken dat hij daardoor de verplichting op zich laadt om
met haar te trouwen?”
„Ja, gij hebt gelijk,” sprak de secretaris.
„Om kort te zijn,” vervolgde de oude heer, „de naaister geloofde stellig, dat
mijn zoon Charly—mijn zoon draagt denzelfden naam als gij—haar zou
huwen.
„Toen ik haar verklaarde, dat zij misrekende en dat mijn zoon op reis zou
gaan—hij bevindt zich tijdelijk in Amerika om pelswaren in te koopen—
haalde het arme meisje een domme streek uit en sprong, om een eind aan
haar leven te maken, in de Theems.
„Zij werd gered.
„Op mijn kosten liet ik haar in een onzer beste ziekenhuizen verplegen, waar
ik haar dagelijks bezocht.
en kalm familieleven heeft geheerscht.
„Bij veel van mijn vrienden daarentegen, die huwelijken uit liefde sloten,
zijn ongeluk, zorg en vernietiging der eens gekoesterde idealen de treurige
gevolgen geweest.
„Mijn zoon dacht er ook niet over, het jonge meisje te huwen en maakte
daardoor den toestand nog erger.”
„Dat begrijp ik niet,” sprak Charly Brand hoofdschuddend, „gij hadt dit juist
prettig moeten vinden.”
„Volstrekt niet,” antwoordde de ander, „want hierdoor kreeg ik een slechten
dunk omtrent het karakter van mijn zoon.
„Hoe is het mogelijk, dat een jonge man een verhouding aanknoopt met een
meisje, zonder te bedenken dat hij daardoor de verplichting op zich laadt om
met haar te trouwen?”
„Ja, gij hebt gelijk,” sprak de secretaris.
„Om kort te zijn,” vervolgde de oude heer, „de naaister geloofde stellig, dat
mijn zoon Charly—mijn zoon draagt denzelfden naam als gij—haar zou
huwen.
„Toen ik haar verklaarde, dat zij misrekende en dat mijn zoon op reis zou
gaan—hij bevindt zich tijdelijk in Amerika om pelswaren in te koopen—
haalde het arme meisje een domme streek uit en sprong, om een eind aan
haar leven te maken, in de Theems.
„Zij werd gered.
„Op mijn kosten liet ik haar in een onzer beste ziekenhuizen verplegen, waar
ik haar dagelijks bezocht.
Page 17
„Het gelukte mij, haar vaderlijke vriend te worden.
„Nadat zij hersteld was bezorgde ik haar een kleine zaak in pelswaren in de
Victoriastraat en alles zou in orde zijn geweest, wanneer niet naar aanleiding
van het politierapport omtrent de poging tot zelfmoord een verslaggever van
de Alarmkreet het geval had nageplozen.
„In de Alarmkreet zal nu een artikel verschijnen dat de zaak zoo voorstelt,
alsof mijn zoon met mijn voorkennis, misschien ik zelf, het jonge meisje zou
hebben onteerd en wij haar als afkoopsom die zaak hadden verschaft.
„Daar mijn reputatie steeds goed is geweest, zal dit courantenbericht groot
opzien verwekken en mij ten zeerste benadeelen.”
„Hoe weet gij, dat een dergelijk sensatiebericht in de courant zal komen?”
vroeg Charly Brand. „Is het reeds verschenen?”
„Neen,” antwoordde mr. Spancer, „maar de redactie [5]van de Alarmkreet
zond mij een schrijven en als bijlage” de copie van het artikel ter inzage.
„Mijn vrienden, aan wie ik de zaak meedeelde, rieden mij aan, mij in
verbinding te stellen met de redactie der Alarmkreet en te trachten door het
betalen van een zeker bedrag te verhinderen, dat het artikel het licht zal zien;
„Ik zou ook bereid zijn, een vrij groot bedrag voor dat doel op te offeren,
maar de eisch is helaas te hoog. Ik kan op het oogenblik niet over het
gevraagde bedrag beschikken.
„Als het winter was, zou dat beter kunnen, maar nu in den zomer gaat er zoo
goed als niets in mijn zaak om en ik heb mijn geld door het inkoopen van
pelswaren voor den volgenden winter reeds vastgezet.”
„Hoeveel vroegen de kerels?”
„Vijfduizend pond sterling. Een flink bedrag.”
„Nadat zij hersteld was bezorgde ik haar een kleine zaak in pelswaren in de
Victoriastraat en alles zou in orde zijn geweest, wanneer niet naar aanleiding
van het politierapport omtrent de poging tot zelfmoord een verslaggever van
de Alarmkreet het geval had nageplozen.
„In de Alarmkreet zal nu een artikel verschijnen dat de zaak zoo voorstelt,
alsof mijn zoon met mijn voorkennis, misschien ik zelf, het jonge meisje zou
hebben onteerd en wij haar als afkoopsom die zaak hadden verschaft.
„Daar mijn reputatie steeds goed is geweest, zal dit courantenbericht groot
opzien verwekken en mij ten zeerste benadeelen.”
„Hoe weet gij, dat een dergelijk sensatiebericht in de courant zal komen?”
vroeg Charly Brand. „Is het reeds verschenen?”
„Neen,” antwoordde mr. Spancer, „maar de redactie [5]van de Alarmkreet
zond mij een schrijven en als bijlage” de copie van het artikel ter inzage.
„Mijn vrienden, aan wie ik de zaak meedeelde, rieden mij aan, mij in
verbinding te stellen met de redactie der Alarmkreet en te trachten door het
betalen van een zeker bedrag te verhinderen, dat het artikel het licht zal zien;
„Ik zou ook bereid zijn, een vrij groot bedrag voor dat doel op te offeren,
maar de eisch is helaas te hoog. Ik kan op het oogenblik niet over het
gevraagde bedrag beschikken.
„Als het winter was, zou dat beter kunnen, maar nu in den zomer gaat er zoo
goed als niets in mijn zaak om en ik heb mijn geld door het inkoopen van
pelswaren voor den volgenden winter reeds vastgezet.”
„Hoeveel vroegen de kerels?”
„Vijfduizend pond sterling. Een flink bedrag.”
Page 18
„Schandelijk!” riep Charly Brand uit, „voor den duivel, ja, hier moet worden
gehandeld! Ik heb een vriend, dien ik onmiddellijk van deze zaak op de
hoogte zal stellen.
„Ik denk wel, dat hij de man is, die u kan helpen.”
„Dat zou al heel spoedig moeten gebeuren,” sprak mr. Spancer, „ik heb
slechts drie dagen tijd, dan moet ik betalen, of de schurken publiceeren het
artikel.”
„Mijn vriend heeft in vierentwintig uur dikwijls meer klaar gespeeld dan dit.
Maat laat ons nu heengaan. Ik hoop u over een paar uur met mijn vriend te
komen bezoeken.”
Zij betaalden hun vertering en namen afscheid van elkaar als een paar oude
vrienden.
Mr. Spancer zag en hoorde nog, hoe Charly Brand in een rijtuig plaats nam
en den koetsier toeriep, zoo snel mogelijk te rijden.
Het was in het late avonduur van den volgenden dag, toen mr. Charles
Röttger, de redacteur van de Alarmkreet, zacht, als een misdadiger, de trap
naar de redactie opging. Er bevond zich op dat uur niemand meer in het
gebouw, dat slechts voor kantoorlokalen was ingericht.
Mr. Röttger, een klein, mager mannetje, ontsloot de deur naar de redactie en
grendelde ze, nadat hij was binnengetreden, zorgvuldig.
Hierop streek hij een lucifer aan en ging naar het tafeltje, waarop
verschillende brieven lagen.
Nu nam de journalist plaats op een wankelen stoel die voor de schrijftafel
stond en begon de aangekomen post te openen.
gehandeld! Ik heb een vriend, dien ik onmiddellijk van deze zaak op de
hoogte zal stellen.
„Ik denk wel, dat hij de man is, die u kan helpen.”
„Dat zou al heel spoedig moeten gebeuren,” sprak mr. Spancer, „ik heb
slechts drie dagen tijd, dan moet ik betalen, of de schurken publiceeren het
artikel.”
„Mijn vriend heeft in vierentwintig uur dikwijls meer klaar gespeeld dan dit.
Maat laat ons nu heengaan. Ik hoop u over een paar uur met mijn vriend te
komen bezoeken.”
Zij betaalden hun vertering en namen afscheid van elkaar als een paar oude
vrienden.
Mr. Spancer zag en hoorde nog, hoe Charly Brand in een rijtuig plaats nam
en den koetsier toeriep, zoo snel mogelijk te rijden.
Het was in het late avonduur van den volgenden dag, toen mr. Charles
Röttger, de redacteur van de Alarmkreet, zacht, als een misdadiger, de trap
naar de redactie opging. Er bevond zich op dat uur niemand meer in het
gebouw, dat slechts voor kantoorlokalen was ingericht.
Mr. Röttger, een klein, mager mannetje, ontsloot de deur naar de redactie en
grendelde ze, nadat hij was binnengetreden, zorgvuldig.
Hierop streek hij een lucifer aan en ging naar het tafeltje, waarop
verschillende brieven lagen.
Nu nam de journalist plaats op een wankelen stoel die voor de schrijftafel
stond en begon de aangekomen post te openen.
Page 19
Zijn roofdierachtig gelaat werd af en toe verwrongen tot een duivelsch
lachje, wanneer hij in een brief iets las, dat hem bijzonder beviel.
Zoodra hij een brief had gelezen, beantwoordde hij dezen.
Ten slotte nam hij een blauwe enveloppe op, die hij opende en waaruit hij
een schrijven haalde van den volgenden inhoud:
Waarde heer!
Ik ben beambte van het hoofdbureau van politie en werk in de naaste omgeving van den
politie-inspecteur Baxter.
Ik geloof niet, dat gij tot dusverre hebt geweten, dat deze beambte vele huizen bezit en zeer
vermogend is.
Het zal u duidelijk zijn, dat hij deze eigendommen niet van zijn salaris heeft overgespaard.
Hoe komt hij aan dat geld?
Welnu, ik ken de bronnen, waaruit dat vermogen is gevloeid. Stelt gij er belang in, van mij
inlichtingen te bekomen voor het opstellen van een opzienbarend artikel, dan verzoek ik u,
mij in mijn particuliere woning op te zoeken. Ik ben tusschen 5 en 7 uur des avonds altijd
thuis:
Op uw redactie zou ik liever niet willen komen, omdat ik een te bekende persoonlijkheid in
Londen ben en de een of andere collega mij zou kunnen zien.
Met de meeste hoogachting
TOM MARHOLM,
Essexstraat 16.
„Een prachtig zaakje,” fluisterde Charles Röttger, den brief nog eens
lezende.
Daarop stak hij hem zorgvuldig in zijn portefeuille, blies de kaars op de
schrijftafel uit en verliet het redactiebureau even geheimzinnig als hij er
gekomen was.
Hij vermoedde niet, welke valstrik John Raffles hem had gespannen.
lachje, wanneer hij in een brief iets las, dat hem bijzonder beviel.
Zoodra hij een brief had gelezen, beantwoordde hij dezen.
Ten slotte nam hij een blauwe enveloppe op, die hij opende en waaruit hij
een schrijven haalde van den volgenden inhoud:
Waarde heer!
Ik ben beambte van het hoofdbureau van politie en werk in de naaste omgeving van den
politie-inspecteur Baxter.
Ik geloof niet, dat gij tot dusverre hebt geweten, dat deze beambte vele huizen bezit en zeer
vermogend is.
Het zal u duidelijk zijn, dat hij deze eigendommen niet van zijn salaris heeft overgespaard.
Hoe komt hij aan dat geld?
Welnu, ik ken de bronnen, waaruit dat vermogen is gevloeid. Stelt gij er belang in, van mij
inlichtingen te bekomen voor het opstellen van een opzienbarend artikel, dan verzoek ik u,
mij in mijn particuliere woning op te zoeken. Ik ben tusschen 5 en 7 uur des avonds altijd
thuis:
Op uw redactie zou ik liever niet willen komen, omdat ik een te bekende persoonlijkheid in
Londen ben en de een of andere collega mij zou kunnen zien.
Met de meeste hoogachting
TOM MARHOLM,
Essexstraat 16.
„Een prachtig zaakje,” fluisterde Charles Röttger, den brief nog eens
lezende.
Daarop stak hij hem zorgvuldig in zijn portefeuille, blies de kaars op de
schrijftafel uit en verliet het redactiebureau even geheimzinnig als hij er
gekomen was.
Hij vermoedde niet, welke valstrik John Raffles hem had gespannen.
Page 20
In een restaurant kwam hij samen met zijn compagnon, die bekend stond in
de Londensche wereld als „de mooie Guido”. Hij was een bekende
persoonlijkheid en verborg achter een masker van onbeduidendheid zijn
uiterst geslepen, slecht karakter.
Hij en zijn vriend pasten bijzonder goed bij elkaar. [6]
Ook de mooie Guido grijnslachte, toen hij den brief van den vermeenden
detective Marholm las.
„Een goed zaakje,” sprak hij tot zijn medeplichtige, „minstens 1000 pond
sterling waard.”
„Mijnheer de inspecteur van politie zal er zijn geheele vermogen voor over
hebben om te voorkomen, dat dit artikel verschijnt.”
„Gij denkt dus niet, dat deze brief een valstrik is?”
„Onmogelijk,” antwoordde de mooie Guido, „ik heb den naam Marholm
ontelbare keeren bij de Raffles-geschiedenissen in de couranten gelezen.
„Wij behoeven ons deswege niet ongerust te maken. Hij is van plan, zijn
chef een poets te bakken.
„Bovendien ziet gij uit den brief, hoe bang de man is, om bij een eventueel
bezoek aan onze redactie gezien te worden.
„Wij behoeven niet te vreezen voor een man, die angst heeft voor zijn eigen
persoon.”
„Gij hebt gelijk,” antwoordde Mr. Röttger, „ik zal den man morgen bezoeken
en hem het bloed uit de nagels persen.
„Dan zal ik een kranig artikel naar den beroemden inspecteur van politie
zenden.”
de Londensche wereld als „de mooie Guido”. Hij was een bekende
persoonlijkheid en verborg achter een masker van onbeduidendheid zijn
uiterst geslepen, slecht karakter.
Hij en zijn vriend pasten bijzonder goed bij elkaar. [6]
Ook de mooie Guido grijnslachte, toen hij den brief van den vermeenden
detective Marholm las.
„Een goed zaakje,” sprak hij tot zijn medeplichtige, „minstens 1000 pond
sterling waard.”
„Mijnheer de inspecteur van politie zal er zijn geheele vermogen voor over
hebben om te voorkomen, dat dit artikel verschijnt.”
„Gij denkt dus niet, dat deze brief een valstrik is?”
„Onmogelijk,” antwoordde de mooie Guido, „ik heb den naam Marholm
ontelbare keeren bij de Raffles-geschiedenissen in de couranten gelezen.
„Wij behoeven ons deswege niet ongerust te maken. Hij is van plan, zijn
chef een poets te bakken.
„Bovendien ziet gij uit den brief, hoe bang de man is, om bij een eventueel
bezoek aan onze redactie gezien te worden.
„Wij behoeven niet te vreezen voor een man, die angst heeft voor zijn eigen
persoon.”
„Gij hebt gelijk,” antwoordde Mr. Röttger, „ik zal den man morgen bezoeken
en hem het bloed uit de nagels persen.
„Dan zal ik een kranig artikel naar den beroemden inspecteur van politie
zenden.”
Page 21
„Het zal een mooi zaakje worden,” meesmuilde de mooie Guido, „en als de
inspecteur niet betaalt, een schitterend sensatiebericht voor ons blad.”
„Maak maar een artikel gereed naar aanleiding waarvan geheel Londen op
zijn kop zal staan!”
„Maak u daaromtrent niet ongerust,” antwoordde Charles Röttger, „gij kent
mijn pen.”
Den volgenden dag, precies om 5 uur, werd er op de deur geklopt van een
kamer in de Essexstraat no. 16, in welk huis volgens opgaaf in den brief Mr.
Marholm moest wonen.
Het was een pension en de redacteur van de Alarmkreet kon onmogelijk
weten, dat Raffles daar onder den naam van Marholm een kamer had
gehuurd om, zooals hij het noemde, de rattenval op te stellen, waarin hij den
redacteur en den eigenaar van het schendblad wenschte te vangen.
Hij had zich niet vergist.
De val met het vette schandaalbericht beantwoordde uitstekend aan het doel.
Dit bemerkte hij, toen de kleine, magere redacteur de kamer binnentrad met
de woorden:
„Heb ik de eer Mr. Marholm te spreken?”
„Yes,” antwoordde Raffles, die de beide kerels voor zoo dom hield, dat hij
het niet eens de moeite waard had gevonden om de vermomming van
detective Marholm aan te nemen.
„Mijn naam is Marholm, met wien heb ik de eer?”
De kleine Mr. Röttger naderde Raffles zoo dicht mogelijk en fluisterde:
„Ik kom van de Alarmkreet.”
inspecteur niet betaalt, een schitterend sensatiebericht voor ons blad.”
„Maak maar een artikel gereed naar aanleiding waarvan geheel Londen op
zijn kop zal staan!”
„Maak u daaromtrent niet ongerust,” antwoordde Charles Röttger, „gij kent
mijn pen.”
Den volgenden dag, precies om 5 uur, werd er op de deur geklopt van een
kamer in de Essexstraat no. 16, in welk huis volgens opgaaf in den brief Mr.
Marholm moest wonen.
Het was een pension en de redacteur van de Alarmkreet kon onmogelijk
weten, dat Raffles daar onder den naam van Marholm een kamer had
gehuurd om, zooals hij het noemde, de rattenval op te stellen, waarin hij den
redacteur en den eigenaar van het schendblad wenschte te vangen.
Hij had zich niet vergist.
De val met het vette schandaalbericht beantwoordde uitstekend aan het doel.
Dit bemerkte hij, toen de kleine, magere redacteur de kamer binnentrad met
de woorden:
„Heb ik de eer Mr. Marholm te spreken?”
„Yes,” antwoordde Raffles, die de beide kerels voor zoo dom hield, dat hij
het niet eens de moeite waard had gevonden om de vermomming van
detective Marholm aan te nemen.
„Mijn naam is Marholm, met wien heb ik de eer?”
De kleine Mr. Röttger naderde Raffles zoo dicht mogelijk en fluisterde:
„Ik kom van de Alarmkreet.”
Page 22
„Dat is uitstekend,” antwoordde Raffles.
Daarop ging hij naar de deur en de journalist zag, hoe hij die grendelde,
blijkbaar uit angst, dat iemand zou kunnen binnenkomen.
„Niemand heeft u toch gezien?” vroeg Marholm op angstigen toon.
„Wees onbezorgd,” lachte de journalist, „ik zorg er altijd voor, dat niemand
mij ziet. Ik weet, dat het voor u in uw betrekking van detective gevaarlijk
zou zijn, als iemand mij hier had zien binnengaan.”
„Ik heb een prachtige geschiedenis voor uw blad,” sprak Raffles, toen zij
plaats hadden genomen, „en ik hoop, dat gij, die voor recht en waarheid
strijdt, dezen man, die de Londensche politie tot schande is, den inspecteur
Baxter, door uw artikel zijn ontslag zult bezorgen.”
„Nu, wij zullen zien,” antwoordde de bezoeker, „voor alles moet gij uwe
beweringen met bewijzen kunnen staven. Ik hoop, dat gij daartoe in staat
zijt!”
„En gros,” sprak de groote onbekende, „ik kan alles bewijzen.
„Ziet gij, deze inspecteur van politie, die een rijksinkomen heeft van 1000
pond sterling, heeft een tegoed op de Bank van 15,000 pond en hij bezit
verscheiden huizen, zoodat hij millionnair is.”
Mr. Röttger wreef zich de handen.
„Uitstekend,” mompelde hij vergenoegd, „een inspecteur van politie, die
millionnair is, dat geeft een magnifique artikel voor de Alarmkreet.”
„Gij zult zelf wel begrijpen, dat men bij een jaarlijksch inkomen van duizend
pond sterling geen millionnair kan worden, maar ik zal u allerhande
bijzonderheden meedeelen. Ik heb hier de geheime lijsten, waarop gij kunt
zien, van welke zijden de heer Baxter zijn inkomsten betrekt.
Daarop ging hij naar de deur en de journalist zag, hoe hij die grendelde,
blijkbaar uit angst, dat iemand zou kunnen binnenkomen.
„Niemand heeft u toch gezien?” vroeg Marholm op angstigen toon.
„Wees onbezorgd,” lachte de journalist, „ik zorg er altijd voor, dat niemand
mij ziet. Ik weet, dat het voor u in uw betrekking van detective gevaarlijk
zou zijn, als iemand mij hier had zien binnengaan.”
„Ik heb een prachtige geschiedenis voor uw blad,” sprak Raffles, toen zij
plaats hadden genomen, „en ik hoop, dat gij, die voor recht en waarheid
strijdt, dezen man, die de Londensche politie tot schande is, den inspecteur
Baxter, door uw artikel zijn ontslag zult bezorgen.”
„Nu, wij zullen zien,” antwoordde de bezoeker, „voor alles moet gij uwe
beweringen met bewijzen kunnen staven. Ik hoop, dat gij daartoe in staat
zijt!”
„En gros,” sprak de groote onbekende, „ik kan alles bewijzen.
„Ziet gij, deze inspecteur van politie, die een rijksinkomen heeft van 1000
pond sterling, heeft een tegoed op de Bank van 15,000 pond en hij bezit
verscheiden huizen, zoodat hij millionnair is.”
Mr. Röttger wreef zich de handen.
„Uitstekend,” mompelde hij vergenoegd, „een inspecteur van politie, die
millionnair is, dat geeft een magnifique artikel voor de Alarmkreet.”
„Gij zult zelf wel begrijpen, dat men bij een jaarlijksch inkomen van duizend
pond sterling geen millionnair kan worden, maar ik zal u allerhande
bijzonderheden meedeelen. Ik heb hier de geheime lijsten, waarop gij kunt
zien, van welke zijden de heer Baxter zijn inkomsten betrekt.
Page 23
„Allereerst moet gij dit zien.”
Hij nam een brief, die voorzien was van het wapen, van Lord Lister en
toonde dien den redacteur.
„Wees zoo goed, mij dien brief te geven,” sprak Mr. Röttger.
„Ik zal hem voorlezen, dat zal u voorloopig voldoende zijn. Het is een brief
van den beruchten John Raffles aan den inspecteur van politie. Daaruit zult
[7]gij zien, hoe het komt, dat Mr. Baxter tot dusverre den man nog niet heeft
gepakt.”
„Hoogst interessant! Hoogst interessant!” fluisterde de redacteur.
„Neen!” schreeuwde Raffles, „een schandaal is het! Het grootste schandaal
der geheele wereld. Deze politieinspecteur is de medeplichtige van den
grooten onbekende. Hij speelt met hem onder één hoedje, dat staat zwart op
wit in dezen brief.”
Deze openbaring werkte zoo electriseerend op Mr. Röttger, hoewel deze aan
sterke staaltjes gewend was, dat hij den vermeenden Marholm met open
mond aanstaarde.
„Maar dat is niet te gelooven,” mompelde hij.
„Wees zoo vriendelijk, mij den brief voor te lezen.”
Hij zag het fijne glimlachje niet, dat bij die woorden om den mond van
Raffles speelde.
Deze las:
Mijn waarde Baxter!
Ik heb gisteren den ouden Simpson, den diamanthandelaar, van wien gij mij mededeeldet,
dat hij allerlei vuile zaken doet, opgezocht en hem drieduizend pond sterling armer
gemaakt.
Hij nam een brief, die voorzien was van het wapen, van Lord Lister en
toonde dien den redacteur.
„Wees zoo goed, mij dien brief te geven,” sprak Mr. Röttger.
„Ik zal hem voorlezen, dat zal u voorloopig voldoende zijn. Het is een brief
van den beruchten John Raffles aan den inspecteur van politie. Daaruit zult
[7]gij zien, hoe het komt, dat Mr. Baxter tot dusverre den man nog niet heeft
gepakt.”
„Hoogst interessant! Hoogst interessant!” fluisterde de redacteur.
„Neen!” schreeuwde Raffles, „een schandaal is het! Het grootste schandaal
der geheele wereld. Deze politieinspecteur is de medeplichtige van den
grooten onbekende. Hij speelt met hem onder één hoedje, dat staat zwart op
wit in dezen brief.”
Deze openbaring werkte zoo electriseerend op Mr. Röttger, hoewel deze aan
sterke staaltjes gewend was, dat hij den vermeenden Marholm met open
mond aanstaarde.
„Maar dat is niet te gelooven,” mompelde hij.
„Wees zoo vriendelijk, mij den brief voor te lezen.”
Hij zag het fijne glimlachje niet, dat bij die woorden om den mond van
Raffles speelde.
Deze las:
Mijn waarde Baxter!
Ik heb gisteren den ouden Simpson, den diamanthandelaar, van wien gij mij mededeeldet,
dat hij allerlei vuile zaken doet, opgezocht en hem drieduizend pond sterling armer
gemaakt.
Page 24
Hierbij zend ik u een cheque van 1500 pond, de helft van den buit.
Hedenavond ben ik in het Piccadilly Restaurant onder de bekende vermomming. Vraag den
ober-kellner naar Mr. Thonet.
Wij zullen een paar flesschen champagne op het welslagen drinken.
Met vriendelijke groeten
JOHN C. RAFFLES.”
De kleine journalist snakte een oogenblik naar adem.
Dat was meer dan hij had verwacht.
Van zijn stoel opspringend, riep hij uit:
„Geef mij dien brief!”
„Het spijt mij,” sprak Raffles, „dit Schrijven zal ik zelf behouden. Maar
indien gij het wenscht, ben ik bereid, het bij een notaris te deponeeren, voor
het geval, dat men u een proces zou aandoen.”
„Gij hebt gelijk,” antwoordde Röttger, „dat is de juiste manier. Gij moet
bedenken, welke gevolgen het zou kunnen hebben, als ik er een artikel over
schrijf.
„Het is enorm—Raffles als compagnon van den politie-inspecteur Baxter!”
„O,” lachte de pseudo Marholm, „ik kan u nog veel mooiere dingen
vertellen. Verscheiden geheime opiumholen in Londen, kroeghouders zonder
vergunning, een dievenbende in Eastend, geheime speelhuizen, om kort te
gaan, ik kan u een lijst van ongeveer 80 personen verschaffen, welke allen
den inspecteur van politie vast salarieeren.”
„Gij zijt gek,” sprak Röttger. „Als ik in uw plaats was, dan had ik reeds
langen tijd geld geslagen uit de omstandigheid, dat gij dat alles weet en op
die wijze mijn schaapjes op het droge gebracht.”
Hedenavond ben ik in het Piccadilly Restaurant onder de bekende vermomming. Vraag den
ober-kellner naar Mr. Thonet.
Wij zullen een paar flesschen champagne op het welslagen drinken.
Met vriendelijke groeten
JOHN C. RAFFLES.”
De kleine journalist snakte een oogenblik naar adem.
Dat was meer dan hij had verwacht.
Van zijn stoel opspringend, riep hij uit:
„Geef mij dien brief!”
„Het spijt mij,” sprak Raffles, „dit Schrijven zal ik zelf behouden. Maar
indien gij het wenscht, ben ik bereid, het bij een notaris te deponeeren, voor
het geval, dat men u een proces zou aandoen.”
„Gij hebt gelijk,” antwoordde Röttger, „dat is de juiste manier. Gij moet
bedenken, welke gevolgen het zou kunnen hebben, als ik er een artikel over
schrijf.
„Het is enorm—Raffles als compagnon van den politie-inspecteur Baxter!”
„O,” lachte de pseudo Marholm, „ik kan u nog veel mooiere dingen
vertellen. Verscheiden geheime opiumholen in Londen, kroeghouders zonder
vergunning, een dievenbende in Eastend, geheime speelhuizen, om kort te
gaan, ik kan u een lijst van ongeveer 80 personen verschaffen, welke allen
den inspecteur van politie vast salarieeren.”
„Gij zijt gek,” sprak Röttger. „Als ik in uw plaats was, dan had ik reeds
langen tijd geld geslagen uit de omstandigheid, dat gij dat alles weet en op
die wijze mijn schaapjes op het droge gebracht.”
Page 25
„Bravo!” riep Raffles uit, „gij begrijpt mij, het doet mij genoegen, dat ik mij
tot u heb gewend.
„Ik wil, als ambtenaar, niet zelf in het openbaar tegen mijn chef optreden.
„Maar gij, een vreemdeling, een journalist, de redacteur van de beroemde
Alarmkreet, gij kunt hem de duimschroeven aanleggen en tot hem zeggen:
„„Of gij betaalt ons een flinke afkoopsom, of—”” Raffles maakte een
beweging, alsof hij iemand de keel afsneed.
„Fameus! Uitstekend!” riep de redacteur en wreef zich opnieuw in de
handen, „dat is een prachtige zaak.
„Hoe hoog is het tegoed, dat die heer op de Bank heeft?”
„Voor zoover ik weet, bedraagt het 15,000 pond sterling.”
„De man zal wel meer bezitten. Bedenk eens, wat dergelijke zaken voor een
winst opleveren! Reeds alleen zijn relatie met Raffles!”
„Zeker, zeker,” lachte de groote onbekende, „dat alleen moet den inspecteur
dit jaar minstens een kwart millioen hebben opgebracht.”
„Veel meer,” antwoordde Mr. Röttger, „de man heeft meer gestolen dan een
half millioen. Wat een prachtige zaak! Op deze wijze kunnen wij indirect de
winst deelen, die Raffles behaalt.”
„Dat wil ik juist,” riep Lord Lister uit, „en nu laat ik het aan u over, om de
zaak te regelen.”
De kleine journalist stond op en sprak:
„Laat ons dadelijk naar een notaris gaan, een afschrift maken van den brief
en het origineel daar deponeeren. Maar gij kent den inspecteur van politie
toch wel nauwkeurig?”
tot u heb gewend.
„Ik wil, als ambtenaar, niet zelf in het openbaar tegen mijn chef optreden.
„Maar gij, een vreemdeling, een journalist, de redacteur van de beroemde
Alarmkreet, gij kunt hem de duimschroeven aanleggen en tot hem zeggen:
„„Of gij betaalt ons een flinke afkoopsom, of—”” Raffles maakte een
beweging, alsof hij iemand de keel afsneed.
„Fameus! Uitstekend!” riep de redacteur en wreef zich opnieuw in de
handen, „dat is een prachtige zaak.
„Hoe hoog is het tegoed, dat die heer op de Bank heeft?”
„Voor zoover ik weet, bedraagt het 15,000 pond sterling.”
„De man zal wel meer bezitten. Bedenk eens, wat dergelijke zaken voor een
winst opleveren! Reeds alleen zijn relatie met Raffles!”
„Zeker, zeker,” lachte de groote onbekende, „dat alleen moet den inspecteur
dit jaar minstens een kwart millioen hebben opgebracht.”
„Veel meer,” antwoordde Mr. Röttger, „de man heeft meer gestolen dan een
half millioen. Wat een prachtige zaak! Op deze wijze kunnen wij indirect de
winst deelen, die Raffles behaalt.”
„Dat wil ik juist,” riep Lord Lister uit, „en nu laat ik het aan u over, om de
zaak te regelen.”
De kleine journalist stond op en sprak:
„Laat ons dadelijk naar een notaris gaan, een afschrift maken van den brief
en het origineel daar deponeeren. Maar gij kent den inspecteur van politie
toch wel nauwkeurig?”
Page 26
„Zeer zeker,” antwoordde Raffles, „ik werk reeds verscheiden jaren met
hem.”
„All right,” sprak de redacteur, „is hij buitengewoon dapper?”
„Volstrekt niet,” klonk het uit den mond van Raffles. [8]
„Gij denkt dus,” vervolgde de redacteur, „dat een brief reeds voldoende zou
zijn om hem te doen betalen?”
„Hij betaalt,” lachte Raffles.
„Hoeveel denkt gij, dat wij kunnen vorderen?”
John Raffles haalde de schouders op.
„Ik denk, dat wij voorloopig drieduizend pond sterling kunnen vragen, later
meer! Zijn geldbronnen zijn onuitputtelijk, zoolang hij samenwerkt met John
Raffles.”
„Gij hebt gelijk!” stemde de groote onbekende lachend toe, „wanneer
Raffles niet sterft, kunt gij jaren lang alleen van hem leven op een vorstelijke
manier!”
Met een duivelschen glimlach wreef de redacteur der Alarmkreet zich
opnieuw de magere handen, daarop nam hij zijn viezen hoed op en sprak:
„Ga nu met mij mee naar een notaris. Ik zal al het verdere in orde maken!”
Toen Raffles de trap afging, sprak hij tot zichzelf:
„Ziezoo, de val is dicht! Een van de heeren heb ik, de andere zal wel
volgen!” [9]
hem.”
„All right,” sprak de redacteur, „is hij buitengewoon dapper?”
„Volstrekt niet,” klonk het uit den mond van Raffles. [8]
„Gij denkt dus,” vervolgde de redacteur, „dat een brief reeds voldoende zou
zijn om hem te doen betalen?”
„Hij betaalt,” lachte Raffles.
„Hoeveel denkt gij, dat wij kunnen vorderen?”
John Raffles haalde de schouders op.
„Ik denk, dat wij voorloopig drieduizend pond sterling kunnen vragen, later
meer! Zijn geldbronnen zijn onuitputtelijk, zoolang hij samenwerkt met John
Raffles.”
„Gij hebt gelijk!” stemde de groote onbekende lachend toe, „wanneer
Raffles niet sterft, kunt gij jaren lang alleen van hem leven op een vorstelijke
manier!”
Met een duivelschen glimlach wreef de redacteur der Alarmkreet zich
opnieuw de magere handen, daarop nam hij zijn viezen hoed op en sprak:
„Ga nu met mij mee naar een notaris. Ik zal al het verdere in orde maken!”
Toen Raffles de trap afging, sprak hij tot zichzelf:
„Ziezoo, de val is dicht! Een van de heeren heb ik, de andere zal wel
volgen!” [9]
Page 27
[Inhoud]
Page 28
TWEEDE HOOFDSTUK.
Page 29
IN SCOTLAND YARD.
Detective Marholm, de secretaris en rechterhand van inspecteur Baxter, had
zich, zooals reeds herhaaldelijk was geschied, over zijn chef geërgerd.
Zijn chef, die zeer accuraat was, had hem een standje gegeven, omdat
Marholm bij het schrijven van de processen-verbaal geen zorg had gedragen
voor het vrij laten van een tweevingers breeden witten rand. Hij had de
vellen papier geheel beschreven en zoodoende den noodigen eerbied uit het
oog verloren.
„Het is om je dood te ergeren,” bulderde Marholm, „alsof het niet precies
hetzelfde is, of een rechter een volgeschreven blad krijgt dan wel een met
witten rand. Het komt immers op hetzelfde neer, de hoofdzaak is dat, wat er
op geschreven staat.
„Al die beuzelarijen hangen mij eigenlijk de keel uit!”
Verontwaardigd kauwde hij op zijn pennehouder en deed zijn best om nu aan
den voorgeschreven witten rand te denken.
En dat was, hoe belachelijk het ook moge schijnen, niet zoo gemakkelijk.
Zoodra Marholm aan het eind van een regel kwam, bevatte het woord, dat
hij juist schreef, eenige letters meer of hij was midden in een lettergreep en
met den besten wil van de wereld wist hij niet, waar hij met die overtollige
letters zou blijven, om een witten kant vrij te laten.
„Mooi,” mompelde hij tot zichzelf, „verder dan tot hier mag ik niet komen,
afkorten gaat niet, dus ik laat de rest van de letters eenvoudig weg.
„Laat anderen zich gek praktiseeren; als zij zoo op die tweevingers breeden
rand gesteld zijn, moeten zij ook maar trachten te begrijpen wat hier staat.
Detective Marholm, de secretaris en rechterhand van inspecteur Baxter, had
zich, zooals reeds herhaaldelijk was geschied, over zijn chef geërgerd.
Zijn chef, die zeer accuraat was, had hem een standje gegeven, omdat
Marholm bij het schrijven van de processen-verbaal geen zorg had gedragen
voor het vrij laten van een tweevingers breeden witten rand. Hij had de
vellen papier geheel beschreven en zoodoende den noodigen eerbied uit het
oog verloren.
„Het is om je dood te ergeren,” bulderde Marholm, „alsof het niet precies
hetzelfde is, of een rechter een volgeschreven blad krijgt dan wel een met
witten rand. Het komt immers op hetzelfde neer, de hoofdzaak is dat, wat er
op geschreven staat.
„Al die beuzelarijen hangen mij eigenlijk de keel uit!”
Verontwaardigd kauwde hij op zijn pennehouder en deed zijn best om nu aan
den voorgeschreven witten rand te denken.
En dat was, hoe belachelijk het ook moge schijnen, niet zoo gemakkelijk.
Zoodra Marholm aan het eind van een regel kwam, bevatte het woord, dat
hij juist schreef, eenige letters meer of hij was midden in een lettergreep en
met den besten wil van de wereld wist hij niet, waar hij met die overtollige
letters zou blijven, om een witten kant vrij te laten.
„Mooi,” mompelde hij tot zichzelf, „verder dan tot hier mag ik niet komen,
afkorten gaat niet, dus ik laat de rest van de letters eenvoudig weg.
„Laat anderen zich gek praktiseeren; als zij zoo op die tweevingers breeden
rand gesteld zijn, moeten zij ook maar trachten te begrijpen wat hier staat.
Page 30
Mij laat het verder koud.”
Zonder er verder over na te denken, schreef hij maar door en zoodra hij den
blanco rand genaderd was, eindigde hij het woord, dat hij bezig was te
schrijven, al mankeerden er ook nog tien letters aan.
Toen het koffieuurtje was genaderd, haalde hij zijn eenvoudige
boterhammen te voorschijn en begon te eten, terwijl de inspecteur zich uit
een naburige restauratie een warme lunch liet komen.
„Wacht,” dacht de vloo, zooals Marholm door zijn collega’s werd genoemd,
„ik zal je je biefstuk met een flinke dosis Raffles kruiden. Dan zal ze je zoo
zwaar in den maag liggen, dat je ze even moeilijk kunt verdragen dan je den
grooten onbekenden doet.”
De inspecteur van politie vermoedde niets van de booze plannen van zijn
secretaris en toen deze het laatste hapje van zijn boterham had gegeten,
terwijl Baxter aan zijn biefstuk begon, sprak hij:
„Het is toch eigenlijk onbegrijpelijk, dat wij gedurende de laatste weken
niets van Raffles hebben gehoord!”
Een woedende blik van den inspecteur trof Marholm.
Deze deed, alsof hij dit niet bemerkte en vervolgde:
„Waarschijnlijk zet hij een nieuw meesterstuk in elkaar, dat ons heele bureau
eerstdaags op den kop zet.
„Een geniale kerel die Raffles!”
Een kauwend gebrom van den politieinspecteur was het antwoord en deze
sprak:
„Gij ziet, Marholm, dat ik eet. Kunt jij met uw gezanik over Raffles niet
wachten totdat ik klaar ben? Gij weet immers, dat die naam voldoende is om
Zonder er verder over na te denken, schreef hij maar door en zoodra hij den
blanco rand genaderd was, eindigde hij het woord, dat hij bezig was te
schrijven, al mankeerden er ook nog tien letters aan.
Toen het koffieuurtje was genaderd, haalde hij zijn eenvoudige
boterhammen te voorschijn en begon te eten, terwijl de inspecteur zich uit
een naburige restauratie een warme lunch liet komen.
„Wacht,” dacht de vloo, zooals Marholm door zijn collega’s werd genoemd,
„ik zal je je biefstuk met een flinke dosis Raffles kruiden. Dan zal ze je zoo
zwaar in den maag liggen, dat je ze even moeilijk kunt verdragen dan je den
grooten onbekenden doet.”
De inspecteur van politie vermoedde niets van de booze plannen van zijn
secretaris en toen deze het laatste hapje van zijn boterham had gegeten,
terwijl Baxter aan zijn biefstuk begon, sprak hij:
„Het is toch eigenlijk onbegrijpelijk, dat wij gedurende de laatste weken
niets van Raffles hebben gehoord!”
Een woedende blik van den inspecteur trof Marholm.
Deze deed, alsof hij dit niet bemerkte en vervolgde:
„Waarschijnlijk zet hij een nieuw meesterstuk in elkaar, dat ons heele bureau
eerstdaags op den kop zet.
„Een geniale kerel die Raffles!”
Een kauwend gebrom van den politieinspecteur was het antwoord en deze
sprak:
„Gij ziet, Marholm, dat ik eet. Kunt jij met uw gezanik over Raffles niet
wachten totdat ik klaar ben? Gij weet immers, dat die naam voldoende is om
Page 31
mij allen eetlust te benemen!”
„Jawel,” knikte de vloo, „dat weet ik.”
„Voor den duivel, Sir!” schreeuwde Baxter, „gij bekent dus, dat gij mij mijn
eten wilt bederven?”
„Ja,” antwoordde de vloo op onverschilligen toon.
De politieinspecteur hijgde naar lucht.
Deze brutaliteit was toch wel wat heel erg. [10]
„Wat bezielt u? Ik zal dit onthouden! Ik zal u aanklagen wegens
insubordinatie in den dienst!”
„Wij hebben nu geen dienst,” antwoordde Marholm, „nu eten wij. Op het
oogenblik zijn wij alle twee particuliere personen en gij weet, dat ik dan
volgens de Engelsche wet mag zeggen wat ik wil. Dat kan mij zelfs de
Koning van Engeland niet beletten, want ik ben Engelsch Staatsburger. En
voor de rest wreek ik mij een beetje op u. Gij hebt mij met uw
tweevingersbreeden witten rand eveneens den eetlust bedorven.”
Inspecteur Baxter zette een gezicht als een onderwijzer van een volksschool,
die de kinderen de zondenval van Adam en Eva gaat vertellen.
Vol geleerdheid begon hij:
„Het is een voorschrift van den Lord Major van Londen, dat elk officieel
stuk een tweevingers breeden witten rand aan de rechterzijde moet hebben.
Deze wet stamt uit het jaar 1680 en is tot dusverre steeds gerespecteerd. Gij
hebt niet het recht, gij, detective Marholm, om deze oude wet op
anarchistische wijze met voeten te trappen.
„Maar het vervloekte moderne socialisme schijnt zich ook in uw hersens te
hebben genesteld, gij wenscht u niet meer te storen aan dergelijke oude
„Jawel,” knikte de vloo, „dat weet ik.”
„Voor den duivel, Sir!” schreeuwde Baxter, „gij bekent dus, dat gij mij mijn
eten wilt bederven?”
„Ja,” antwoordde de vloo op onverschilligen toon.
De politieinspecteur hijgde naar lucht.
Deze brutaliteit was toch wel wat heel erg. [10]
„Wat bezielt u? Ik zal dit onthouden! Ik zal u aanklagen wegens
insubordinatie in den dienst!”
„Wij hebben nu geen dienst,” antwoordde Marholm, „nu eten wij. Op het
oogenblik zijn wij alle twee particuliere personen en gij weet, dat ik dan
volgens de Engelsche wet mag zeggen wat ik wil. Dat kan mij zelfs de
Koning van Engeland niet beletten, want ik ben Engelsch Staatsburger. En
voor de rest wreek ik mij een beetje op u. Gij hebt mij met uw
tweevingersbreeden witten rand eveneens den eetlust bedorven.”
Inspecteur Baxter zette een gezicht als een onderwijzer van een volksschool,
die de kinderen de zondenval van Adam en Eva gaat vertellen.
Vol geleerdheid begon hij:
„Het is een voorschrift van den Lord Major van Londen, dat elk officieel
stuk een tweevingers breeden witten rand aan de rechterzijde moet hebben.
Deze wet stamt uit het jaar 1680 en is tot dusverre steeds gerespecteerd. Gij
hebt niet het recht, gij, detective Marholm, om deze oude wet op
anarchistische wijze met voeten te trappen.
„Maar het vervloekte moderne socialisme schijnt zich ook in uw hersens te
hebben genesteld, gij wenscht u niet meer te storen aan dergelijke oude
Page 32
voorschriften.
„Ik merk ook uit uw gedrag jegens mijn persoon, dat gij allen eerbied, dien
gij mij als uw chef verschuldigd zijt, opzettelijk uit het oog verliest.”
Marholm glimlachte ironisch.
„Heer inspecteur,” antwoordde hij op denzelfden zalvenden toon, dien
Baxter had aangeslagen, „het komt niet in mij op, mij te vergrijpen aan de
eeuwenoude wetten van ons koninkrijk en ik zie in, dat ik een afschuwelijk
mensch ben, om den rand van twee vingers breed te willen weglaten.
„Voortaan zal ik dergelijke abnormale afwijkingen niet meer hebben, dat
beloof ik u. Gij zult u nooit meer behoeven te beklagen, dat ik u beleedig.
„Maar dit alles verandert niets aan het feit, dat Raffles sinds vier weken niets
van zich heeft laten hooren, dat Raffles— — —”
„Houd op, houd op!” schreeuwde de inspecteur van politie, „ik wil niets
meer hooren! Ik wil er niets meer van weten! De duivel moge Raffles halen.
„Ik wensch nu mijn biefstuk rustig op te eten en daarvoor heb ik noch u,
noch Raffles noodig, die kauw ik liever zelf.”
Marholm, die zag, dat hij zich voldoende gewroken had, stak zijn neus weer
in de papieren en zweeg.
Nadat hij een poosje geschreven had, sprak hij op half luiden toon, zoodat
Baxter het moest hooren:
„De onbekende misdadiger is tot dusverre nog niet door Scotland Yard
ontdekt.”
Baxter keek van terzijde naar hem.
„Wat mompelt gij daar?”
„Ik merk ook uit uw gedrag jegens mijn persoon, dat gij allen eerbied, dien
gij mij als uw chef verschuldigd zijt, opzettelijk uit het oog verliest.”
Marholm glimlachte ironisch.
„Heer inspecteur,” antwoordde hij op denzelfden zalvenden toon, dien
Baxter had aangeslagen, „het komt niet in mij op, mij te vergrijpen aan de
eeuwenoude wetten van ons koninkrijk en ik zie in, dat ik een afschuwelijk
mensch ben, om den rand van twee vingers breed te willen weglaten.
„Voortaan zal ik dergelijke abnormale afwijkingen niet meer hebben, dat
beloof ik u. Gij zult u nooit meer behoeven te beklagen, dat ik u beleedig.
„Maar dit alles verandert niets aan het feit, dat Raffles sinds vier weken niets
van zich heeft laten hooren, dat Raffles— — —”
„Houd op, houd op!” schreeuwde de inspecteur van politie, „ik wil niets
meer hooren! Ik wil er niets meer van weten! De duivel moge Raffles halen.
„Ik wensch nu mijn biefstuk rustig op te eten en daarvoor heb ik noch u,
noch Raffles noodig, die kauw ik liever zelf.”
Marholm, die zag, dat hij zich voldoende gewroken had, stak zijn neus weer
in de papieren en zweeg.
Nadat hij een poosje geschreven had, sprak hij op half luiden toon, zoodat
Baxter het moest hooren:
„De onbekende misdadiger is tot dusverre nog niet door Scotland Yard
ontdekt.”
Baxter keek van terzijde naar hem.
„Wat mompelt gij daar?”
Page 33
„O, mompelde ik iets!” vroeg de vloo. „Ik meende dat ik schreef en wel iets,
waarvan ik ’s nachts in mijn slaap droom.
„Ik zou willen voorstellen, om die woorden te laten hectografeeren, dat zou
mij veel tijd besparen, daar ik hem geregeld elken dag aan den Lord Major
moet schrijven.”
„Welken zin?” vroeg Baxter, hoewel hij vist wat Marholm bedoelde.
„De onbekende misdadiger is ondanks de ijverigste nasporing van den
politieinspecteur Baxter en diens detectives tot op heden nog niet ontdekt.”
„Laat mijn naam er buiten,” schreeuwde Baxter en zijn gelaat werd
purperrood.
„Waarom,” meesmuilde de vloo, „dacht gij, dat de Lord Mayor niet weet, dat
gij de inspecteur van politie van Scotland Yard zijt?”
„Dat wel,” bromde Baxter, „maar het is niet noodig, dat het neergeschreven
wordt.”
„Och, kom,” sprak Marholm, „geneert gij u? Zal ik u eens wat zeggen? Op
den dag, waarop ik eindelijk zal moeten schrijven, dat wij den grooten
onbekende in handen hebben, neem ik een pen van vijf karaats goud, gouden
inkt en dan laat ik het stuk in een lijst zetten.”
„Gij schijnt vandaag bijzonder geestig te zijn,” sprak Baxter. „Wij hebben in
den loop der laatste maand 380 personen gevangen genomen.”
„Dat is waar!” klonk het op spottenden toon uit Marholm’s mond.
„Nu dan!”
„Ja, dat is waar,” herhaalde de vloo, „maar dat waren bekende misdadigers.
Ik zeg maar: De onbekende misdadigers, de groote onbekenden, zooals
bijvoorbeeld Raffles— —”
waarvan ik ’s nachts in mijn slaap droom.
„Ik zou willen voorstellen, om die woorden te laten hectografeeren, dat zou
mij veel tijd besparen, daar ik hem geregeld elken dag aan den Lord Major
moet schrijven.”
„Welken zin?” vroeg Baxter, hoewel hij vist wat Marholm bedoelde.
„De onbekende misdadiger is ondanks de ijverigste nasporing van den
politieinspecteur Baxter en diens detectives tot op heden nog niet ontdekt.”
„Laat mijn naam er buiten,” schreeuwde Baxter en zijn gelaat werd
purperrood.
„Waarom,” meesmuilde de vloo, „dacht gij, dat de Lord Mayor niet weet, dat
gij de inspecteur van politie van Scotland Yard zijt?”
„Dat wel,” bromde Baxter, „maar het is niet noodig, dat het neergeschreven
wordt.”
„Och, kom,” sprak Marholm, „geneert gij u? Zal ik u eens wat zeggen? Op
den dag, waarop ik eindelijk zal moeten schrijven, dat wij den grooten
onbekende in handen hebben, neem ik een pen van vijf karaats goud, gouden
inkt en dan laat ik het stuk in een lijst zetten.”
„Gij schijnt vandaag bijzonder geestig te zijn,” sprak Baxter. „Wij hebben in
den loop der laatste maand 380 personen gevangen genomen.”
„Dat is waar!” klonk het op spottenden toon uit Marholm’s mond.
„Nu dan!”
„Ja, dat is waar,” herhaalde de vloo, „maar dat waren bekende misdadigers.
Ik zeg maar: De onbekende misdadigers, de groote onbekenden, zooals
bijvoorbeeld Raffles— —”
Page 34
Baxter schoof onrustig op zijn stoel heen en weer en voelde zich niets op
zijn gemak.
„Kijk eens,” vervolgde de vloo, „daar hebben wij dien schurk, die in Eastend
een dozijn vrouwen een messteek heeft gegeven, wij hebben inbrekers-
moordenaars, wier misdaden ten hemel schreien en waarvoor onze galgen
bestemd zijn—maar de kroon op alles wordt ten slotte toch gezet door den
wereldberoemden [11]grooten onbekende, onzen langgezochten vriend
Raffles— —”
Bom!
Een vuistslag van Baxter kwam donderend op de schrijftafel neer, zoodat de
inkt omhoog spatte.
„Houd op, vervloekte kerel, houd uw mond! Gij schijnt uw best te doen om
verslaggever te worden. Ik zal u laten verplaatsen.”
„Hoe eer hoe liever,” zuchtte de vloo, „dat is mijn vurigste wensch.
„De duivel moge den onderwijzer halen, die mij heeft leeren schrijven. Aan
hem heb ik dit ellendige baantje van secretaris te danken.
„En dat ik geen detective kan zijn, is uw schuld. Maar ik heb mijzelf plechtig
beloofd, alles in het werk te stellen om hier vandaan te komen en weer in de
buitenlucht te werken.
„Ik ken helaas onder mijn collega’s geen enkelen, die behalve zijn naam en
een rapport vol fouten, in staat zou zijn om een acte leesbaar en duidelijk op
papier te brengen.
„Maar dit zeg ik u: Zoodra ik een Ier of voor mijn part een Schot vind, die in
staat is om een Engelschen zin zonder fouten te schrijven, dan komt hij zoo
stellig en zeker hier in mijn plaats, als twee maal twee vier is.
zijn gemak.
„Kijk eens,” vervolgde de vloo, „daar hebben wij dien schurk, die in Eastend
een dozijn vrouwen een messteek heeft gegeven, wij hebben inbrekers-
moordenaars, wier misdaden ten hemel schreien en waarvoor onze galgen
bestemd zijn—maar de kroon op alles wordt ten slotte toch gezet door den
wereldberoemden [11]grooten onbekende, onzen langgezochten vriend
Raffles— —”
Bom!
Een vuistslag van Baxter kwam donderend op de schrijftafel neer, zoodat de
inkt omhoog spatte.
„Houd op, vervloekte kerel, houd uw mond! Gij schijnt uw best te doen om
verslaggever te worden. Ik zal u laten verplaatsen.”
„Hoe eer hoe liever,” zuchtte de vloo, „dat is mijn vurigste wensch.
„De duivel moge den onderwijzer halen, die mij heeft leeren schrijven. Aan
hem heb ik dit ellendige baantje van secretaris te danken.
„En dat ik geen detective kan zijn, is uw schuld. Maar ik heb mijzelf plechtig
beloofd, alles in het werk te stellen om hier vandaan te komen en weer in de
buitenlucht te werken.
„Ik ken helaas onder mijn collega’s geen enkelen, die behalve zijn naam en
een rapport vol fouten, in staat zou zijn om een acte leesbaar en duidelijk op
papier te brengen.
„Maar dit zeg ik u: Zoodra ik een Ier of voor mijn part een Schot vind, die in
staat is om een Engelschen zin zonder fouten te schrijven, dan komt hij zoo
stellig en zeker hier in mijn plaats, als twee maal twee vier is.
Page 35
„Als gij mij met verplaatsing dreigt, dan doet gij mij het grootst mogelijk
genoegen.
„Ik smeek elken avond den hemel, dat hij u uw plan mag laten volvoeren om
mij de deur uit te gooien. De pers maakt ons elk oogenblik belachelijk. Want
omdat ik uw rechterhand ben, ben ik er mede verantwoordelijk voor, dat
Raffles—”
„Kerel, zwijg!” bulderde Baxter met een nieuwen vuistslag.
Op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt.
Met een zucht van verlichting riep Baxter:
„Binnen!”
De dienstdoende beambte, die bezoekers aan moest dienen, trad binnen,
bleef in eerbiedige houding bij de deur staan en meldde:
„Twee heeren, een zekere Mr. Kroyzer en een Mr. Röttger wenschen u te
spreken.”
„Laat de heeren binnenkomen,” sprak Baxter. Hij nam aan zijn schrijftafel
plaats en deed, alsof hij druk bezig was. Hij doopte de pen in en zette zijn
naam onder de opgestapelde acten en papieren.
Terwijl Baxter onder het eerste stuk met stijlschrift zijn naam plaatste,
kwamen de heeren vertegenwoordigers van de Alarmkreet de kamer binnen.
Baxter keek de heeren met scherpen blik aan.
„Pardon, heer inspecteur,” sprak de redacteur der courant, terwijl hij
langzaam Baxter naderde, „wij hebben een zeer kiesche aangelegenheid met
u te bespreken.”
genoegen.
„Ik smeek elken avond den hemel, dat hij u uw plan mag laten volvoeren om
mij de deur uit te gooien. De pers maakt ons elk oogenblik belachelijk. Want
omdat ik uw rechterhand ben, ben ik er mede verantwoordelijk voor, dat
Raffles—”
„Kerel, zwijg!” bulderde Baxter met een nieuwen vuistslag.
Op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt.
Met een zucht van verlichting riep Baxter:
„Binnen!”
De dienstdoende beambte, die bezoekers aan moest dienen, trad binnen,
bleef in eerbiedige houding bij de deur staan en meldde:
„Twee heeren, een zekere Mr. Kroyzer en een Mr. Röttger wenschen u te
spreken.”
„Laat de heeren binnenkomen,” sprak Baxter. Hij nam aan zijn schrijftafel
plaats en deed, alsof hij druk bezig was. Hij doopte de pen in en zette zijn
naam onder de opgestapelde acten en papieren.
Terwijl Baxter onder het eerste stuk met stijlschrift zijn naam plaatste,
kwamen de heeren vertegenwoordigers van de Alarmkreet de kamer binnen.
Baxter keek de heeren met scherpen blik aan.
„Pardon, heer inspecteur,” sprak de redacteur der courant, terwijl hij
langzaam Baxter naderde, „wij hebben een zeer kiesche aangelegenheid met
u te bespreken.”
Page 36
„Ik ben tot uw dienst,” antwoordde Baxter, „als gij mij maar wilt zeggen,
wat gij wenscht. Maar weest kort, want mijn tijd is beperkt.”
„Dat mocht zoo zijn!” dacht Marholm. „Hij moet zijn biefstuk verteren.”
„Wij zouden u gaarne onder vier oogen spreken, heer inspecteur,” sprak Mr.
Röttger, „wat wij u hebben te zeggen betreft u persoonlijk.”
Baxter werd onrustig.
Deze woorden maakten hem zenuwachtig. Wat wilde deze man van hem?
Het was alsof de vreemde bezoeker zijn superieur was, die hem ter
verantwoording kwam roepen.
„Het spijt mij,” antwoordde hij schouderophalend, „mijn persoonlijke
aangelegenheden kan ik hier gedurende mijn diensttijd niet behandelen. Dan
moet gij mij in mijn woning bezoeken.
„Met wien heb ik de eer?”
De kleine redacteur stak de borst vooruit als een haan op een mesthoop en
kraaide:
„Mijn naam is Röttger. Ik ben de redacteur van de Alarmkreet.”
Als antwoord weerklonk een luide kuch van Marholm en dat klonk zoo
spottend, dat de kleine, magere redacteur den detective woedend aankeek en
hem met een minachtenden blik opnam.
Baxter daarentegen kreeg, toen hij vernam wie Röttger was, een panischen
schrik.
Zijn particuliere leven was ten gevolge van de vele Don Juan-streken, die hij
steeds uithaalde, niet vrij van smet of blaam, zoodat hij vroeg of laat een
schandaal vreesde.
wat gij wenscht. Maar weest kort, want mijn tijd is beperkt.”
„Dat mocht zoo zijn!” dacht Marholm. „Hij moet zijn biefstuk verteren.”
„Wij zouden u gaarne onder vier oogen spreken, heer inspecteur,” sprak Mr.
Röttger, „wat wij u hebben te zeggen betreft u persoonlijk.”
Baxter werd onrustig.
Deze woorden maakten hem zenuwachtig. Wat wilde deze man van hem?
Het was alsof de vreemde bezoeker zijn superieur was, die hem ter
verantwoording kwam roepen.
„Het spijt mij,” antwoordde hij schouderophalend, „mijn persoonlijke
aangelegenheden kan ik hier gedurende mijn diensttijd niet behandelen. Dan
moet gij mij in mijn woning bezoeken.
„Met wien heb ik de eer?”
De kleine redacteur stak de borst vooruit als een haan op een mesthoop en
kraaide:
„Mijn naam is Röttger. Ik ben de redacteur van de Alarmkreet.”
Als antwoord weerklonk een luide kuch van Marholm en dat klonk zoo
spottend, dat de kleine, magere redacteur den detective woedend aankeek en
hem met een minachtenden blik opnam.
Baxter daarentegen kreeg, toen hij vernam wie Röttger was, een panischen
schrik.
Zijn particuliere leven was ten gevolge van de vele Don Juan-streken, die hij
steeds uithaalde, niet vrij van smet of blaam, zoodat hij vroeg of laat een
schandaal vreesde.
Page 37
Ongetwijfeld betrof het bezoek van deze gevaarlijke heeren zijn galante
avonturen.
„Laat mij eenige oogenblikken met de heeren alleen,” sprak hij tot Marholm.
De vloo kon niet snel genoeg de kamer verlaten.
Hij was altijd blij van zijn bundels acten weg te komen.
Toen hij in de voorkamer was, stopte hij op zijn gemak een pijpje, stak dat
aan en daar hij er belang in stelde om te weten, wat de beide journalisten bij
zijn chef kwamen doen, luisterde hij met zijn oor tegen een [12]dunne plek,
waarop hij, om ze gemakkelijk terug te kunnen vinden, een kruisje had
geteekend.
Dichtbij hem bevond zich het kijkgaatje, bedekt door een metalen klepje, dat
hem in staat stelde om in de kamer te kunnen kijken. Baxter had deze
spionnage-opening laten aanbrengen, om Marholm bij den arbeid ongezien
te kunnen gadeslaan.
Hij dacht er niet aan, dat zijn beambten het wederkeerig tegenover hem zelf
konden gebruiken.
Duidelijk hoorde Marholm het volgende gesprek:
„Gij weet,” sprak Mr. Röttger, „dat ik redacteur ben van de Alarmkreet, de
onpartijdige, bekende courant, die strijdt voor recht en waarheid.
„Het is het doel van ons blad om alle mistoestanden, die wij ontdekken,
zonder aanzien des persoons, aan de openbaarheid prijs te geven, ten einde
ze te verbeteren.
„Wij zijn strijders voor recht en billijkheid, wij wenschen de modderpoelen
der moderne maatschappij met harde bezems te reinigen, wij strijden tegen
al het onrechtvaardige, dat om ons heen geschiedt!”
avonturen.
„Laat mij eenige oogenblikken met de heeren alleen,” sprak hij tot Marholm.
De vloo kon niet snel genoeg de kamer verlaten.
Hij was altijd blij van zijn bundels acten weg te komen.
Toen hij in de voorkamer was, stopte hij op zijn gemak een pijpje, stak dat
aan en daar hij er belang in stelde om te weten, wat de beide journalisten bij
zijn chef kwamen doen, luisterde hij met zijn oor tegen een [12]dunne plek,
waarop hij, om ze gemakkelijk terug te kunnen vinden, een kruisje had
geteekend.
Dichtbij hem bevond zich het kijkgaatje, bedekt door een metalen klepje, dat
hem in staat stelde om in de kamer te kunnen kijken. Baxter had deze
spionnage-opening laten aanbrengen, om Marholm bij den arbeid ongezien
te kunnen gadeslaan.
Hij dacht er niet aan, dat zijn beambten het wederkeerig tegenover hem zelf
konden gebruiken.
Duidelijk hoorde Marholm het volgende gesprek:
„Gij weet,” sprak Mr. Röttger, „dat ik redacteur ben van de Alarmkreet, de
onpartijdige, bekende courant, die strijdt voor recht en waarheid.
„Het is het doel van ons blad om alle mistoestanden, die wij ontdekken,
zonder aanzien des persoons, aan de openbaarheid prijs te geven, ten einde
ze te verbeteren.
„Wij zijn strijders voor recht en billijkheid, wij wenschen de modderpoelen
der moderne maatschappij met harde bezems te reinigen, wij strijden tegen
al het onrechtvaardige, dat om ons heen geschiedt!”
Page 38
„Mooi,” antwoordde Baxter, „dat heb ik begrepen, maar nu zou ik wel eens
willen weten, wat gij van mij wenscht. Ik was in het geheel niet nieuwsgierig
naar een lofzang op uw courant.”
„Hoe?” piepte de kleine redacteur, „denkt gij soms, dat ik zonder doel tegen
u sta te redeneeren? Mijnheer, mijn woorden zijn voor mij de tolken van
mijn gedachten.
„Elke letter is goed doordacht, er is geen overbodig woord bij, kortom, ik
herhaal u, dat ik strijd voor recht en waarheid!”
„Een kolossale kerel!” mompelde de vloo aan de andere zijde van de deur,
„de vingers jeuken mij om hem eens flink op een zeker lichaamsdeel te
ranselen.
„Hij ziet eruit als iemand, die aan de galg is ontsnapt en hij spreekt als een
officier van het heilsleger. Een nette jongen!”
„Laat mij ook eens even aan het woord,” sprak nu de mooie Guido terwijl hij
zijn zakdoek te voorschijn haalde en zich op kokette wijze frissche lucht
toewuifde.
De tabaksrook scheen hem te hinderen. Hij was in dit opzicht zeer
fijngevoelig.
„Wij hebben gisteren,” zoo begon hij, „een opzienwekkende mededeeling
gekregen. Het betreft Raffles.”
„Oef!” zuchtte de inspecteur van politie, zijn bezoekers aankijkend, alsof hij
hen de deur uit wilde gooien.
Raffles scheen vandaag onophoudelijk zijn nachtmerrie te moeten zijn.
„Waar is Raffles?” vroeg Baxter eindelijk. „Hebt gij hem ontdekt?”
willen weten, wat gij van mij wenscht. Ik was in het geheel niet nieuwsgierig
naar een lofzang op uw courant.”
„Hoe?” piepte de kleine redacteur, „denkt gij soms, dat ik zonder doel tegen
u sta te redeneeren? Mijnheer, mijn woorden zijn voor mij de tolken van
mijn gedachten.
„Elke letter is goed doordacht, er is geen overbodig woord bij, kortom, ik
herhaal u, dat ik strijd voor recht en waarheid!”
„Een kolossale kerel!” mompelde de vloo aan de andere zijde van de deur,
„de vingers jeuken mij om hem eens flink op een zeker lichaamsdeel te
ranselen.
„Hij ziet eruit als iemand, die aan de galg is ontsnapt en hij spreekt als een
officier van het heilsleger. Een nette jongen!”
„Laat mij ook eens even aan het woord,” sprak nu de mooie Guido terwijl hij
zijn zakdoek te voorschijn haalde en zich op kokette wijze frissche lucht
toewuifde.
De tabaksrook scheen hem te hinderen. Hij was in dit opzicht zeer
fijngevoelig.
„Wij hebben gisteren,” zoo begon hij, „een opzienwekkende mededeeling
gekregen. Het betreft Raffles.”
„Oef!” zuchtte de inspecteur van politie, zijn bezoekers aankijkend, alsof hij
hen de deur uit wilde gooien.
Raffles scheen vandaag onophoudelijk zijn nachtmerrie te moeten zijn.
„Waar is Raffles?” vroeg Baxter eindelijk. „Hebt gij hem ontdekt?”
Page 39
De redacteur en de mooie Guido zetten een gezicht als een Engelsche Lady,
wanneer iemand in haar nabijheid sterk naar alcohol riekt.
„Neen,” sprak de mooie Guido, „het ontdekken van Raffles kunnen wij
gerust aan u overlaten.
„Wij zijn geen detectives, wij zijn courantenmenschen!
„Maar wij hebben een andere ontdekking gedaan, die u en het publiek zeker
sterk zullen interesseeren.”
„En dat is?”
De mooie Guido wachtte even, zooals een krokodil doet, die zijn slachtoffer
reeds in den muil heeft en het in het volgend oogenblik naar binnen wil
slikken.
Een duivelsche grijns misvormde zijn gelaat, hij haalde zijn monocle uit zijn
vestzakje te voorschijn, beademde dat, poetste het op aan zijn linkermouw
en klemde het daarop in zijn oog.
Hij keek den politie-inspecteur scherp aan in de houding van Lord
Chamberlain en sprak:
„Hebt gij inderdaad geen vermoeden, welke ontdekking wij in het algemeen
belang hebben gedaan?”
„Sir!” stoof Baxter op, „ik ben niet van plan, mij raadsels door u te laten
opgeven. Vertel mij duidelijk, wat gij van mij wenscht en spreekt niet zoo
onbegrijpelijk.”
„Mooi!” kraaide de magere redacteur, „dan zal ik het u vertellen.
„Wij hebben een brief ontvangen en in ons bezit gekregen, die aan u is
geschreven door Raffles.”
wanneer iemand in haar nabijheid sterk naar alcohol riekt.
„Neen,” sprak de mooie Guido, „het ontdekken van Raffles kunnen wij
gerust aan u overlaten.
„Wij zijn geen detectives, wij zijn courantenmenschen!
„Maar wij hebben een andere ontdekking gedaan, die u en het publiek zeker
sterk zullen interesseeren.”
„En dat is?”
De mooie Guido wachtte even, zooals een krokodil doet, die zijn slachtoffer
reeds in den muil heeft en het in het volgend oogenblik naar binnen wil
slikken.
Een duivelsche grijns misvormde zijn gelaat, hij haalde zijn monocle uit zijn
vestzakje te voorschijn, beademde dat, poetste het op aan zijn linkermouw
en klemde het daarop in zijn oog.
Hij keek den politie-inspecteur scherp aan in de houding van Lord
Chamberlain en sprak:
„Hebt gij inderdaad geen vermoeden, welke ontdekking wij in het algemeen
belang hebben gedaan?”
„Sir!” stoof Baxter op, „ik ben niet van plan, mij raadsels door u te laten
opgeven. Vertel mij duidelijk, wat gij van mij wenscht en spreekt niet zoo
onbegrijpelijk.”
„Mooi!” kraaide de magere redacteur, „dan zal ik het u vertellen.
„Wij hebben een brief ontvangen en in ons bezit gekregen, die aan u is
geschreven door Raffles.”
Page 40
Baxter zette verbaasde oogen op.
Hij ontving meermalen brieven van Raffles en aangenaam waren ze hem
nooit.
Hij had ze allemaal genummerd in een lade van zijn schrijftafel weggesloten
en kon niet begrijpen, hoe een dezer brieven in handen van die twee heeren
geraakt kon zijn.
Als dat werkelijk het geval was, dan was het zeer onaangenaam voor hem.
Hij dacht even na en kwam tot het resultaat, dat het in elk geval goed voor
hem zou zijn, het met het tweetal op een accoordje te gooien want wanneer
een dezer brieven werd gepubliceerd, zou geheel Londen zich ten zijnen
koste amuseeren en de spotbladen opnieuw werk krijgen.
Hij haatte deze tijdschriften, die, dank zij Raffles, [13]reeds maandenlang den
spot dreven met den inspecteur van Scotland Yard.
Raffles had hem op die manier zoo populair gemaakt, alsof hij de koning in
eigen persoon ware.
Hij trok de la van zijn schrijftafel open, om er zich voor alles van te
overtuigen, of alle brieven van Raffles nog in zijn bezit waren.
Mr. Röttger, die de bewegingen van Baxter volgde, zag dadelijk, wat deze
van plan was.
Hij lachte hoonend en sprak:
„Gij zult tevergeefs naar den brief zoeken, die in onze handen is. Het
schrijven is toevallig niet aan zijn adres gekomen, door iemand, die u niet
genegen is, onderschept en bij ons gebracht.”
Baxter vroeg op zenuwachtigen toon:
Hij ontving meermalen brieven van Raffles en aangenaam waren ze hem
nooit.
Hij had ze allemaal genummerd in een lade van zijn schrijftafel weggesloten
en kon niet begrijpen, hoe een dezer brieven in handen van die twee heeren
geraakt kon zijn.
Als dat werkelijk het geval was, dan was het zeer onaangenaam voor hem.
Hij dacht even na en kwam tot het resultaat, dat het in elk geval goed voor
hem zou zijn, het met het tweetal op een accoordje te gooien want wanneer
een dezer brieven werd gepubliceerd, zou geheel Londen zich ten zijnen
koste amuseeren en de spotbladen opnieuw werk krijgen.
Hij haatte deze tijdschriften, die, dank zij Raffles, [13]reeds maandenlang den
spot dreven met den inspecteur van Scotland Yard.
Raffles had hem op die manier zoo populair gemaakt, alsof hij de koning in
eigen persoon ware.
Hij trok de la van zijn schrijftafel open, om er zich voor alles van te
overtuigen, of alle brieven van Raffles nog in zijn bezit waren.
Mr. Röttger, die de bewegingen van Baxter volgde, zag dadelijk, wat deze
van plan was.
Hij lachte hoonend en sprak:
„Gij zult tevergeefs naar den brief zoeken, die in onze handen is. Het
schrijven is toevallig niet aan zijn adres gekomen, door iemand, die u niet
genegen is, onderschept en bij ons gebracht.”
Baxter vroeg op zenuwachtigen toon:
Page 41
„Is dat een feit? Men heeft den brief onderschept? Duivels—zou detective
Marholm—”
Bij het hooren van dezen naam trapte de redacteur den mooien Guido op de
teenen.
De zaak was in orde.
Hij had nu vasten grond onder de voeten.
Tot nu toe was hij er nog niet geheel zeker van geweest, of de beambte
inderdaad in staat was, zich brieven, geadresseerd aan den politie-inspecteur,
toe te eigenen.
Nu hoorde hij het van Baxter zelf, dat dit wel mogelijk was.
Hij besloot nu, geen medelijden te hebben en eischen te gaan stellen.
„Ja, mijn waarde heer inspecteur, daarom sprak ik zooeven over recht en
waarheid.
„De brief behelsde zeer compromitteerende dingen voor u en gij hebt het
alleen te danken aan onze fatsoenlijke manier van handelen, dat wij u komen
opzoeken en den inhoud van den brief niet eenvoudig openbaar maken.
„Uit uw verhouding tot Raffles, die wij tot in de kleinste bijzonderheden
kennen, ik herhaal het—” hij drukte den klemtoon op elken lettergreep—„tot
in de kleinste bijzonderheden! zult gij kunnen besluiten, hoeveel een
dergelijke wetenschap ons waard is?!
„Dat kost u minstens, als wij den brief, publiceeren, uw betrekking.”
Nu brak het angstzweet den inspecteur uit.
De kleine redacteur wreef zich innig voldaan de handen.
Marholm—”
Bij het hooren van dezen naam trapte de redacteur den mooien Guido op de
teenen.
De zaak was in orde.
Hij had nu vasten grond onder de voeten.
Tot nu toe was hij er nog niet geheel zeker van geweest, of de beambte
inderdaad in staat was, zich brieven, geadresseerd aan den politie-inspecteur,
toe te eigenen.
Nu hoorde hij het van Baxter zelf, dat dit wel mogelijk was.
Hij besloot nu, geen medelijden te hebben en eischen te gaan stellen.
„Ja, mijn waarde heer inspecteur, daarom sprak ik zooeven over recht en
waarheid.
„De brief behelsde zeer compromitteerende dingen voor u en gij hebt het
alleen te danken aan onze fatsoenlijke manier van handelen, dat wij u komen
opzoeken en den inhoud van den brief niet eenvoudig openbaar maken.
„Uit uw verhouding tot Raffles, die wij tot in de kleinste bijzonderheden
kennen, ik herhaal het—” hij drukte den klemtoon op elken lettergreep—„tot
in de kleinste bijzonderheden! zult gij kunnen besluiten, hoeveel een
dergelijke wetenschap ons waard is?!
„Dat kost u minstens, als wij den brief, publiceeren, uw betrekking.”
Nu brak het angstzweet den inspecteur uit.
De kleine redacteur wreef zich innig voldaan de handen.
Page 42
De visch zat aan den hengel.
Hij wist niet, dat achter de coulissen Raffles stond, die hen alle drie als
marionetten aan een touwtje hield.
„Is de brief werkelijk zoo compromitteerend?” vroeg Baxter en hij dacht aan
den dag, waarop Raffles hem door middel van Charly Brand zijn portefeuille
had ontstolen en zoodoende inzage had verkregen in zijn Don Juan-
avonturen.
„Kan ik den brief inzien?”
„Neen mijnheer,” antwoordde de kleine redacteur, „wij hebben het schrijven
gedeponeerd bij een notaris voor geval van een proces. Het moet u
voldoende zijn, als ik u zeg, dat de openbaarmaking van dezen brief u voor
eeuwig zou ruïneeren.”
Baxter zuchtte en hield zijn hoofd met beide handen vast.
„Ik word krankzinnig! Ik word gek!—Die Raffles rooft mij mijn verstand!”
kermde hij.
„Dat is niet noodig,” sprak Mr. Röttger, „ik neem aan, dat gij verstandig
genoeg zijt om niet gek te worden, maar om liever met ons te overleggen,
hoe gij uw eigen ondergang kunt voorkomen.”
Met onzekeren blik keek Baxter den spreker aan.
Plotseling kwam het vermoeden in hem op, dat hij zich met geld uit deze
netelige zaak kon redden.
„Ik ben bereid,” sprak hij, „indien uwe eischen eenigszins aannemelijk zijn,
zal ik er mij aan onderwerpen.”
„Dat dacht ik wel,” antwoordde Röttger, „wij zullen het wel eens worden.
Hij wist niet, dat achter de coulissen Raffles stond, die hen alle drie als
marionetten aan een touwtje hield.
„Is de brief werkelijk zoo compromitteerend?” vroeg Baxter en hij dacht aan
den dag, waarop Raffles hem door middel van Charly Brand zijn portefeuille
had ontstolen en zoodoende inzage had verkregen in zijn Don Juan-
avonturen.
„Kan ik den brief inzien?”
„Neen mijnheer,” antwoordde de kleine redacteur, „wij hebben het schrijven
gedeponeerd bij een notaris voor geval van een proces. Het moet u
voldoende zijn, als ik u zeg, dat de openbaarmaking van dezen brief u voor
eeuwig zou ruïneeren.”
Baxter zuchtte en hield zijn hoofd met beide handen vast.
„Ik word krankzinnig! Ik word gek!—Die Raffles rooft mij mijn verstand!”
kermde hij.
„Dat is niet noodig,” sprak Mr. Röttger, „ik neem aan, dat gij verstandig
genoeg zijt om niet gek te worden, maar om liever met ons te overleggen,
hoe gij uw eigen ondergang kunt voorkomen.”
Met onzekeren blik keek Baxter den spreker aan.
Plotseling kwam het vermoeden in hem op, dat hij zich met geld uit deze
netelige zaak kon redden.
„Ik ben bereid,” sprak hij, „indien uwe eischen eenigszins aannemelijk zijn,
zal ik er mij aan onderwerpen.”
„Dat dacht ik wel,” antwoordde Röttger, „wij zullen het wel eens worden.
Page 43
„Denk eens na over het bedrag, dat u hoog genoeg voorkomt, om ons de
schade te vergoeden, die wij lijden door het niet openbaar maken van een
dergelijk schrijven.”
„Schade?” vroeg Baxter, „in hoeverre schade?”
Nu mengde de mooie Guido zich weer in het gesprek.
„Dat kan ik u precies voorrekenen. Denk eens aan een artikel, dat het
opschrift droeg: „Onthullingen omtrent Raffles en inspecteur Baxter—” wij
zouden er in Londen minstens een millioen exemplaren van verkoopen.”
Baxter hijgde als een visch, die uit het water wordt gehaald.
„Gij—gij—meent, dat ik een millioen exemplaren zou moeten betalen?”
„Niet alleen dat,” antwoordde de mooie Guido met een onverschillig
glimlachje, „het materiaal, dat wij hebben verkregen, is niet alleen genoeg
voor één nummer, maar voor minstens tien.
„Dat maakt dus, zuinig berekend, een oplage, van [14]week tot week stijgend
met 25 procent, van ongeveer 20 millioen exemplaren.”
Alles draaide voor Baxters oogen in het rond.
Getallen van eindelooze lengte dwarrelden voor zijn oogen.
Hij zag in, dat zijn beide bezoekers hem het bloed uit de aderen wilden
zuigen.
Tevergeefs dacht hij na, hoe hij een uitweg zou kunnen vinden.
Zijn kwaad geweten, in zake de Don Juan-avonturen, hield hem er van terug,
de beide kerels op straat te gooien. Hij was inderdaad bang voor zijn naam
en betrekking.
schade te vergoeden, die wij lijden door het niet openbaar maken van een
dergelijk schrijven.”
„Schade?” vroeg Baxter, „in hoeverre schade?”
Nu mengde de mooie Guido zich weer in het gesprek.
„Dat kan ik u precies voorrekenen. Denk eens aan een artikel, dat het
opschrift droeg: „Onthullingen omtrent Raffles en inspecteur Baxter—” wij
zouden er in Londen minstens een millioen exemplaren van verkoopen.”
Baxter hijgde als een visch, die uit het water wordt gehaald.
„Gij—gij—meent, dat ik een millioen exemplaren zou moeten betalen?”
„Niet alleen dat,” antwoordde de mooie Guido met een onverschillig
glimlachje, „het materiaal, dat wij hebben verkregen, is niet alleen genoeg
voor één nummer, maar voor minstens tien.
„Dat maakt dus, zuinig berekend, een oplage, van [14]week tot week stijgend
met 25 procent, van ongeveer 20 millioen exemplaren.”
Alles draaide voor Baxters oogen in het rond.
Getallen van eindelooze lengte dwarrelden voor zijn oogen.
Hij zag in, dat zijn beide bezoekers hem het bloed uit de aderen wilden
zuigen.
Tevergeefs dacht hij na, hoe hij een uitweg zou kunnen vinden.
Zijn kwaad geweten, in zake de Don Juan-avonturen, hield hem er van terug,
de beide kerels op straat te gooien. Hij was inderdaad bang voor zijn naam
en betrekking.
Page 44
„Bedenk bovendien,” sprak de mooie Guido, „dat de artikelen zeer veel
opzien zouden verwekken en u uw betrekking waarschijnlijk kosten.
„Gij zijt nu een persoon van aanzien en kunt gemakkelijk nog twintig jaar
dienst doen. Reken eens na, welk een verlies het voor u zou zijn, als gij de
verdere jaren van uw leven uw salaris als inspecteur van politie der stad
Londen niet meer zoudt ontvangen.”
Baxter begreep, dat de mooie Guido gelijk had.
Hij verzamelde al zijn kracht en antwoordde:
„Laat mij tot morgen tijd. Ik kan hieromtrent niet zoo snel een besluit
nemen.”
„Goed,” antwoordde de kleine redacteur, „wij zullen dan terugkomen, gij
kunt intusschen nadenken of gij onze voorwaarden inwilligt.
„Waar zullen wij elkaar ontmoeten?”
Na eenig nadenken antwoordde Baxter:
„In hotel Granmercy.”
Mr. Röttger knikte en de bezoekers gingen heen.
Baxter zonk met een zucht van verlichting in den stoel bij zijn schrijftafel en
wenschte vurig, geen inspecteur van Scotland Yard te zijn.
Intusschen kwam Marholm binnen en, terwijl hij het parfum uit den zakdoek
van den mooien Guido opsnoof, sprak hij:
„Ik geloof, dat het heel goed zou zijn, als wij hier eens een beetje frissche
lucht binnenlieten. Het ruikt hier, alsof men in een chambre séparée kwam.
Damesbezoek gehad?”
opzien zouden verwekken en u uw betrekking waarschijnlijk kosten.
„Gij zijt nu een persoon van aanzien en kunt gemakkelijk nog twintig jaar
dienst doen. Reken eens na, welk een verlies het voor u zou zijn, als gij de
verdere jaren van uw leven uw salaris als inspecteur van politie der stad
Londen niet meer zoudt ontvangen.”
Baxter begreep, dat de mooie Guido gelijk had.
Hij verzamelde al zijn kracht en antwoordde:
„Laat mij tot morgen tijd. Ik kan hieromtrent niet zoo snel een besluit
nemen.”
„Goed,” antwoordde de kleine redacteur, „wij zullen dan terugkomen, gij
kunt intusschen nadenken of gij onze voorwaarden inwilligt.
„Waar zullen wij elkaar ontmoeten?”
Na eenig nadenken antwoordde Baxter:
„In hotel Granmercy.”
Mr. Röttger knikte en de bezoekers gingen heen.
Baxter zonk met een zucht van verlichting in den stoel bij zijn schrijftafel en
wenschte vurig, geen inspecteur van Scotland Yard te zijn.
Intusschen kwam Marholm binnen en, terwijl hij het parfum uit den zakdoek
van den mooien Guido opsnoof, sprak hij:
„Ik geloof, dat het heel goed zou zijn, als wij hier eens een beetje frissche
lucht binnenlieten. Het ruikt hier, alsof men in een chambre séparée kwam.
Damesbezoek gehad?”
Page 45
„Neen,” zuchtte Baxter met een blik vol angst naar de deur. „Kent gij de
beide heeren, die mij zooeven bezochten?”
„Natuurlijk,” glimlachte de vloo, „de een, die kleine, magere, moest
eigenlijk, voordat men hem ontvangt, flink ingespoten worden met
insectenpoeder, men moet anders bang zijn—” hij maakte een krabbende
beweging—„iets over te erven van zijn bezoekers.
„Bovendien zou het voor allebei goed zijn, als men ze aan een flinken
hennepstrop ophing!”
„Is de kerel gevaarlijk?” vroeg Baxter.
„Gevaarlijk?” herhaalde de vloo. „Zulk een afperser is veel gevaarlijker dan
Jack, de moordenaar. Die doodt zijn slachtoffers door een enkelen steek.
Maar deze schurk kwelt hen weken- en maandenlang, voordat hij ze
zoodanig tot wanhoop brengt, dat zij de hand aan zichzelf slaan.
„Hij is een der gevaarlijkste sujetten, die hier in Londen rondloopen. Hij
heeft moorden op zijn geweten en toch staat hij buiten het bereik van
eenigen aardschen rechter.
„Jammer. Ik ken maar één mensch, die hem zou kunnen straffen—Raffles!”
„Gij hebt gelijk,” knikte Baxter.
De naam Raffles, dien hij anders niet wilde hooren, klonk hem op dit
oogenblik als hemelsche muziek.
„Zeg eens, Marholm, zou het niet mogelijk zijn—natuurlijk mag niemand,
behalve wij het weten—dat gij u met Raffles in verbinding steldet en hem
het een en ander omtrent deze schurken meedeeldet?”
Een verbaasd glimlachje vloog over de trekken van Marholm.
beide heeren, die mij zooeven bezochten?”
„Natuurlijk,” glimlachte de vloo, „de een, die kleine, magere, moest
eigenlijk, voordat men hem ontvangt, flink ingespoten worden met
insectenpoeder, men moet anders bang zijn—” hij maakte een krabbende
beweging—„iets over te erven van zijn bezoekers.
„Bovendien zou het voor allebei goed zijn, als men ze aan een flinken
hennepstrop ophing!”
„Is de kerel gevaarlijk?” vroeg Baxter.
„Gevaarlijk?” herhaalde de vloo. „Zulk een afperser is veel gevaarlijker dan
Jack, de moordenaar. Die doodt zijn slachtoffers door een enkelen steek.
Maar deze schurk kwelt hen weken- en maandenlang, voordat hij ze
zoodanig tot wanhoop brengt, dat zij de hand aan zichzelf slaan.
„Hij is een der gevaarlijkste sujetten, die hier in Londen rondloopen. Hij
heeft moorden op zijn geweten en toch staat hij buiten het bereik van
eenigen aardschen rechter.
„Jammer. Ik ken maar één mensch, die hem zou kunnen straffen—Raffles!”
„Gij hebt gelijk,” knikte Baxter.
De naam Raffles, dien hij anders niet wilde hooren, klonk hem op dit
oogenblik als hemelsche muziek.
„Zeg eens, Marholm, zou het niet mogelijk zijn—natuurlijk mag niemand,
behalve wij het weten—dat gij u met Raffles in verbinding steldet en hem
het een en ander omtrent deze schurken meedeeldet?”
Een verbaasd glimlachje vloog over de trekken van Marholm.
Page 46
Het was geen slecht idee—politie-inspecteur Baxter en hij medeplichtigen
van Raffles!!!
Drommels—dat was een prachtige geschiedenis!
„Jawel,” antwoordde hij, „dat kan ik wel doen. Dat wil zeggen, gij moet mij
zwart op wit geven, dat gij als gij dezen keer Raffles weer niet in handen
krijgt, mij niet gevangen neemt. Daarvoor bedank ik!”
„Ik verzeker u,” sprak Baxter, „dat gij mij een onschatbaren dienst bewijst,
als gij er voor zorgt, dat Raffles deze beide sujetten van de Alarmkreet op het
spoor komt en ze onschadelijk maakt.”
„Nu, nu,” lachte de vloo, „gij weet immers wel, dat Raffles niemand
vermoordt! Maar gij schijnt tamelijk gebeten te zijn op dat tweetal. De
opdracht, die gij mij geeft, is bijna een bevel aan Raffles om het stel
schurken in de Theems te gooien met een kanon uit den Tower aan hun
voeten als ballast.
„Wat wenschten de beide heeren van u?”
Baxter aarzelde eenige oogenblikken of hij Marholm de waarheid zou
zeggen.
Hij besloot het te doen en sprak:
„De kerels beweren, dat zij een brief in hun bezit hebben, dien Raffles aan
mij heeft geschreven. Als zij [15]hem publiceerden, zou mij dat mijn
betrekking kosten!”
„Dat kan ik niet gelooven,” antwoordde Marholm hoofdschuddend, „Raffles
is immers uw intieme vriend. Hij doet alles behalve u in uw betrekking te
benadeelen. Een beter inspecteur van politie dan gij zijt, zou hij moeilijk
kunnen vinden—dat weet gij zelf het best.”
van Raffles!!!
Drommels—dat was een prachtige geschiedenis!
„Jawel,” antwoordde hij, „dat kan ik wel doen. Dat wil zeggen, gij moet mij
zwart op wit geven, dat gij als gij dezen keer Raffles weer niet in handen
krijgt, mij niet gevangen neemt. Daarvoor bedank ik!”
„Ik verzeker u,” sprak Baxter, „dat gij mij een onschatbaren dienst bewijst,
als gij er voor zorgt, dat Raffles deze beide sujetten van de Alarmkreet op het
spoor komt en ze onschadelijk maakt.”
„Nu, nu,” lachte de vloo, „gij weet immers wel, dat Raffles niemand
vermoordt! Maar gij schijnt tamelijk gebeten te zijn op dat tweetal. De
opdracht, die gij mij geeft, is bijna een bevel aan Raffles om het stel
schurken in de Theems te gooien met een kanon uit den Tower aan hun
voeten als ballast.
„Wat wenschten de beide heeren van u?”
Baxter aarzelde eenige oogenblikken of hij Marholm de waarheid zou
zeggen.
Hij besloot het te doen en sprak:
„De kerels beweren, dat zij een brief in hun bezit hebben, dien Raffles aan
mij heeft geschreven. Als zij [15]hem publiceerden, zou mij dat mijn
betrekking kosten!”
„Dat kan ik niet gelooven,” antwoordde Marholm hoofdschuddend, „Raffles
is immers uw intieme vriend. Hij doet alles behalve u in uw betrekking te
benadeelen. Een beter inspecteur van politie dan gij zijt, zou hij moeilijk
kunnen vinden—dat weet gij zelf het best.”
Page 47
Baxter hoorde nauwelijks, wat Marholm zei en mompelde:
„Ja, ja, gij hebt gelijk!”
Een hartelijk lachen van de vloo weerklonk, waarvan de inspecteur de reden
niet begreep.
„Dat doet mij genoegen,” riep Marholm uit, „dat gij dat inziet!”
„Ja, ja,” herhaalde de inspecteur, „ik zie alles in, maar de hoofdzaak voor mij
is, dat gij zoo spoedig mogelijk Raffles op het spoor brengt van die twee,
liefst nog vandaag.”
„Dat zal ik wel in orde brengen,” antwoordde Marholm, „dan verzoek ik u
onmiddellijk om verlof.”
„Weet gij dan, waar Raffles zich ophoudt?”
„Natuurlijk weet ik dat. Maar daar ik nu geen dienstdoende detective ben,
doch eenvoudig uw secretaris, gaat mij dat verder niets aan. Dat is geheel en
al mijn particuliere zaak.”
„Gij zijt een eigenaardig mensch,” vond de inspecteur hoofdschuddend,
„vijfduizend pond sterling zijn uitgeloofd voor dengeen, die hem te pakken
kan krijgen!”
„Weet gij,” lachte Marholm, „voor vijfduizend pond sterling kan ik mij niet
zooveel plezier koopen als Raffles mij dagelijks bereidt—al was het ook
tienduizend pond sterling, dan nog zou ik graag afstand doen van het geld,
als Raffles mij belooft, voorloopig nog niet op zijn lauweren te gaan rusten.
„Kan ik nu gaan?”
„Luister eens, mijn beste Marholm. Bij deze aangelegenheid staat ook uw
eigen eer op het spel, want indien hier werkelijk een brief verduisterd is, dan
„Ja, ja, gij hebt gelijk!”
Een hartelijk lachen van de vloo weerklonk, waarvan de inspecteur de reden
niet begreep.
„Dat doet mij genoegen,” riep Marholm uit, „dat gij dat inziet!”
„Ja, ja,” herhaalde de inspecteur, „ik zie alles in, maar de hoofdzaak voor mij
is, dat gij zoo spoedig mogelijk Raffles op het spoor brengt van die twee,
liefst nog vandaag.”
„Dat zal ik wel in orde brengen,” antwoordde Marholm, „dan verzoek ik u
onmiddellijk om verlof.”
„Weet gij dan, waar Raffles zich ophoudt?”
„Natuurlijk weet ik dat. Maar daar ik nu geen dienstdoende detective ben,
doch eenvoudig uw secretaris, gaat mij dat verder niets aan. Dat is geheel en
al mijn particuliere zaak.”
„Gij zijt een eigenaardig mensch,” vond de inspecteur hoofdschuddend,
„vijfduizend pond sterling zijn uitgeloofd voor dengeen, die hem te pakken
kan krijgen!”
„Weet gij,” lachte Marholm, „voor vijfduizend pond sterling kan ik mij niet
zooveel plezier koopen als Raffles mij dagelijks bereidt—al was het ook
tienduizend pond sterling, dan nog zou ik graag afstand doen van het geld,
als Raffles mij belooft, voorloopig nog niet op zijn lauweren te gaan rusten.
„Kan ik nu gaan?”
„Luister eens, mijn beste Marholm. Bij deze aangelegenheid staat ook uw
eigen eer op het spel, want indien hier werkelijk een brief verduisterd is, dan
Page 48
zoudt gij de schuldige zijn. Indirect maken die twee menschen u zelfs
verdacht.”
„Ik zal gehakt van hen maken voor hun onbeschaamdheid,” bromde
Marholm. „Wees nu maar onbezorgd, binnen een paar uur zal ik uw wensch
hebben uitgevoerd.
„Raffles zal zich wel met die twee schurken belasten. Hij doet het wel uit
eigenbelang, om u als politieinspecteur te behouden.”
Marholm maakte zich gereed om te gaan en Baxter keek zijn secretaris na
met gewaarwordingen van verschillenden aard.
Marholm echter mompelde:
„Een gekke zaak! Anders kan ik Baxter het lekkerste maal bederven door
den naam van Raffles te noemen en nu is Raffles op eens de persoon
geworden, dien hij noodig heeft.
„Een eigenaardige wereld!”— [16]
[Inhoud]
verdacht.”
„Ik zal gehakt van hen maken voor hun onbeschaamdheid,” bromde
Marholm. „Wees nu maar onbezorgd, binnen een paar uur zal ik uw wensch
hebben uitgevoerd.
„Raffles zal zich wel met die twee schurken belasten. Hij doet het wel uit
eigenbelang, om u als politieinspecteur te behouden.”
Marholm maakte zich gereed om te gaan en Baxter keek zijn secretaris na
met gewaarwordingen van verschillenden aard.
Marholm echter mompelde:
„Een gekke zaak! Anders kan ik Baxter het lekkerste maal bederven door
den naam van Raffles te noemen en nu is Raffles op eens de persoon
geworden, dien hij noodig heeft.
„Een eigenaardige wereld!”— [16]
[Inhoud]
Page 49
DERDE HOOFDSTUK.
Page 50
DE MOEDERMOORDENAAR.
De mooie Guido en mr. Röttger begaven zich, nadat zij den inspecteur van
politie hadden verlaten, naar de woning van den vermeenden detective
Marholm.
„De zaak is gewonnen,” riep de kleine redacteur tot Raffles, toen hij bij hem
in de kamer trad. „Tot morgenmiddag denkt de politie-inspecteur er over na,
wat hij ons denkt te betalen.”
„Dat is prachtig!” antwoordde de groote onbekende lachend. Hij had
gedacht, dat Baxter het geval zou omdraaien en zoowel den eigenaar als den
redacteur der Alarmkreet gevangen zou nemen.
En in plaats daarvan— —
Raffles dacht na.
De zaak was anders geloopen dan hij gedacht had.
Hij kon niet begrijpen om welke reden Baxter zich bereid had verklaard, den
beiden bedriegers geld te betalen. Misschien wilde de inspecteur op deze
wijze tijd winnen, om ze den volgenden dag des te zekerder in handen te
hebben.
„Ik heb een mooi zaakje,” sprak Raffles na eenig stilzwijgen.
„Onlangs is een beschuldiging ingekomen, van een bediende jegens zijn
heer, een zekeren Lord Melbourne. Dit stuk werd door den politieinspecteur
ter zijde gelegd, omdat— —”
Raffles maakte de beweging van geld tellen.
De mooie Guido en mr. Röttger begaven zich, nadat zij den inspecteur van
politie hadden verlaten, naar de woning van den vermeenden detective
Marholm.
„De zaak is gewonnen,” riep de kleine redacteur tot Raffles, toen hij bij hem
in de kamer trad. „Tot morgenmiddag denkt de politie-inspecteur er over na,
wat hij ons denkt te betalen.”
„Dat is prachtig!” antwoordde de groote onbekende lachend. Hij had
gedacht, dat Baxter het geval zou omdraaien en zoowel den eigenaar als den
redacteur der Alarmkreet gevangen zou nemen.
En in plaats daarvan— —
Raffles dacht na.
De zaak was anders geloopen dan hij gedacht had.
Hij kon niet begrijpen om welke reden Baxter zich bereid had verklaard, den
beiden bedriegers geld te betalen. Misschien wilde de inspecteur op deze
wijze tijd winnen, om ze den volgenden dag des te zekerder in handen te
hebben.
„Ik heb een mooi zaakje,” sprak Raffles na eenig stilzwijgen.
„Onlangs is een beschuldiging ingekomen, van een bediende jegens zijn
heer, een zekeren Lord Melbourne. Dit stuk werd door den politieinspecteur
ter zijde gelegd, omdat— —”
Raffles maakte de beweging van geld tellen.
Page 51
„Is die Lord Melbourne rijk?” vroeg de kleine redacteur.
„Zeer rijk,” antwoordde Raffles. „Die betaalt u gemakkelijk zooveel, dat gij
het niet weg kunt dragen.”
De oogen der beide journalisten glinsterden vol hebzucht.
„Wat heeft hij uitgehaald?” informeerde de kleine magere.
„Een gekke geschiedenis,” vertelde Raffles. „De bediende beweerde zeker te
weten, dat de Lord zijn stiefmoeder had vergiftigd, die de erfgename was
van het vaderlijke vermogen, na wier dood hij eerst in het bezit van het geld
zou komen.
„Als gij den bediende wenscht te spreken, ben ik gaarne bereid, den man bij
u te zenden. Ik ken hem.
„Het is mijn vaste overtuiging, dat alles, wat de bediende heeft beweerd, een
feit is.”
„Maar gij zijt goud waard!” riep de mooie Guido, die op een stoel had plaats
genomen en zijn nagels polijstte.
„Waar woont de Lord?” vroeg de kleine Röttger.
„Regentpark no. 16,” antwoordde Raffles, „ik sprak den bediende
vanmorgen; hij deelde mij mede, dat de Lord van plan is, op reis te gaan. Gij
moet dus, als gij iets wilt bereiken, snel handelen.”
„Kan ik den bediende spreken?” vroeg de redacteur.
„Dat kan ik u niet zeggen,” sprak de groote onbekende schouderophalend,
„Maar Lord Melbourne is, zoover ik weet, altijd van drie tot vijf voor het
diner te huis. Gij kunt hem bepaald in dien tijd treffen.
„Zeer rijk,” antwoordde Raffles. „Die betaalt u gemakkelijk zooveel, dat gij
het niet weg kunt dragen.”
De oogen der beide journalisten glinsterden vol hebzucht.
„Wat heeft hij uitgehaald?” informeerde de kleine magere.
„Een gekke geschiedenis,” vertelde Raffles. „De bediende beweerde zeker te
weten, dat de Lord zijn stiefmoeder had vergiftigd, die de erfgename was
van het vaderlijke vermogen, na wier dood hij eerst in het bezit van het geld
zou komen.
„Als gij den bediende wenscht te spreken, ben ik gaarne bereid, den man bij
u te zenden. Ik ken hem.
„Het is mijn vaste overtuiging, dat alles, wat de bediende heeft beweerd, een
feit is.”
„Maar gij zijt goud waard!” riep de mooie Guido, die op een stoel had plaats
genomen en zijn nagels polijstte.
„Waar woont de Lord?” vroeg de kleine Röttger.
„Regentpark no. 16,” antwoordde Raffles, „ik sprak den bediende
vanmorgen; hij deelde mij mede, dat de Lord van plan is, op reis te gaan. Gij
moet dus, als gij iets wilt bereiken, snel handelen.”
„Kan ik den bediende spreken?” vroeg de redacteur.
„Dat kan ik u niet zeggen,” sprak de groote onbekende schouderophalend,
„Maar Lord Melbourne is, zoover ik weet, altijd van drie tot vijf voor het
diner te huis. Gij kunt hem bepaald in dien tijd treffen.
Page 52
„Ga hem eens opzoeken. Ik denk, dat wij reeds hedenavond een paar
duizend pond sterling rijker zullen zijn.”
„Ik heb dringend geld noodig,” vertelde de mooie Guido lachend, „ik heb
gisteren tamelijk groote verliezen geleden bij het spel in de club.
„Laten wij eens zien, wat wij van den man los kunnen krijgen.”
„Maar eerst moeten wij iets eten,” stelde de redacteur voor, „mijn maag
bromt bedenkelijk en als ik honger heb, kan ik dergelijk werk niet doen.
„Sluit gij u bij ons aan, Mr. Marholm?”
„Het spijt mij,” antwoordde Raffles, „maar ik durf mij niet met u samen in
het publiek vertoonen, dat is te gevaarlijk.”
Op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt.
De groote onbekende, die niemand had verwacht, keek verbaasd op en riep:
„Come in!”
De deur ging open en met het gemoedelijke glimlachje, dat hem eigen was,
trad de vloo het vertrek binnen. [17]
Nu bevond Marholm zich bij Marholm.
Een oogenblik schrikte Raffles.
Hij dacht aan een overval van de politie.
Onmiddellijk echter had hij zijn zelfbeheersching herwonnen en, zich tot Mr.
Röttger wendend, die den detective had herkend, maar zijn naam niet wist,
sprak hij:
„De heeren moeten mij verontschuldigen, ik ben nu verhinderd.”
duizend pond sterling rijker zullen zijn.”
„Ik heb dringend geld noodig,” vertelde de mooie Guido lachend, „ik heb
gisteren tamelijk groote verliezen geleden bij het spel in de club.
„Laten wij eens zien, wat wij van den man los kunnen krijgen.”
„Maar eerst moeten wij iets eten,” stelde de redacteur voor, „mijn maag
bromt bedenkelijk en als ik honger heb, kan ik dergelijk werk niet doen.
„Sluit gij u bij ons aan, Mr. Marholm?”
„Het spijt mij,” antwoordde Raffles, „maar ik durf mij niet met u samen in
het publiek vertoonen, dat is te gevaarlijk.”
Op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt.
De groote onbekende, die niemand had verwacht, keek verbaasd op en riep:
„Come in!”
De deur ging open en met het gemoedelijke glimlachje, dat hem eigen was,
trad de vloo het vertrek binnen. [17]
Nu bevond Marholm zich bij Marholm.
Een oogenblik schrikte Raffles.
Hij dacht aan een overval van de politie.
Onmiddellijk echter had hij zijn zelfbeheersching herwonnen en, zich tot Mr.
Röttger wendend, die den detective had herkend, maar zijn naam niet wist,
sprak hij:
„De heeren moeten mij verontschuldigen, ik ben nu verhinderd.”
Page 53
„Wij zullen u bericht doen toekomen betreffende den Lord,” sprak Mr.
Kroyzer en hij verliet met zijn compagnon Raffles.
Toen zij de trap afliepen, waren zij er nog zekerder van, met detective
Marholm te doen te hebben, omdat een collega uit het hoofdbureau van
politie hem bezocht.
Nauwelijks hadden de beide afpersers de deur gesloten, of de vloo legde zijn
wijsvinger op den mond en fluisterde, met een blik op de deur: „Sst!”
Daarop luisterde hij, totdat hun schreden niet meer hoorbaar waren, en zich
tot den grooten onbekende wendend, sprak hij:
„Goeden dag, Mr. Raffles.
„Ik kom in opdracht van den inspecteur van politie, maar niet om u
gevangen te nemen, doch om uw hulp in te roepen tegen de beide sujetten,
die zooeven bij waren!”
„Ik houd mij reeds met hen bezig,” antwoordde Raffles, „neem plaats, Mr.
Marholm. Als ik u een sigaar of een sigarette mag aanbieder dan als ’t u
belieft.”
Marholm nam plaats naast de schrijftafel, waaraan de groote onbekende zat
en sprak, terwijl hij een sigarette aanstak:
„Tot dusverre heb ik slechts van den rook uwer sigaretten kunnen genieten
en dat was het eenige, wat gij achterliet, als wij u wilden hebben, gij zelf
waart helaas altijd als rook vervlogen.”
Raffles glimlachte vroolijk.
Hij was nu gerustgesteld en begreep, dat Marholm inderdaad slechts voor
particuliere zaken bij hem was gekomen.
Kroyzer en hij verliet met zijn compagnon Raffles.
Toen zij de trap afliepen, waren zij er nog zekerder van, met detective
Marholm te doen te hebben, omdat een collega uit het hoofdbureau van
politie hem bezocht.
Nauwelijks hadden de beide afpersers de deur gesloten, of de vloo legde zijn
wijsvinger op den mond en fluisterde, met een blik op de deur: „Sst!”
Daarop luisterde hij, totdat hun schreden niet meer hoorbaar waren, en zich
tot den grooten onbekende wendend, sprak hij:
„Goeden dag, Mr. Raffles.
„Ik kom in opdracht van den inspecteur van politie, maar niet om u
gevangen te nemen, doch om uw hulp in te roepen tegen de beide sujetten,
die zooeven bij waren!”
„Ik houd mij reeds met hen bezig,” antwoordde Raffles, „neem plaats, Mr.
Marholm. Als ik u een sigaar of een sigarette mag aanbieder dan als ’t u
belieft.”
Marholm nam plaats naast de schrijftafel, waaraan de groote onbekende zat
en sprak, terwijl hij een sigarette aanstak:
„Tot dusverre heb ik slechts van den rook uwer sigaretten kunnen genieten
en dat was het eenige, wat gij achterliet, als wij u wilden hebben, gij zelf
waart helaas altijd als rook vervlogen.”
Raffles glimlachte vroolijk.
Hij was nu gerustgesteld en begreep, dat Marholm inderdaad slechts voor
particuliere zaken bij hem was gekomen.
Page 54
„Het doet mij genoegen, dat mijn sigarette u smaakt, als het u aangenaam is,
dan zal ik ze u voortaan doen toekomen.
„Maar vertel mij nu vóór alles, hoe gij den weg naar hier hebt gevonden?”
„Heel eenvoudig,” lachte de vloo, „ik ben achter de twee heeren, die bij u
waren, aangeloopen.”
„Hoe bedoelt gij dat?”
„Dat is waar,” lachte Marholm, „gij kunt niet weten, dat die beide gentlemen
zich een uur geleden bij inspecteur Baxter bevonden en ik hen, toen ik uit
het bureau kwam, nog op straat vond en hoorde, hoe Mr. Röttger juist zei:
„Nu gaan wij naar detective Marholm.”
„Gij kunt u voorstellen, Mr. Raffles, dat ik er heel veel belang in stelde om te
weten, waar de tweede detective Marholm in Londen woonde.
„Daarom volgde ik het tweetal, klopte op de deur, en vond u, mijn
dubbelganger, Mr. Marholm!”
„Wel,” lachte Raffles, „ik heb de eer, mij aan u voor te stellen. Ik heet
tijdelijk Marholm.”
„Groote eer voor mij,” antwoordde zijn bezoeker, „dat gij u zoo voor mijn
persoon interesseert. Ik had nooit kunnen denken, waartoe mijn naam al niet
moest dienen.
„Maar nu wil ik u eerst zeggen, waarvoor ik hier bij u ben. Ik heb een
boodschap voor u, die geld waard is!”
Raffles blies den rook van zijn sigarette in mooie ringen omhoog en
antwoordde:
„Ik ben zeer nieuwsgierig, het doel van uw komst te vernemen.”
dan zal ik ze u voortaan doen toekomen.
„Maar vertel mij nu vóór alles, hoe gij den weg naar hier hebt gevonden?”
„Heel eenvoudig,” lachte de vloo, „ik ben achter de twee heeren, die bij u
waren, aangeloopen.”
„Hoe bedoelt gij dat?”
„Dat is waar,” lachte Marholm, „gij kunt niet weten, dat die beide gentlemen
zich een uur geleden bij inspecteur Baxter bevonden en ik hen, toen ik uit
het bureau kwam, nog op straat vond en hoorde, hoe Mr. Röttger juist zei:
„Nu gaan wij naar detective Marholm.”
„Gij kunt u voorstellen, Mr. Raffles, dat ik er heel veel belang in stelde om te
weten, waar de tweede detective Marholm in Londen woonde.
„Daarom volgde ik het tweetal, klopte op de deur, en vond u, mijn
dubbelganger, Mr. Marholm!”
„Wel,” lachte Raffles, „ik heb de eer, mij aan u voor te stellen. Ik heet
tijdelijk Marholm.”
„Groote eer voor mij,” antwoordde zijn bezoeker, „dat gij u zoo voor mijn
persoon interesseert. Ik had nooit kunnen denken, waartoe mijn naam al niet
moest dienen.
„Maar nu wil ik u eerst zeggen, waarvoor ik hier bij u ben. Ik heb een
boodschap voor u, die geld waard is!”
Raffles blies den rook van zijn sigarette in mooie ringen omhoog en
antwoordde:
„Ik ben zeer nieuwsgierig, het doel van uw komst te vernemen.”
Page 55
„Uit naam van uw hooggewaardeerden vriend, mijn chef, den inspecteur van
politie Baxter van Scotland Yard, moet ik u verzoeken, u bezig te houden
met die beide kerels, den redacteur en den eigenaar der Alarmkreet, en deze
beide heeren ergens in de Theems te gooien met een kanon uit den Tower
aan de voeten om hun te beletten, ooit weer boven te komen.
„Zoo ongeveer luidt de opdracht, die inspecteur Baxter mij voor u gaf.”
„Uitstekend,” riep Raffles lachend uit, „dan is alles gegaan, zooals ik het
wenschte. Ik was al bang, dat de beide boeven den inspecteur hadden bepraat
en dat ik mijn spel tegenover hen had verloren.
„Ik houd mij reeds met de kerels bezig.”
„Dat begreep ik dadelijk, toen ik hen beiden bij u ontmoette.
„Dus was het bezoek bij den inspecteur slechts een gevolg van hetgeen gij
met de schurken voor hebt?”
„Ja,”, lachte Raffles, „ik dacht, dat Mr. Baxter hen misschien gevangen zou
nemen. Ik heb ze namelijk door middel van een brief op uw chef
afgezonden.” [18]
„Klopt!” riep de vloo uit, „dat is de brief, dien ik onderschept moet hebben.”
„Juist,” antwoordde de groote onbekende, „ik moest het geloofwaardig
voorstellen, daarom nam ik uw naam aan en stelde mij aan hen voor als
secretaris van het hoofdbureau van politie.”
„Maar de spitsboeven hebben mij nu gezien,” sprak Marholm op
bedenkelijken toon.
„Kennen zij uw naam?” vroeg Raffles in gespannen aandacht.
„No, Sir!”
politie Baxter van Scotland Yard, moet ik u verzoeken, u bezig te houden
met die beide kerels, den redacteur en den eigenaar der Alarmkreet, en deze
beide heeren ergens in de Theems te gooien met een kanon uit den Tower
aan de voeten om hun te beletten, ooit weer boven te komen.
„Zoo ongeveer luidt de opdracht, die inspecteur Baxter mij voor u gaf.”
„Uitstekend,” riep Raffles lachend uit, „dan is alles gegaan, zooals ik het
wenschte. Ik was al bang, dat de beide boeven den inspecteur hadden bepraat
en dat ik mijn spel tegenover hen had verloren.
„Ik houd mij reeds met de kerels bezig.”
„Dat begreep ik dadelijk, toen ik hen beiden bij u ontmoette.
„Dus was het bezoek bij den inspecteur slechts een gevolg van hetgeen gij
met de schurken voor hebt?”
„Ja,”, lachte Raffles, „ik dacht, dat Mr. Baxter hen misschien gevangen zou
nemen. Ik heb ze namelijk door middel van een brief op uw chef
afgezonden.” [18]
„Klopt!” riep de vloo uit, „dat is de brief, dien ik onderschept moet hebben.”
„Juist,” antwoordde de groote onbekende, „ik moest het geloofwaardig
voorstellen, daarom nam ik uw naam aan en stelde mij aan hen voor als
secretaris van het hoofdbureau van politie.”
„Maar de spitsboeven hebben mij nu gezien,” sprak Marholm op
bedenkelijken toon.
„Kennen zij uw naam?” vroeg Raffles in gespannen aandacht.
„No, Sir!”
Page 56
„Wel! Dan hebben wij niets te vreezen. De beide heeren weten nog niet, dat
gij de werkelijke Marholm zijt en ik de valsche ben.
„Kent gij den inhoud van den brief, Mr?”
Marholm schudde het hoofd en sprak:
„Dien ken ik noch inspecteur Baxter. Na het gesprek in de kamer van mijn
chef, dat ik afluisterde, zei de kleine Röttger alleen, dat zij een brief van
Raffles aan den inspecteur van politie in handen hadden, die hem zoodanig
compromitteerde, dat hij zijn betrekking kon verliezen.”
„Verder zei hij niets?”
„No, Sir, verder niets.”
„Fameus,” lachte Raffles, „dan is de inspecteur van politie waarschijnlijk
bang, dat ik hen beiden mededeeling heb gedaan over zijn liefdesavonturen.
Maar dat is niet waar.
„Ik heb hun een brief gegeven, waarin ik hun het bewijs leverde, dat ik, Lord
Lister, genaamd Raffles, de groote onbekende, met den inspecteur van
politie samen werk en elken buit met hem deel.”
Marholm sloeg zich op de dijen, dat het klapte.
„Prachtig!” riep hij schaterlachend uit. „Als gij dat eens aan Baxter had
meegedeeld. Hij zou u zoo zeker als tweemaal twee vier is, in een cel hebben
opgesloten en u daarenboven een flink pak slaag laten geven.”
„Ik heb den beiden heeren nog meer verteld. Ik heb hun gezegd, dat Baxter
van beruchte huizen, speelholen en eenige misdadigersbenden elke maand
bepaalde bedragen ontvangt en daardoor millionnair is geworden.”
„Die arme Baxter,” lachte Marholm, „als hij eens wist, wat gij hem ten laste
legt! Ik denk dat hij werkelijk krankzinnig zou worden.
gij de werkelijke Marholm zijt en ik de valsche ben.
„Kent gij den inhoud van den brief, Mr?”
Marholm schudde het hoofd en sprak:
„Dien ken ik noch inspecteur Baxter. Na het gesprek in de kamer van mijn
chef, dat ik afluisterde, zei de kleine Röttger alleen, dat zij een brief van
Raffles aan den inspecteur van politie in handen hadden, die hem zoodanig
compromitteerde, dat hij zijn betrekking kon verliezen.”
„Verder zei hij niets?”
„No, Sir, verder niets.”
„Fameus,” lachte Raffles, „dan is de inspecteur van politie waarschijnlijk
bang, dat ik hen beiden mededeeling heb gedaan over zijn liefdesavonturen.
Maar dat is niet waar.
„Ik heb hun een brief gegeven, waarin ik hun het bewijs leverde, dat ik, Lord
Lister, genaamd Raffles, de groote onbekende, met den inspecteur van
politie samen werk en elken buit met hem deel.”
Marholm sloeg zich op de dijen, dat het klapte.
„Prachtig!” riep hij schaterlachend uit. „Als gij dat eens aan Baxter had
meegedeeld. Hij zou u zoo zeker als tweemaal twee vier is, in een cel hebben
opgesloten en u daarenboven een flink pak slaag laten geven.”
„Ik heb den beiden heeren nog meer verteld. Ik heb hun gezegd, dat Baxter
van beruchte huizen, speelholen en eenige misdadigersbenden elke maand
bepaalde bedragen ontvangt en daardoor millionnair is geworden.”
„Die arme Baxter,” lachte Marholm, „als hij eens wist, wat gij hem ten laste
legt! Ik denk dat hij werkelijk krankzinnig zou worden.
Page 57
„Maar als die pennelikkers dat, wat gij hun hebt wijsgemaakt, aan den
inspecteur hadden verteld, om hem geld af te persen, dan denk ik, dat de
duivel in Baxter was gevaren en dat hij aan de beide kerels een ongeluk had
begaan.”
„Ik heb nu een beter plan,” sprak Raffles. „Ga nu naar inspecteur Baxter en
deel hem mede, wat ik van plan ben en vertel hem ook den inhoud van den
brief.
„Zeg hem, dat hij zich morgenmiddag den inhoud van den brief door mr.
Röttger moet laten vertellen. Dan kan hij hem gemakkelijk wegens afpersing
en lasterlijke aantijging gevangen nemen.”
„Een goed idee,” knikte Marholm, „en als gij mij nog een paar van uw
cigaretten wilt meegeven, dan ga ik zeer voldaan heen om den inspecteur
mee te deelen, dat gij de zaak in handen hebt genomen.”
Hij nam afscheid en verliet Raffles.
Eenige minuten later nam Lord Lister een rijtuig en reed weg.
Onderweg haalde hij in de Albanstraat, waar hij een klein huis van twee
verdiepingen bewoonde, Charly Brand af en gaf dezen de volgende
inlichtingen:
„Charly, we hebben een uitstekende grap! Jij moet nu mijn bediende
voorstellen. Binnen een paar uur zullen de redacteur en de eigenaar van de
Alarmkreet mij in mijn oude villa bezoeken en denken, dat zij zich bij een
zekeren Lord Melbourne bevinden.
„Dat ben ik.
„Ik zal mij zoodanig vermommen, dat zij mij onmogelijk herkennen.
inspecteur hadden verteld, om hem geld af te persen, dan denk ik, dat de
duivel in Baxter was gevaren en dat hij aan de beide kerels een ongeluk had
begaan.”
„Ik heb nu een beter plan,” sprak Raffles. „Ga nu naar inspecteur Baxter en
deel hem mede, wat ik van plan ben en vertel hem ook den inhoud van den
brief.
„Zeg hem, dat hij zich morgenmiddag den inhoud van den brief door mr.
Röttger moet laten vertellen. Dan kan hij hem gemakkelijk wegens afpersing
en lasterlijke aantijging gevangen nemen.”
„Een goed idee,” knikte Marholm, „en als gij mij nog een paar van uw
cigaretten wilt meegeven, dan ga ik zeer voldaan heen om den inspecteur
mee te deelen, dat gij de zaak in handen hebt genomen.”
Hij nam afscheid en verliet Raffles.
Eenige minuten later nam Lord Lister een rijtuig en reed weg.
Onderweg haalde hij in de Albanstraat, waar hij een klein huis van twee
verdiepingen bewoonde, Charly Brand af en gaf dezen de volgende
inlichtingen:
„Charly, we hebben een uitstekende grap! Jij moet nu mijn bediende
voorstellen. Binnen een paar uur zullen de redacteur en de eigenaar van de
Alarmkreet mij in mijn oude villa bezoeken en denken, dat zij zich bij een
zekeren Lord Melbourne bevinden.
„Dat ben ik.
„Ik zal mij zoodanig vermommen, dat zij mij onmogelijk herkennen.
Page 58
„Ik denk, dat ik een grap met die kerels zal uithalen, zooals ik nog zelden
heb beleefd.”
In de villa werd Charly Brand in de kleedkamer, waar zich ontelbare
kostuums, pruiken en baarden bevonden, in een kamerdienaar veranderd,
terwijl hij zelf zijn gelaat totaal onkenbaar maakte.
Daarop opende hij de ramen in zijn studeerkamer en wachtte op de dingen,
die komen zouden.
Uit zijn sportartikelen zocht hij een goede rijzweep uit, zooals men die op de
vossenjacht gebruikt.
Die legde hij blijkbaar achteloos op den schoorsteenrand, maar zoodanig
onder zijn bereik, dat hij slechts zijn hand behoefde uit te strekken om haar
op te nemen. [19]
[Inhoud]
heb beleefd.”
In de villa werd Charly Brand in de kleedkamer, waar zich ontelbare
kostuums, pruiken en baarden bevonden, in een kamerdienaar veranderd,
terwijl hij zelf zijn gelaat totaal onkenbaar maakte.
Daarop opende hij de ramen in zijn studeerkamer en wachtte op de dingen,
die komen zouden.
Uit zijn sportartikelen zocht hij een goede rijzweep uit, zooals men die op de
vossenjacht gebruikt.
Die legde hij blijkbaar achteloos op den schoorsteenrand, maar zoodanig
onder zijn bereik, dat hij slechts zijn hand behoefde uit te strekken om haar
op te nemen. [19]
[Inhoud]
Page 59
VIERDE HOOFDSTUK.
Page 60
EEN HEILZAME LES.
Het was kort na het diner, toen Charly Brand, die er als een deftige, oude
kamerdienaar uitzag, bij Raffles, alias Lord Melbourne, twee heeren
aanmeldde, die hem wenschten te spreken.
„Mijn naam is Röttger,” zoo stelde de redacteur zich voor, „ik ben de leider
van de Alarmkreet.
„Ik strijd voor recht, vrijheid en waarheid. Ik offer mij op voor mijn
principes, voor de onbeschermde deugd en vernietig alles wat slecht en
gemeen is!”
„Foei duivel!” De groote onbekende spuwde met een grooten boog in de
naast zijn schrijftafel staande spuwbak.
„Neem mij niet kwalijk,” sprak hij tot de heeren, „ik lijd aan te grooten
toevoer van speeksel.”
Beide bezoekers maten Lord Melbourne met vijandige blikken.
Zij konden niet bewijzen, dat het spuwen op hen betrekking had.
„Dus gij zijt de redacteur van de Alarmkreet?” vroeg Raffles na eenig
zwijgen. „Is dat een nieuwe courant?”
Mr. Kroyzer zette een verontwaardigd gelaat, hij wilde reeds een scherp
antwoord geven, maar de mooie Guido was hem voor:
„Hebt gij werkelijk nog nooit over ons blad hooren spreken, Lord
Melbourne?”
Raffles haalde de schouders op.
Het was kort na het diner, toen Charly Brand, die er als een deftige, oude
kamerdienaar uitzag, bij Raffles, alias Lord Melbourne, twee heeren
aanmeldde, die hem wenschten te spreken.
„Mijn naam is Röttger,” zoo stelde de redacteur zich voor, „ik ben de leider
van de Alarmkreet.
„Ik strijd voor recht, vrijheid en waarheid. Ik offer mij op voor mijn
principes, voor de onbeschermde deugd en vernietig alles wat slecht en
gemeen is!”
„Foei duivel!” De groote onbekende spuwde met een grooten boog in de
naast zijn schrijftafel staande spuwbak.
„Neem mij niet kwalijk,” sprak hij tot de heeren, „ik lijd aan te grooten
toevoer van speeksel.”
Beide bezoekers maten Lord Melbourne met vijandige blikken.
Zij konden niet bewijzen, dat het spuwen op hen betrekking had.
„Dus gij zijt de redacteur van de Alarmkreet?” vroeg Raffles na eenig
zwijgen. „Is dat een nieuwe courant?”
Mr. Kroyzer zette een verontwaardigd gelaat, hij wilde reeds een scherp
antwoord geven, maar de mooie Guido was hem voor:
„Hebt gij werkelijk nog nooit over ons blad hooren spreken, Lord
Melbourne?”
Raffles haalde de schouders op.
Page 61
„Het spijt mij zeer, ik lees behalve de „Times” en de Parijsche „Figaro”, en
nog het „Berliner Tageblatt” en de „New-York Herald”, geen andere
couranten.
„Men kan natuurlijk niet alles lezen wat ter perse komt.
„Ik geloof dat de uren van den dag nauwelijks toereikend zouden zijn om de
alleen al in Londen verschijnende couranten en tijdschriften te lezen. Men
heeft toch ook nog andere bezigheden. Dat zult ge mij moeten toegeven”.
De kleine redacteur knikte bevestigend en zei:
„U heeft gelijk, Lord Melbourne, maar onze courant, de Alarmkreet, is iets
wat ieder moet leeren kennen.
„Het is een orgaan, dat strijdt voor de hoogste moraal; het is de bezem, die
de modderpoelen van het moderne leven moet reinigen van hun stinkend
vuil.”
Weer spuwde Raffles.
Daarop lachte hij.
„Eene aangename taak is dat. Vertel mij eens, hoe houdt gij dat op den duur
toch uit? Het is geen aanbevelenswaardige arbeid. Daar heb je gauw genoeg
van!”
Mr. Röttger sloeg zich trotsch op de borst.
„Slechts mannen als ik, die een onzelfzuchtig, sterk en groot karakter
hebben, zijn in staat, om evenals Herkules Augiasstallen te reinigen.”
„Prachtig”, sprak Raffles, „ik wil u daar niet van terughouden, en daar uw
tijd voor het groote werk zeer kostbaar is, moet gij dien niet bij mij
verzuimen. Keer naar uw eigen omgeving terug!”
nog het „Berliner Tageblatt” en de „New-York Herald”, geen andere
couranten.
„Men kan natuurlijk niet alles lezen wat ter perse komt.
„Ik geloof dat de uren van den dag nauwelijks toereikend zouden zijn om de
alleen al in Londen verschijnende couranten en tijdschriften te lezen. Men
heeft toch ook nog andere bezigheden. Dat zult ge mij moeten toegeven”.
De kleine redacteur knikte bevestigend en zei:
„U heeft gelijk, Lord Melbourne, maar onze courant, de Alarmkreet, is iets
wat ieder moet leeren kennen.
„Het is een orgaan, dat strijdt voor de hoogste moraal; het is de bezem, die
de modderpoelen van het moderne leven moet reinigen van hun stinkend
vuil.”
Weer spuwde Raffles.
Daarop lachte hij.
„Eene aangename taak is dat. Vertel mij eens, hoe houdt gij dat op den duur
toch uit? Het is geen aanbevelenswaardige arbeid. Daar heb je gauw genoeg
van!”
Mr. Röttger sloeg zich trotsch op de borst.
„Slechts mannen als ik, die een onzelfzuchtig, sterk en groot karakter
hebben, zijn in staat, om evenals Herkules Augiasstallen te reinigen.”
„Prachtig”, sprak Raffles, „ik wil u daar niet van terughouden, en daar uw
tijd voor het groote werk zeer kostbaar is, moet gij dien niet bij mij
verzuimen. Keer naar uw eigen omgeving terug!”
Page 62
De kleine journalist wierp Raffles een woedenden blik toe.
Hij hield er niet van om op een dergelijke manier met woorden de deur uit te
worden gegooid.
„Pardon”, antwoordde hij, „de tijd, dien ik bij u doorbreng, is voor mij geen
verlorene.”
„Zoo, zoo”, lachte Raffles, „wilt gij daarmee zeggen, dat wij ons hier bij mij
in een Augiasstal bevinden?”
„Ja”, bevestigde de redacteur, „ik zou u anders niet hebben opgezocht, Lord
Melbourne. Hier is een der smerigste plaatsen in den grooten modderpoel
van het moderne leven, die ik ooit heb ontdekt.” [20]
Lord Melbourne lachte hartelijk.
Daarop keek hij met vroolijken blik de kostbaar ingerichte kamer rond en
sprak:
„Wel, als het nergens smeriger is dan bij mij, moeten zelfs varkens zeer
netjes wonen.”
„Gij begrijpt wel”, siste Mr. Röttger, „ik bedoel daarmede, dat niet uw
kamers, maar gijzelf smerig en vuil zijt!”
„Ho, ho!” viel Raffles hem lachend in de rede, „ik heb vanmorgen gebaad,
evenals elken dag.”
Nu werd de kleine redacteur venijnig:
„Het lichaam kan misschien zuiver zijn, maar de ziel is onrein als het vuilste
riool.”
„All right”, knikte de Lord, „dan zal ik u als puttenschepper aanstellen.
Hoeveel verlangt gij per maand?”
Hij hield er niet van om op een dergelijke manier met woorden de deur uit te
worden gegooid.
„Pardon”, antwoordde hij, „de tijd, dien ik bij u doorbreng, is voor mij geen
verlorene.”
„Zoo, zoo”, lachte Raffles, „wilt gij daarmee zeggen, dat wij ons hier bij mij
in een Augiasstal bevinden?”
„Ja”, bevestigde de redacteur, „ik zou u anders niet hebben opgezocht, Lord
Melbourne. Hier is een der smerigste plaatsen in den grooten modderpoel
van het moderne leven, die ik ooit heb ontdekt.” [20]
Lord Melbourne lachte hartelijk.
Daarop keek hij met vroolijken blik de kostbaar ingerichte kamer rond en
sprak:
„Wel, als het nergens smeriger is dan bij mij, moeten zelfs varkens zeer
netjes wonen.”
„Gij begrijpt wel”, siste Mr. Röttger, „ik bedoel daarmede, dat niet uw
kamers, maar gijzelf smerig en vuil zijt!”
„Ho, ho!” viel Raffles hem lachend in de rede, „ik heb vanmorgen gebaad,
evenals elken dag.”
Nu werd de kleine redacteur venijnig:
„Het lichaam kan misschien zuiver zijn, maar de ziel is onrein als het vuilste
riool.”
„All right”, knikte de Lord, „dan zal ik u als puttenschepper aanstellen.
Hoeveel verlangt gij per maand?”
Page 63
„Laat ons niet schertsen, Lord Melbourne, ik moet u over ernstige dingen
spreken. Het is voor u een levenskwestie!”
John Raffles stak een sigaret aan en blies zijn bezoeker den rook in het
gelaat.
„Ik geloof, dat gij u vergist. Over mijn bestaan had alleen mijn vader
eenmaal te beschikken.”
„Of de wet.”
„Hoe bedoelt gij dat?”
Raffles nam den redacteur van het hoofd tot de voeten op en Mr. Röttger
voelde zich door den blik der zwarte oogen verontrust.
Een onbehaaglijk gevoel, alsof hij hem reeds hier of daar had ontmoet,
maakte hem zenuwachtig.
Maar tevergeefs dacht hij na; hij herkende in de spotachtig lachende oogen
van Lord Melbourne niet die, welke detective Marholm, d. w. z. de onechte
Marholm, in zijn hoofd had.
„Hoor mij een paar seconden aan”, sprak hij tot Raffles. „Gij zult thans
voldoende op de hoogte zijn van mijn persoon en mijn courant.”
„Ongetwijfeld”, antwoordde de groote Onbekende, „ik ken u zoo
nauwkeurig, alsof gij jarenlang mijn kamerdienaar waart geweest.”
Opnieuw trof hem een vijandige blik.
Met een verachtelijk gebaar deed de kleine redacteur stilzwijgend afstand
van het baantje van kamerdienaar en zei:
„Gij overschat uzelf, Lord Melbourne, zelfs Zijne Majesteit zou er zich niet
op kunnen beroemen, mij in Zijnen dienst te hebben gehad.”
spreken. Het is voor u een levenskwestie!”
John Raffles stak een sigaret aan en blies zijn bezoeker den rook in het
gelaat.
„Ik geloof, dat gij u vergist. Over mijn bestaan had alleen mijn vader
eenmaal te beschikken.”
„Of de wet.”
„Hoe bedoelt gij dat?”
Raffles nam den redacteur van het hoofd tot de voeten op en Mr. Röttger
voelde zich door den blik der zwarte oogen verontrust.
Een onbehaaglijk gevoel, alsof hij hem reeds hier of daar had ontmoet,
maakte hem zenuwachtig.
Maar tevergeefs dacht hij na; hij herkende in de spotachtig lachende oogen
van Lord Melbourne niet die, welke detective Marholm, d. w. z. de onechte
Marholm, in zijn hoofd had.
„Hoor mij een paar seconden aan”, sprak hij tot Raffles. „Gij zult thans
voldoende op de hoogte zijn van mijn persoon en mijn courant.”
„Ongetwijfeld”, antwoordde de groote Onbekende, „ik ken u zoo
nauwkeurig, alsof gij jarenlang mijn kamerdienaar waart geweest.”
Opnieuw trof hem een vijandige blik.
Met een verachtelijk gebaar deed de kleine redacteur stilzwijgend afstand
van het baantje van kamerdienaar en zei:
„Gij overschat uzelf, Lord Melbourne, zelfs Zijne Majesteit zou er zich niet
op kunnen beroemen, mij in Zijnen dienst te hebben gehad.”
Page 64
„Nu, nu,” lachte Lord Lister, „spreekt gij Spaansch?”
„Neen, hoezoo?”
„Russisch?”
„Neen?”
„Italiaansch, Fransch?”
„Neen?”
„Kunt gij friseeren, masseeren, enz.?”
„Verduiveld, neen!”
„Een costuum beugelen? Of een das binden?”
Een toornig luid „Neen”, deed zich opnieuw hooren.
„Ziet ge,” sprak Raffles, „dan zijt gij in ’t geheel niet bekwaam om
kamerdienaar te worden”.
„Maar schrijven kan ik”, herhaalde de kleine redacteur op scherpen toon.
„Neem mij niet kwalijk”, lachte zijn overbuur, „schrijven kan mijn
kamerdienaar ook. Dat is toch een schoolvak, dat iederen straatjongen wordt
aangeleerd”.
„Ik bedoel letterkundig!”
Een lang gerekt „Zoo-oo …!” was het eenige antwoord, weer blies Lord
Lister met spottend gekrulde lippen den rook van zijn sigaret in het gelaat
van den journalist en sprak:
„Misschien kan mijn kamerdienaar dat ook.
„Neen, hoezoo?”
„Russisch?”
„Neen?”
„Italiaansch, Fransch?”
„Neen?”
„Kunt gij friseeren, masseeren, enz.?”
„Verduiveld, neen!”
„Een costuum beugelen? Of een das binden?”
Een toornig luid „Neen”, deed zich opnieuw hooren.
„Ziet ge,” sprak Raffles, „dan zijt gij in ’t geheel niet bekwaam om
kamerdienaar te worden”.
„Maar schrijven kan ik”, herhaalde de kleine redacteur op scherpen toon.
„Neem mij niet kwalijk”, lachte zijn overbuur, „schrijven kan mijn
kamerdienaar ook. Dat is toch een schoolvak, dat iederen straatjongen wordt
aangeleerd”.
„Ik bedoel letterkundig!”
Een lang gerekt „Zoo-oo …!” was het eenige antwoord, weer blies Lord
Lister met spottend gekrulde lippen den rook van zijn sigaret in het gelaat
van den journalist en sprak:
„Misschien kan mijn kamerdienaar dat ook.
Page 65
„Hij zou b.v. een werk kunnen uitgeven: „Onthullingen uit het slaapvertrek
van mijn meester”, of „De liefdesavonturen van mijn meester”, of „De
schuldeischers”— —of „Verhalen van een kamerdienaar”. Ik denk, dat dit
alles in den tegenwoordigen tijd veel bijval zou verwerven. Men leest in de
zoogenaamd letterkundig-ontwikkelde kringen dergelijke zaken graag”.
„Maar,” verdedigde zich de kleine redacteur, „dat wat ik schrijf, zal uw
kamerdienaar niet kunnen schrijven. Daartoe ontbreken hem de gegevens.
„Ik heb bijvoorbeeld een artikel in de pen met het opschrift:
„„Sensationeele onthullingen omtrent den geheimzinnigen dood der oude
Lady Melbourne”.”
„Klopt niet”, glimlachte de Lord.
„In hoeverre niet?”
„Wel, omdat de Lady nog niet zoo oud was, ik kan het weten. Mijn
stiefmoeder was dertig jaar toen zij stierf. Zij was jonger dan ik”.
De redacteur zette verbaasde oogen op.
Maar hij beheerschte zich en antwoordde:
„De leeftijd heeft er ook niets mee te maken. De hoofdzaak zijn de
onthullingen omtrent den geheimzinnigen dood”.
„Dat is mogelijk”, stemde Raffles toe, „maar omdat deze onthullingen op
even onvoldoende informaties [21]berusten als die omtrent den leeftijd der
Lady, ziet het er slecht mee uit”.
„Maak u niet ongerust,” mengde zich Mr. Kroyzer in het gesprek, „mijn
redacteur heeft niet naar den leeftijd geïnformeerd. Maar omtrent den dood
van uw stiefmoeder weet hij alles.”
van mijn meester”, of „De liefdesavonturen van mijn meester”, of „De
schuldeischers”— —of „Verhalen van een kamerdienaar”. Ik denk, dat dit
alles in den tegenwoordigen tijd veel bijval zou verwerven. Men leest in de
zoogenaamd letterkundig-ontwikkelde kringen dergelijke zaken graag”.
„Maar,” verdedigde zich de kleine redacteur, „dat wat ik schrijf, zal uw
kamerdienaar niet kunnen schrijven. Daartoe ontbreken hem de gegevens.
„Ik heb bijvoorbeeld een artikel in de pen met het opschrift:
„„Sensationeele onthullingen omtrent den geheimzinnigen dood der oude
Lady Melbourne”.”
„Klopt niet”, glimlachte de Lord.
„In hoeverre niet?”
„Wel, omdat de Lady nog niet zoo oud was, ik kan het weten. Mijn
stiefmoeder was dertig jaar toen zij stierf. Zij was jonger dan ik”.
De redacteur zette verbaasde oogen op.
Maar hij beheerschte zich en antwoordde:
„De leeftijd heeft er ook niets mee te maken. De hoofdzaak zijn de
onthullingen omtrent den geheimzinnigen dood”.
„Dat is mogelijk”, stemde Raffles toe, „maar omdat deze onthullingen op
even onvoldoende informaties [21]berusten als die omtrent den leeftijd der
Lady, ziet het er slecht mee uit”.
„Maak u niet ongerust,” mengde zich Mr. Kroyzer in het gesprek, „mijn
redacteur heeft niet naar den leeftijd geïnformeerd. Maar omtrent den dood
van uw stiefmoeder weet hij alles.”
Page 66
„Dat vind ik interessant”, riep de Lord uit, „wanneer is de Lady dan
gestorven?”
„Dat weet gij evengoed als ik”, antwoordde Mr. Röttger, terwijl hij het
inderdaad niet wist.
„Oho”, lachte Raffles, „gij vergist u. Mij is de datum van het overlijden van
mijn stiefmoeder tot op heden nog niet bekend”.
Nu richtte de kleine redacteur zich in zijn volle lengte op, wierp den Lord
een verachtelijken blik toe en sprak:
„Ik ben niet hier gekomen, om met u verstoppertje te spelen, gij weet
evengoed, als ik, wat ik bedoel.”
Raffles haalde de schouders op.
„Ik weet inderdaad niet, wat gij wenscht”.
„Sir”, antwoordde Röttger nu op bruusken toon, „er is slechts één artikel in
de Alarmkreet noodig, om u in een smadelijk proces te wikkelen”.
„Daaraan twijfel ik geen oogenblik”, sprak de Lord op kalmen toon, „het is
alleen de vraag, voor wien het proces smadelijk zou zijn, voor u of voor
mij”.
„Alleen voor u!”
Nauwelijks was dit woord gesproken, of de Lord sprong plotseling van zijn
stoel op en mat den redacteur met een doordringenden blik.
„Als gij er de persoon naar waart, zoudt gij mij op een andere plaats
rekenschap van uw woorden moeten geven!”
„Ik zal u rekenschap geven”, siste Röttger, „maar met mijn wapenen: met
pen en inkt. En nu wil ik u nog iets zeggen, Lord Melbourne:
gestorven?”
„Dat weet gij evengoed als ik”, antwoordde Mr. Röttger, terwijl hij het
inderdaad niet wist.
„Oho”, lachte Raffles, „gij vergist u. Mij is de datum van het overlijden van
mijn stiefmoeder tot op heden nog niet bekend”.
Nu richtte de kleine redacteur zich in zijn volle lengte op, wierp den Lord
een verachtelijken blik toe en sprak:
„Ik ben niet hier gekomen, om met u verstoppertje te spelen, gij weet
evengoed, als ik, wat ik bedoel.”
Raffles haalde de schouders op.
„Ik weet inderdaad niet, wat gij wenscht”.
„Sir”, antwoordde Röttger nu op bruusken toon, „er is slechts één artikel in
de Alarmkreet noodig, om u in een smadelijk proces te wikkelen”.
„Daaraan twijfel ik geen oogenblik”, sprak de Lord op kalmen toon, „het is
alleen de vraag, voor wien het proces smadelijk zou zijn, voor u of voor
mij”.
„Alleen voor u!”
Nauwelijks was dit woord gesproken, of de Lord sprong plotseling van zijn
stoel op en mat den redacteur met een doordringenden blik.
„Als gij er de persoon naar waart, zoudt gij mij op een andere plaats
rekenschap van uw woorden moeten geven!”
„Ik zal u rekenschap geven”, siste Röttger, „maar met mijn wapenen: met
pen en inkt. En nu wil ik u nog iets zeggen, Lord Melbourne:
Page 67
„Er zijn sterke bewijzen voorhanden, dat gij de schuld draagt van den dood
uwer stiefmoeder. Ja, dat gij zelfs haar dood opzettelijk hebt veroorzaakt.”
Raffles kruiste de armen.
„En al ware dat het geval, wat gaat het u dan nog aan? Zijt gij rechter of
inspecteur van politie?”
„Dat niet, maar ik ben de redacteur, der Alarmkreet en als zoodanig maak ik
dergelijke dingen, als zij mij ter oore komen, bekend en deel ze aan de
autoriteiten mee”.
„Dat wil zeggen”, sprak Raffles, „dat gij u eerst riemen snijdt uit de huid van
uw slachtoffers, om daarna de ongelukkigen achter slot en grendel te
helpen”.
„Gij kunt beide dingen vermijden”, viel nu Mr. Kroyzer in, „er zal een
artikel gepubliceerd worden, noch een aanklacht jegens u worden gedaan, als
gij het met ons eens wordt”.
„Ja, als gij het met ons eens wordt”, voegde Mr. Röttger er aan toe.
Raffles deed, alsof hij niet dadelijk de beteekenis dier woorden begreep.
„Hoe meent gij dat, heeren?” vroeg hij.
De journalist naderde hem vertrouwelijk, legde de hand op zijn schouder en
sprak:
„Laat ons verstandig zijn, Lord, het zal u niet moeilijk vallen, een
overeenkomst met ons te sluiten. Voor iemand van uw vermogen zullen een
paar duizend pond geen groote rol spelen.”
Nauwelijks had de groote onbekende deze woorden gehoord, of hij floot zoo
luid en doordringend, dat de redacteur verschrikt achteruit sprong.
uwer stiefmoeder. Ja, dat gij zelfs haar dood opzettelijk hebt veroorzaakt.”
Raffles kruiste de armen.
„En al ware dat het geval, wat gaat het u dan nog aan? Zijt gij rechter of
inspecteur van politie?”
„Dat niet, maar ik ben de redacteur, der Alarmkreet en als zoodanig maak ik
dergelijke dingen, als zij mij ter oore komen, bekend en deel ze aan de
autoriteiten mee”.
„Dat wil zeggen”, sprak Raffles, „dat gij u eerst riemen snijdt uit de huid van
uw slachtoffers, om daarna de ongelukkigen achter slot en grendel te
helpen”.
„Gij kunt beide dingen vermijden”, viel nu Mr. Kroyzer in, „er zal een
artikel gepubliceerd worden, noch een aanklacht jegens u worden gedaan, als
gij het met ons eens wordt”.
„Ja, als gij het met ons eens wordt”, voegde Mr. Röttger er aan toe.
Raffles deed, alsof hij niet dadelijk de beteekenis dier woorden begreep.
„Hoe meent gij dat, heeren?” vroeg hij.
De journalist naderde hem vertrouwelijk, legde de hand op zijn schouder en
sprak:
„Laat ons verstandig zijn, Lord, het zal u niet moeilijk vallen, een
overeenkomst met ons te sluiten. Voor iemand van uw vermogen zullen een
paar duizend pond geen groote rol spelen.”
Nauwelijks had de groote onbekende deze woorden gehoord, of hij floot zoo
luid en doordringend, dat de redacteur verschrikt achteruit sprong.
Page 68
„Denkt gij, dat ik uw zwijgen zal koopen?”
„Gij gebruikt daar een leelijke uitdrukking,” sprak Mr. Kroyzer, „gij hebt
niet noodig, ons stilzwijgen te koopen, maar wij willen goede zaken met
elkaar doen.”
„Goede zaken?” vroeg Raffles. „Voor u ongetwijfeld. Want als ik u goed
versta, dan betaal ik u eenige duizenden pond sterling, stop u de zakken vol
geld en krijg daarvoor niets terug.”
„Natuurlijk, Lord Melbourne, want wij bewaren een onherroepelijk
stilzwijgen omtrent alles wat wij hebben vernomen.”
„Maar wat hebt gij dan toch eigenlijk vernomen, mijne heeren? Gij zijt nu
reeds een uur lang bij mij en spreekt nog geheel in raadselen.”
„Zullen wij ons duidelijker verklaren?” vroeg Mr. Kroyzer.
„Ja”, antwoordde Raffles, „dan zal ik ook duidelijker spreken.”
Met een snellen blik keek hij plotseling naar de rijzweep, die op den
schoorsteenmantel lag.
Noch Mr. Röttger, noch Mr. Kroyzer begrepen dien blik.
„Goed”, sprak de kleine, redacteur, „wij hebben van een volkomen
betrouwbaar persoon de bewijzen gekregen, dat gij den dood van uw
stiefmoeder op uw geweten hebt.”
„Is dat alles?” vroeg Raffles op volkomen onverschilligen toon, zoodat
zoowel de kleine redacteur als de eigenaar der Alarmkreet stom van
verbazing waren. [22]
„Ik denk, dat dat meer dan voldoende is”, antwoordde Mr. Röttger na eenige
oogenblikken, „begrijp wel, het betreft hier een aanklacht wegens moord.”
„Gij gebruikt daar een leelijke uitdrukking,” sprak Mr. Kroyzer, „gij hebt
niet noodig, ons stilzwijgen te koopen, maar wij willen goede zaken met
elkaar doen.”
„Goede zaken?” vroeg Raffles. „Voor u ongetwijfeld. Want als ik u goed
versta, dan betaal ik u eenige duizenden pond sterling, stop u de zakken vol
geld en krijg daarvoor niets terug.”
„Natuurlijk, Lord Melbourne, want wij bewaren een onherroepelijk
stilzwijgen omtrent alles wat wij hebben vernomen.”
„Maar wat hebt gij dan toch eigenlijk vernomen, mijne heeren? Gij zijt nu
reeds een uur lang bij mij en spreekt nog geheel in raadselen.”
„Zullen wij ons duidelijker verklaren?” vroeg Mr. Kroyzer.
„Ja”, antwoordde Raffles, „dan zal ik ook duidelijker spreken.”
Met een snellen blik keek hij plotseling naar de rijzweep, die op den
schoorsteenmantel lag.
Noch Mr. Röttger, noch Mr. Kroyzer begrepen dien blik.
„Goed”, sprak de kleine, redacteur, „wij hebben van een volkomen
betrouwbaar persoon de bewijzen gekregen, dat gij den dood van uw
stiefmoeder op uw geweten hebt.”
„Is dat alles?” vroeg Raffles op volkomen onverschilligen toon, zoodat
zoowel de kleine redacteur als de eigenaar der Alarmkreet stom van
verbazing waren. [22]
„Ik denk, dat dat meer dan voldoende is”, antwoordde Mr. Röttger na eenige
oogenblikken, „begrijp wel, het betreft hier een aanklacht wegens moord.”
Page 69
„Gij beweert dus”, sprak Raffles, „dat ik mijn stiefmoeder heb vermoord.”
„Ik beweer het niet alleen, maar ik wil het ook bewijzen!”
Een oogenblik keek de groote onbekende zijn tegenstander met ijskouden
blik aan, daarop deed hij, alsof hij overlegde, wat hij wel te antwoorden had.
„Laat ons eens aannemen, mijne heeren,” sprak hij, „dat datgene, wat gij
beweert, een feit was en ik mijn stiefmoeder had vermoord, om in het bezit
te komen van het vermogen van mijn vader.
„Op welke wijze zoudt gij er mij voor instaan, dat gij u in de zaak, die gij
met mij denkt te behandelen, als eerlijke menschen zult gedragen?”
„Mijn betrekking als redacteur der Alarmkreet verplicht mij tot eerlijk
handelen.”
„Pardon”, antwoordde Raffles, „ik begrijp uw woorden niet.”
„Ik bedoel”, antwoordde Mr. Röttger, „dat ik als redacteur der Alarmkreet
wel verplicht ben, mij als een eerlijk mensch te gedragen.”
„Mooi!” sprak Lord Lister, „hoeveel verlangt gij daarvoor?”
„Zeggen wij voorloopig tienduizend pond sterling.”
„Een net zaakje”, lachte de groote onbekende. „Gij zeidet immers zooeven,
dat gij als redacteur der Alarmkreet tot eerlijk handelen verplicht waart. Ik
herhaal: tot eerlijk handelen.
„Weet gij, heer redacteur, ik heb strengere opvattingen omtrent eerlijkheid
dan gij.
„Gij schijnt uw eerlijkheid ergens in de modder te hebben laten liggen.
„Ik beweer het niet alleen, maar ik wil het ook bewijzen!”
Een oogenblik keek de groote onbekende zijn tegenstander met ijskouden
blik aan, daarop deed hij, alsof hij overlegde, wat hij wel te antwoorden had.
„Laat ons eens aannemen, mijne heeren,” sprak hij, „dat datgene, wat gij
beweert, een feit was en ik mijn stiefmoeder had vermoord, om in het bezit
te komen van het vermogen van mijn vader.
„Op welke wijze zoudt gij er mij voor instaan, dat gij u in de zaak, die gij
met mij denkt te behandelen, als eerlijke menschen zult gedragen?”
„Mijn betrekking als redacteur der Alarmkreet verplicht mij tot eerlijk
handelen.”
„Pardon”, antwoordde Raffles, „ik begrijp uw woorden niet.”
„Ik bedoel”, antwoordde Mr. Röttger, „dat ik als redacteur der Alarmkreet
wel verplicht ben, mij als een eerlijk mensch te gedragen.”
„Mooi!” sprak Lord Lister, „hoeveel verlangt gij daarvoor?”
„Zeggen wij voorloopig tienduizend pond sterling.”
„Een net zaakje”, lachte de groote onbekende. „Gij zeidet immers zooeven,
dat gij als redacteur der Alarmkreet tot eerlijk handelen verplicht waart. Ik
herhaal: tot eerlijk handelen.
„Weet gij, heer redacteur, ik heb strengere opvattingen omtrent eerlijkheid
dan gij.
„Gij schijnt uw eerlijkheid ergens in de modder te hebben laten liggen.
Page 70
„Eerlijk zoudt gij zijn, als gij dat, wat gij beweert omtrent mijn persoon
vernomen te hebben, aan de justitie meedeeldet, in plaats van uw zwijgen
aan mij te willen verkoopen voor tienduizend pond sterling.”
„Genoeg!” schreeuwde nu de kleine redacteur, de vuisten ballend, „ik ga van
hier naar den inspecteur van politie Baxter. Gij zult ondervinden, welke
gevolgen deze zaak voor u heeft.”
„Stellig!” lachte Raffles, „en opdat gij den weg niet tevergeefs af zult
leggen, zal ik u iets meegeven, dat gij den inspecteur als bewijs kunt toonen.
Let eens op!”
Voordat Mr. Röttger of Mr. Kroyzer iets vermoeden of een poging konden
doen om te vluchten, had Raffles de rijzweep van den schoorsteen genomen
en als hagelsteenen vielen in het volgende oogenblik de slagen op den
redacteur en den eigenaar der Alarmkreet neer.
(Zie het titelblad.)
De klappen volgden elkaar zoo snel op en werden op zoo elegante manier
uitgedeeld, dat de beide schurken zich niet konden verdedigen.
Schreeuwend en vloekend holden zij de kamer uit, stieten Charly Brand, die
op den drempel was verschenen, omver en snelden de straat langs als twee
achtervolgde beesten.
Zij liepen door totdat zij voor de deur van het hoofdbureau van politie
stonden, want zij meenden nog steeds, dat Lord Melbourne hen met de
rijzweep op de hielen zat.
Toen zij ademloos door het snelle loopen de kamer van inspecteur Baxter
waren binnengekomen, troffen zij dezen niet, doch in zijn plaats detective
Marholm, die hen met onvriendelijke blikken ontving.
„Wat wenscht gij?” snauwde hij, „de inspecteur is niet hier.”
vernomen te hebben, aan de justitie meedeeldet, in plaats van uw zwijgen
aan mij te willen verkoopen voor tienduizend pond sterling.”
„Genoeg!” schreeuwde nu de kleine redacteur, de vuisten ballend, „ik ga van
hier naar den inspecteur van politie Baxter. Gij zult ondervinden, welke
gevolgen deze zaak voor u heeft.”
„Stellig!” lachte Raffles, „en opdat gij den weg niet tevergeefs af zult
leggen, zal ik u iets meegeven, dat gij den inspecteur als bewijs kunt toonen.
Let eens op!”
Voordat Mr. Röttger of Mr. Kroyzer iets vermoeden of een poging konden
doen om te vluchten, had Raffles de rijzweep van den schoorsteen genomen
en als hagelsteenen vielen in het volgende oogenblik de slagen op den
redacteur en den eigenaar der Alarmkreet neer.
(Zie het titelblad.)
De klappen volgden elkaar zoo snel op en werden op zoo elegante manier
uitgedeeld, dat de beide schurken zich niet konden verdedigen.
Schreeuwend en vloekend holden zij de kamer uit, stieten Charly Brand, die
op den drempel was verschenen, omver en snelden de straat langs als twee
achtervolgde beesten.
Zij liepen door totdat zij voor de deur van het hoofdbureau van politie
stonden, want zij meenden nog steeds, dat Lord Melbourne hen met de
rijzweep op de hielen zat.
Toen zij ademloos door het snelle loopen de kamer van inspecteur Baxter
waren binnengekomen, troffen zij dezen niet, doch in zijn plaats detective
Marholm, die hen met onvriendelijke blikken ontving.
„Wat wenscht gij?” snauwde hij, „de inspecteur is niet hier.”
Page 71
„Er is ons iets vreeselijks overkomen”, hijgde de redacteur.
„Iets ontzettends!” voegde de eigenaar van het schimpblad er aan toe.
„Wat dan?” vroeg Marholm, en op hetzelfde oogenblik ontdekte hij op
beider gelaat de dik opgeloopen striemen van de rijzweep.
„Ah zoo!” sprak hij, „hebt gij slaag gehad?”
„Ja!” riepen beiden tegelijk uit.
„Nu,” lachte de vloo, „zoo iets moet gij gewend zijn. Gij zijt, als ik mij goed
herinner, immers de redacteur der Alarmkreet?”
„Ja,” zuchtte de kleine Röttger, terwijl hij den zakdoek voor het gelaat hield,
„dat ben ik. Maar ik begrijp niet hoe gij ertoe komt om te zeggen, dat ik aan
een pak slaag gewend moet zijn.”
„Kom”, sprak Marholm lachend, „gij kent immers het woord uit den Bijbel:
„Wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard omkomen!”
Daarvoor kan men evengoed zeggen:
„Wie klappen uitdeelt, zal klappen terugkrijgen!”
„Wij zijn hier niet om bijbelteksten met u te behandelen”, antwoordde Mr.
Röttger met woedenden blik.
„Wat wilt gij dan?” vroeg de vloo op kalmen toon.
„Een aanklacht wegens moord indienen tegen Lord Melbourne.”
„Jegens wien?” vroeg Marholm. „Tegen Lord Melbourne? Dat is jammer.
Waar woont de Lord?”
„Regentpark 16.” [23]
„Iets ontzettends!” voegde de eigenaar van het schimpblad er aan toe.
„Wat dan?” vroeg Marholm, en op hetzelfde oogenblik ontdekte hij op
beider gelaat de dik opgeloopen striemen van de rijzweep.
„Ah zoo!” sprak hij, „hebt gij slaag gehad?”
„Ja!” riepen beiden tegelijk uit.
„Nu,” lachte de vloo, „zoo iets moet gij gewend zijn. Gij zijt, als ik mij goed
herinner, immers de redacteur der Alarmkreet?”
„Ja,” zuchtte de kleine Röttger, terwijl hij den zakdoek voor het gelaat hield,
„dat ben ik. Maar ik begrijp niet hoe gij ertoe komt om te zeggen, dat ik aan
een pak slaag gewend moet zijn.”
„Kom”, sprak Marholm lachend, „gij kent immers het woord uit den Bijbel:
„Wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard omkomen!”
Daarvoor kan men evengoed zeggen:
„Wie klappen uitdeelt, zal klappen terugkrijgen!”
„Wij zijn hier niet om bijbelteksten met u te behandelen”, antwoordde Mr.
Röttger met woedenden blik.
„Wat wilt gij dan?” vroeg de vloo op kalmen toon.
„Een aanklacht wegens moord indienen tegen Lord Melbourne.”
„Jegens wien?” vroeg Marholm. „Tegen Lord Melbourne? Dat is jammer.
Waar woont de Lord?”
„Regentpark 16.” [23]
Page 72
„Regentpark 16? Voor zoover ik mij herinner, is Lord Melbourne reeds acht
jaar dood. Hoe kan hij dus in het Regentpark No. 16 wonen?”
„En toch is het zoo”, sprak de kleine redacteur. „Gij verwisselt zeker den
zoon met den vader. Onze aanklacht is gericht tegen den zoon. Roep dadelijk
eenige detectives bijeen en spoed u naar den Lord, voordat hij de vlucht
heeft kunnen nemen.”
„Zoo snel gaat dat niet”, sprak Marholm, „eerst moet ik een protocol
opmaken van uw beschuldiging, en dat is niet zoo gemakkelijk.
„Het gaat bij ons alles volgens voorschrift. Daar buiten om gebeurt er niets.
„Daarop zullen wij Lord Melbourne uitnoodigen om hier te komen en hem
een verhoor afnemen.
„Daarmee gaat minstens een week heen. Zoolang moet gij geduld hebben.”
„Dat is ongeloofelijk”, sprak de redacteur, „op die manier heeft elke
moordenaar de tijd om te ontvluchten.”
„Zeker”, antwoordde Marholm op doodkalmen toon, „wij houden ons bij
voorkeur bezig met voortvluchtige moordenaars.
„Het aangenaamst zijn ons zelfs de onbekende moordenaars.
„Dergelijke gevallen behandelen wij zeer eenvoudig. Wij loven een
belooning uit en laten het publiek naar hem zoeken. Wordt hij dan niet
gevonden, dan dragen wij de schuld niet alleen, maar het publiek met ons.”
„Wilt gij ons voor den gek houden?” vroeg Mr. Kroyzer.
Nu stond Marholm op en riep uit:
„Houd uw domme aanmerkingen voor u, want als iemand voor den gek
wordt gehouden, dan zijn wij het, maar niet het publiek.
jaar dood. Hoe kan hij dus in het Regentpark No. 16 wonen?”
„En toch is het zoo”, sprak de kleine redacteur. „Gij verwisselt zeker den
zoon met den vader. Onze aanklacht is gericht tegen den zoon. Roep dadelijk
eenige detectives bijeen en spoed u naar den Lord, voordat hij de vlucht
heeft kunnen nemen.”
„Zoo snel gaat dat niet”, sprak Marholm, „eerst moet ik een protocol
opmaken van uw beschuldiging, en dat is niet zoo gemakkelijk.
„Het gaat bij ons alles volgens voorschrift. Daar buiten om gebeurt er niets.
„Daarop zullen wij Lord Melbourne uitnoodigen om hier te komen en hem
een verhoor afnemen.
„Daarmee gaat minstens een week heen. Zoolang moet gij geduld hebben.”
„Dat is ongeloofelijk”, sprak de redacteur, „op die manier heeft elke
moordenaar de tijd om te ontvluchten.”
„Zeker”, antwoordde Marholm op doodkalmen toon, „wij houden ons bij
voorkeur bezig met voortvluchtige moordenaars.
„Het aangenaamst zijn ons zelfs de onbekende moordenaars.
„Dergelijke gevallen behandelen wij zeer eenvoudig. Wij loven een
belooning uit en laten het publiek naar hem zoeken. Wordt hij dan niet
gevonden, dan dragen wij de schuld niet alleen, maar het publiek met ons.”
„Wilt gij ons voor den gek houden?” vroeg Mr. Kroyzer.
Nu stond Marholm op en riep uit:
„Houd uw domme aanmerkingen voor u, want als iemand voor den gek
wordt gehouden, dan zijn wij het, maar niet het publiek.
Page 73
„Ik hoop, dat gij mij begrepen hebt.
„En als gij nu een aanklacht wilt indienen, ga dan naar huis, neem een vel
van het daartoe gebruikelijke formaat papier, vouw het in het midden langs
de lengte in tweeën en schrijf op de rechterhelft met openlating van een
blanco rand ter breedte van twee vingers.
„Indien gij u niet aan dit voorschrift houdt, kunnen wij de aanklacht niet
accepteeren. Zij gaat dan onherroepelijk in de papiermand.
„En gaat nu heen, want ik heb te werken.”
Hij draaide het tweetal den rug toe en ging met zijn schrijfwerk door.
Toen zij nog niet heengingen, draaide hij zich nog eens om en vroeg:
„Wat verlangt gij nog meer?”
„Wij zouden gaarne weten”, antwoordde Mr. Röttger, „wanneer inspecteur
Baxter te spreken is.”
„Over een uur”, antwoordde Marholm en hij voegde er aan toe:
„Als ik u een goeden raad mag geven, leg dan thuis ijscompressen op uw
gezicht, want iedereen ziet al op een afstand aan u, dat gij een flink pak
rammel hebt opgeloopen.”
„Wij zullen tijdig terug zijn”, sprak de redacteur, en met zijn medeplichtige
verliet hij het bureau.
Marholm echter sloeg zich van pret op de knieën en riep:
„Drommels, dat is de mooiste streek, dien ik ooit van Raffles heb gehoord.
Elke klap schijnt een van de beste soort te zijn geweest.”
„En als gij nu een aanklacht wilt indienen, ga dan naar huis, neem een vel
van het daartoe gebruikelijke formaat papier, vouw het in het midden langs
de lengte in tweeën en schrijf op de rechterhelft met openlating van een
blanco rand ter breedte van twee vingers.
„Indien gij u niet aan dit voorschrift houdt, kunnen wij de aanklacht niet
accepteeren. Zij gaat dan onherroepelijk in de papiermand.
„En gaat nu heen, want ik heb te werken.”
Hij draaide het tweetal den rug toe en ging met zijn schrijfwerk door.
Toen zij nog niet heengingen, draaide hij zich nog eens om en vroeg:
„Wat verlangt gij nog meer?”
„Wij zouden gaarne weten”, antwoordde Mr. Röttger, „wanneer inspecteur
Baxter te spreken is.”
„Over een uur”, antwoordde Marholm en hij voegde er aan toe:
„Als ik u een goeden raad mag geven, leg dan thuis ijscompressen op uw
gezicht, want iedereen ziet al op een afstand aan u, dat gij een flink pak
rammel hebt opgeloopen.”
„Wij zullen tijdig terug zijn”, sprak de redacteur, en met zijn medeplichtige
verliet hij het bureau.
Marholm echter sloeg zich van pret op de knieën en riep:
„Drommels, dat is de mooiste streek, dien ik ooit van Raffles heb gehoord.
Elke klap schijnt een van de beste soort te zijn geweest.”
Page 74
Hij had misschien een half uur geschreven, toen Baxter als een brieschende
leeuw het bureau binnen stormde.
Hij wierp zijn dienstpet op de schrijftafel, zoodat een inktkoker omviel en de
inhoud als een zwarte stroom over de tafel en den witgeschuurden vloer liep.
Daarop ging hij voor Marholm staan, en schreeuwde met gebalde vuisten:
„Ik sla je dood, Marholm, ik sla je dood!”
Hij zag er werkelijk uit, alsof hij van plan was zijn vuisten op het hoofd van
den secretaris te doen neerdalen.
Maar Marholm kende zijn chef.
Onbevreesd keek hij den inspecteur aan en sprak:
„Waarom wilt gij mij doodslaan?”
Baxter’s oogen rolden in hun kassen.
„Gij hebt mij geblameerd—gij hebt mij voor altijd onmogelijk gemaakt!”
Marholm glimlachte.
„Is dat mogelijk, inspecteur?”
„Ja, dat is mogelijk!” raasde Baxter.
„Gij weet, dat ik hedenmorgen een brief kreeg van den president van de
rechtbank met de opdracht, hem om drie uur in den middag te bezoeken.
„Kunt gij denken, wat er nu gebeurd is?”
„Een grap geweest?”
leeuw het bureau binnen stormde.
Hij wierp zijn dienstpet op de schrijftafel, zoodat een inktkoker omviel en de
inhoud als een zwarte stroom over de tafel en den witgeschuurden vloer liep.
Daarop ging hij voor Marholm staan, en schreeuwde met gebalde vuisten:
„Ik sla je dood, Marholm, ik sla je dood!”
Hij zag er werkelijk uit, alsof hij van plan was zijn vuisten op het hoofd van
den secretaris te doen neerdalen.
Maar Marholm kende zijn chef.
Onbevreesd keek hij den inspecteur aan en sprak:
„Waarom wilt gij mij doodslaan?”
Baxter’s oogen rolden in hun kassen.
„Gij hebt mij geblameerd—gij hebt mij voor altijd onmogelijk gemaakt!”
Marholm glimlachte.
„Is dat mogelijk, inspecteur?”
„Ja, dat is mogelijk!” raasde Baxter.
„Gij weet, dat ik hedenmorgen een brief kreeg van den president van de
rechtbank met de opdracht, hem om drie uur in den middag te bezoeken.
„Kunt gij denken, wat er nu gebeurd is?”
„Een grap geweest?”
Page 75
„Een grap?—Een uitbrander heb ik gehad als nog nooit in mijn leven! Een
eindeloozen uitbrander! Hij noemde mij niet alleen een ezel, maar
verklaarde mij voor den grootsten idioot, die er ooit op de wereld heeft
rondgeloopen”.
„Laat u dat zwart op wit geven, dan kunt gij een flinke som verdienen in
onze variété’s en in het Panopticum. [24]Den grootsten idioot zal iedereen
willen zien”.
De inspecteur greep Marholm bij de keel, alsof hij hem wilde wurgen.
„Zwijg, Marholm, of ik ransel u af! Jij bent de grootste idioot!”
„Het is mogelijk”, antwoordde Marholm, „anders was ik misschien uw
secretaris niet!”
„Ja, gij!” riep Baxter uit, „want om uwentwege kreeg ik den uitbrander—
door uw schuld ben ik voor den grootsten idioot uitgemaakt”.
„Ik ben zeer nieuwsgierig!”
„De duivel moge je halen met je nieuwsgierigheid. De zaak is eenvoudig
genoeg. Belachelijk eenvoudig, gij stommerik!
„Ik zei je gisteren, dat het voorschrift was, een rand open te laten ter breedte
van twee vingers”.
„Klopt!” antwoordde Marholm, „was de rand niet zoo breed?”
„Ja, de rand was zoo breed, maar geen enkel woord, dat dichtbij den rand
staat, is te lezen. Gij hebt eenvoudig, inplaats van verder te schrijven op den
volgenden regel, de letters weggelaten en daardoor onbegrijpelijke rapporten
geschreven. Geen mensch kan er uit wijs worden, noch de rechters, noch de
president!”
eindeloozen uitbrander! Hij noemde mij niet alleen een ezel, maar
verklaarde mij voor den grootsten idioot, die er ooit op de wereld heeft
rondgeloopen”.
„Laat u dat zwart op wit geven, dan kunt gij een flinke som verdienen in
onze variété’s en in het Panopticum. [24]Den grootsten idioot zal iedereen
willen zien”.
De inspecteur greep Marholm bij de keel, alsof hij hem wilde wurgen.
„Zwijg, Marholm, of ik ransel u af! Jij bent de grootste idioot!”
„Het is mogelijk”, antwoordde Marholm, „anders was ik misschien uw
secretaris niet!”
„Ja, gij!” riep Baxter uit, „want om uwentwege kreeg ik den uitbrander—
door uw schuld ben ik voor den grootsten idioot uitgemaakt”.
„Ik ben zeer nieuwsgierig!”
„De duivel moge je halen met je nieuwsgierigheid. De zaak is eenvoudig
genoeg. Belachelijk eenvoudig, gij stommerik!
„Ik zei je gisteren, dat het voorschrift was, een rand open te laten ter breedte
van twee vingers”.
„Klopt!” antwoordde Marholm, „was de rand niet zoo breed?”
„Ja, de rand was zoo breed, maar geen enkel woord, dat dichtbij den rand
staat, is te lezen. Gij hebt eenvoudig, inplaats van verder te schrijven op den
volgenden regel, de letters weggelaten en daardoor onbegrijpelijke rapporten
geschreven. Geen mensch kan er uit wijs worden, noch de rechters, noch de
president!”
Page 76
„Daaraan twijfel ik geen oogenblik”, sprak Marholm, terwijl hij zijn
tabakspijp ging stoppen.
„Als gij de rapporten hadt gelezen, zoudt gij het weglaten der letters hebben
opgemerkt.
„Het was onmogelijk, de woorden af te breken, daar ik steeds een paar
letters over had in de laatste lettergreep, die ik niet op den rand mocht
schrijven, welke tot elken prijs twee vingers breed moest zijn.
„Om mij aan het voorschrift te houden en allen eerbied te toonen jegens de
wetten, liet ik de letters eenvoudig weg”.
Hij nam een lucifer en stak zijn pijp aan.
„Het had niet veel gescheeld”, vervolgde Baxter, „of gij hadt mij den nek
gebroken. Ik had bijna mijn ontslag gekregen”.
„Dat zou meer jammer zijn geweest voor John Raffles dan voor u!”
Het woord Raffles oefende dezen keer een kalmeerende werking uit op
Baxter.
Zijn opgewonden gelaat werd kalmer, zijn toornige stem nam een
vriendelijker klank aan en hij vroeg:
„Hebt gij met Raffles gesproken?”
„Ja,” antwoordde Marholm lachend, „en gij zult het resultaat van mijn
bezoek binnen een uur in duidelijk leesbaar schrift voor u zien! Ik wed, dat
er geen letter is weggelaten”.
„Zal Raffles mij schrijven?” vroeg Baxter, die deze woorden niet begreep.
„Hij heeft u reeds geschreven”, sprak Marholm, „heb maar geduld”. [25]
tabakspijp ging stoppen.
„Als gij de rapporten hadt gelezen, zoudt gij het weglaten der letters hebben
opgemerkt.
„Het was onmogelijk, de woorden af te breken, daar ik steeds een paar
letters over had in de laatste lettergreep, die ik niet op den rand mocht
schrijven, welke tot elken prijs twee vingers breed moest zijn.
„Om mij aan het voorschrift te houden en allen eerbied te toonen jegens de
wetten, liet ik de letters eenvoudig weg”.
Hij nam een lucifer en stak zijn pijp aan.
„Het had niet veel gescheeld”, vervolgde Baxter, „of gij hadt mij den nek
gebroken. Ik had bijna mijn ontslag gekregen”.
„Dat zou meer jammer zijn geweest voor John Raffles dan voor u!”
Het woord Raffles oefende dezen keer een kalmeerende werking uit op
Baxter.
Zijn opgewonden gelaat werd kalmer, zijn toornige stem nam een
vriendelijker klank aan en hij vroeg:
„Hebt gij met Raffles gesproken?”
„Ja,” antwoordde Marholm lachend, „en gij zult het resultaat van mijn
bezoek binnen een uur in duidelijk leesbaar schrift voor u zien! Ik wed, dat
er geen letter is weggelaten”.
„Zal Raffles mij schrijven?” vroeg Baxter, die deze woorden niet begreep.
„Hij heeft u reeds geschreven”, sprak Marholm, „heb maar geduld”. [25]
Page 77
[Inhoud]
Page 78
VIJFDE HOOFDSTUK.
Page 79
EEN BEZOEK AAN DE ALARMKREET.
De redactiejongen had juist, om vijf uur, het bureau verlaten. Hij stak juist
een zijner cents-sigaretten aan, toen hij op de trap Raffles ontmoette, die,
nadat hij met de beide afpersers een samenkomst, vermomd als Lord
Melbourne, had gehad, nu een bezoek kwam brengen op de redactie der
Alarmkreet, om in het bezit te komen van bewijzen tegen den redacteur en
den bezitter van de courant.
Nauwelijks was de jongen Raffles gepasseerd, of de groote onbekende
snelde geruischloos als een kat de trappen op en bevond zich in een paar
seconden voor den ingang van de redactie.
De deur gaf hem weinig moeite, het was een ouderwetsche, in Engelsche
woningen gebruikelijke houten deur, die bijna met elken sleutel te openen
was.
Deze geringe veiligheidsmaatregel verbaasde Raffles eerst. Hij meende na
eenig nadenken, dat de eigenaren van dit kantoorlokaal misschien niets te
verbergen hadden. Maar toch wilde hij zich overtuigen, of niet het een of
ander geheim, vooral wat betrof het geval Spancer, in de schrijftafel van den
redacteur te vinden zou zijn.
Daar de luiken gesloten waren, was het er volkomen donker.
Hij stak daarom een lamp aan, die op tafel stond en zag in den hoek een
cylinderbureau, dat hij met geringe moeite opende.
Hij opende alle kastjes en laden, maar vond niet het minste, dat hem van
dienst had kunnen zijn.
De redactiejongen had juist, om vijf uur, het bureau verlaten. Hij stak juist
een zijner cents-sigaretten aan, toen hij op de trap Raffles ontmoette, die,
nadat hij met de beide afpersers een samenkomst, vermomd als Lord
Melbourne, had gehad, nu een bezoek kwam brengen op de redactie der
Alarmkreet, om in het bezit te komen van bewijzen tegen den redacteur en
den bezitter van de courant.
Nauwelijks was de jongen Raffles gepasseerd, of de groote onbekende
snelde geruischloos als een kat de trappen op en bevond zich in een paar
seconden voor den ingang van de redactie.
De deur gaf hem weinig moeite, het was een ouderwetsche, in Engelsche
woningen gebruikelijke houten deur, die bijna met elken sleutel te openen
was.
Deze geringe veiligheidsmaatregel verbaasde Raffles eerst. Hij meende na
eenig nadenken, dat de eigenaren van dit kantoorlokaal misschien niets te
verbergen hadden. Maar toch wilde hij zich overtuigen, of niet het een of
ander geheim, vooral wat betrof het geval Spancer, in de schrijftafel van den
redacteur te vinden zou zijn.
Daar de luiken gesloten waren, was het er volkomen donker.
Hij stak daarom een lamp aan, die op tafel stond en zag in den hoek een
cylinderbureau, dat hij met geringe moeite opende.
Hij opende alle kastjes en laden, maar vond niet het minste, dat hem van
dienst had kunnen zijn.
Page 80
„Het is precies zooals ik dacht”, sprak hij tot zichzelf, „de schurken weten
heel goed, dat het voor hen het veiligste is om geen enkelen brief of
geschreven stuk te bewaren”.
Hij sloot het meubel weer en wilde zich naar huis terug begeven, toen hij op
de tafel middenin het vertrek een pakket zag liggen, dat met een touw was
dichtgebonden.
Met groote letters stond, in blauw potlood op den omslag van het pakket
geschreven:
„Laatste correctie”.
Een oogenblik keek Raffles nadenkend naar het pakket, dat ter verzending
gereed lag en dat de jongen waarschijnlijk vergeten had, daar het nog dien
avond ter perse moest, omdat de courant den volgenden morgen zou
verschijnen.
Plotseling vloog het bekende lachje over Raffles’ gelaat.
„Ja”, fluisterde hij, „als ik hierin vind, wat mij nu toevallig bezighoudt, zou
het een kolossale grap geven!
„Juist, morgenochtend verschijnt het wekelijksche nummer der Alarmkreet
en dit is de laatste correctie voor de drukkers.
„Prachtig!”
Hij maakte voorzichtig het pakket open en haalde de gedrukte
correctievellen der gereedgemaakte courant te voorschijn.
Artikel na artikel las hij met de grootste belangstelling en hij amuseerde zich
al lezende, hoe langer hoe meer.
Daarna nam hij aan de schrijftafel plaats, opende den inktkoker en nam de
pen, waarmee een paar uur geleden de redacteur der Alarmkreet de correctie
heel goed, dat het voor hen het veiligste is om geen enkelen brief of
geschreven stuk te bewaren”.
Hij sloot het meubel weer en wilde zich naar huis terug begeven, toen hij op
de tafel middenin het vertrek een pakket zag liggen, dat met een touw was
dichtgebonden.
Met groote letters stond, in blauw potlood op den omslag van het pakket
geschreven:
„Laatste correctie”.
Een oogenblik keek Raffles nadenkend naar het pakket, dat ter verzending
gereed lag en dat de jongen waarschijnlijk vergeten had, daar het nog dien
avond ter perse moest, omdat de courant den volgenden morgen zou
verschijnen.
Plotseling vloog het bekende lachje over Raffles’ gelaat.
„Ja”, fluisterde hij, „als ik hierin vind, wat mij nu toevallig bezighoudt, zou
het een kolossale grap geven!
„Juist, morgenochtend verschijnt het wekelijksche nummer der Alarmkreet
en dit is de laatste correctie voor de drukkers.
„Prachtig!”
Hij maakte voorzichtig het pakket open en haalde de gedrukte
correctievellen der gereedgemaakte courant te voorschijn.
Artikel na artikel las hij met de grootste belangstelling en hij amuseerde zich
al lezende, hoe langer hoe meer.
Daarna nam hij aan de schrijftafel plaats, opende den inktkoker en nam de
pen, waarmee een paar uur geleden de redacteur der Alarmkreet de correctie
Page 81
had aangebracht.
Raffles doopte de pen in den inkt, stak een sigaret aan en lachte zachtjes.
„Nu zal ik de Alarmkreet eens redigeeren. Londen zal verbaasd zijn, wat
voor een geestig blad de Alarmkreet is. Mr. Röttger kan niets hebben in te
brengen tegen de veranderingen, die ik aanbreng, omdat hij het niet meer zal
kunnen. [26]
„Ik ontvang hem over een paar uur bij mij en zal ervoor zorgen, dat hij zich
niet meer in verbinding kan stellen met zijn drukkerij”.
Raffles rookte zijn sigaret op, stak een nieuwe aan, en las het eerste artikel:
Nieuws omtrent John Raffles, den Grooten Onbekende.
„Wij hadden verwacht, dat de door ons als gewetenloos avonturier en misdadiger
beschreven Londensche bedrieger zich zou verdedigen tegen onze beschuldigingen en ons
een bericht toezenden, zooals hij dat gewend is te doen.
„Maar die man is niet alleen een avonturier en misdadiger van de gemeenste soort, maar hij
is ook lafhartig.
„Het wordt meer dan tijd, dat de Londensche pers zich niet meer met dien kerel bezighoudt,
maar hem eenvoudig doodzwijgt, opdat de lauwerkrans, dien men hem ten onrechte
omhangt, eindelijk door iets anders kan worden vervangen.”
„Heel aardig,” lachte Raffles, „dat artikel zal ik corrigeeren.”
Hij nam de pen op en schreef:
„John Raffles, dien wij in het laatste nummer van ons blad uitschilderden als een
gewetenloos avonturier en misdadiger, heeft ons bewezen, dat hij werkelijk den
lauwerkrans, dien de Londensche pers hem omhangt, vol bewondering als zij is voor zijn
daden, ten volle verdient.
„John Raffles heeft ons niet alleen door woorden overtuigd, maar zelfs door een
onomstootelijk bewijs.
„Wij bevelen John Raffles aan bij alle bewoners van Londen, die door gewetenlooze
schurken worden uitgezogen, gedreigd of misleid. Tot deze laatste soort behoort ook de
Raffles doopte de pen in den inkt, stak een sigaret aan en lachte zachtjes.
„Nu zal ik de Alarmkreet eens redigeeren. Londen zal verbaasd zijn, wat
voor een geestig blad de Alarmkreet is. Mr. Röttger kan niets hebben in te
brengen tegen de veranderingen, die ik aanbreng, omdat hij het niet meer zal
kunnen. [26]
„Ik ontvang hem over een paar uur bij mij en zal ervoor zorgen, dat hij zich
niet meer in verbinding kan stellen met zijn drukkerij”.
Raffles rookte zijn sigaret op, stak een nieuwe aan, en las het eerste artikel:
Nieuws omtrent John Raffles, den Grooten Onbekende.
„Wij hadden verwacht, dat de door ons als gewetenloos avonturier en misdadiger
beschreven Londensche bedrieger zich zou verdedigen tegen onze beschuldigingen en ons
een bericht toezenden, zooals hij dat gewend is te doen.
„Maar die man is niet alleen een avonturier en misdadiger van de gemeenste soort, maar hij
is ook lafhartig.
„Het wordt meer dan tijd, dat de Londensche pers zich niet meer met dien kerel bezighoudt,
maar hem eenvoudig doodzwijgt, opdat de lauwerkrans, dien men hem ten onrechte
omhangt, eindelijk door iets anders kan worden vervangen.”
„Heel aardig,” lachte Raffles, „dat artikel zal ik corrigeeren.”
Hij nam de pen op en schreef:
„John Raffles, dien wij in het laatste nummer van ons blad uitschilderden als een
gewetenloos avonturier en misdadiger, heeft ons bewezen, dat hij werkelijk den
lauwerkrans, dien de Londensche pers hem omhangt, vol bewondering als zij is voor zijn
daden, ten volle verdient.
„John Raffles heeft ons niet alleen door woorden overtuigd, maar zelfs door een
onomstootelijk bewijs.
„Wij bevelen John Raffles aan bij alle bewoners van Londen, die door gewetenlooze
schurken worden uitgezogen, gedreigd of misleid. Tot deze laatste soort behoort ook de
Page 82
Alarmkreet.
„Wij moeten dit ter kennis brengen van alle lezers onzer courant en hen dringend aanraden
zich bij voorkomende gelegenheden tot John Raffles te wenden.”
„Ziezoo,” sprak Raffles, „dat is de eerste correctie, nu volgt de tweede in de
zaak-Spancer.”
Hij las:
D e p o g i n g t o t z e l f m o o r d d o o r d e j o n g e b o n t w e r k s t e r , die, zooals
wij onzen lezers hebben medegedeeld, het slachtoffer is geworden van den zoon van den
bekenden pelshandelaar Spancer, is tot heden niet opgehelderd.
„Wij veronderstellen nog steeds, dat het jonge meisje door den jongen Spancer tot
zelfmoord is gebracht.
„Het is meer dan tijd, dat de politie zich met deze zaak bezighoudt.”
„Aha,” sprak Raffles, „daar zullen wij iets aan toevoegen.”
En hij schreef verder:
„Wij zouden gaarne bereid zijn geweest, over deze zaak het stilzwijgen te bewaren, indien
de vader van den jongen Spancer de door ons verlangde 5000 pond sterling had betaald,
maar die man is, helaas, zoo ongenaakbaar, dat hij er niet aan wil denken, de dupe te worden
van onze afpersing. Het jonge meisje wordt door hem, naar wij vernomen hebben, op milde
wijze ondersteund en heeft van hem een kleine zaak in pelswaren gekregen in de
Victoriastraat.”
„Zie zoo,” mompelde Raffles, „nu is ook dit artikel gecorrigeerd.”
Nu nam de groote onbekende een blanco stuk papier en begon daarop een
geheel nieuw artikel te schrijven.
Het luidde:
Oplichterij op groote schaal!
„Naar wij zooeven uit goede bron hebben vernomen, heeft zich onder den naam „De
Alarmkreet” een courant in Londen gevestigd, die, evenals de Apachen in Parijs, de schrik
„Wij moeten dit ter kennis brengen van alle lezers onzer courant en hen dringend aanraden
zich bij voorkomende gelegenheden tot John Raffles te wenden.”
„Ziezoo,” sprak Raffles, „dat is de eerste correctie, nu volgt de tweede in de
zaak-Spancer.”
Hij las:
D e p o g i n g t o t z e l f m o o r d d o o r d e j o n g e b o n t w e r k s t e r , die, zooals
wij onzen lezers hebben medegedeeld, het slachtoffer is geworden van den zoon van den
bekenden pelshandelaar Spancer, is tot heden niet opgehelderd.
„Wij veronderstellen nog steeds, dat het jonge meisje door den jongen Spancer tot
zelfmoord is gebracht.
„Het is meer dan tijd, dat de politie zich met deze zaak bezighoudt.”
„Aha,” sprak Raffles, „daar zullen wij iets aan toevoegen.”
En hij schreef verder:
„Wij zouden gaarne bereid zijn geweest, over deze zaak het stilzwijgen te bewaren, indien
de vader van den jongen Spancer de door ons verlangde 5000 pond sterling had betaald,
maar die man is, helaas, zoo ongenaakbaar, dat hij er niet aan wil denken, de dupe te worden
van onze afpersing. Het jonge meisje wordt door hem, naar wij vernomen hebben, op milde
wijze ondersteund en heeft van hem een kleine zaak in pelswaren gekregen in de
Victoriastraat.”
„Zie zoo,” mompelde Raffles, „nu is ook dit artikel gecorrigeerd.”
Nu nam de groote onbekende een blanco stuk papier en begon daarop een
geheel nieuw artikel te schrijven.
Het luidde:
Oplichterij op groote schaal!
„Naar wij zooeven uit goede bron hebben vernomen, heeft zich onder den naam „De
Alarmkreet” een courant in Londen gevestigd, die, evenals de Apachen in Parijs, de schrik
Page 83
is geworden van de fatsoenlijke Engelsche burgerij.
„De courant houdt zich ermee bezig, om uit kleine gebeurtenissen of ongelukkige
omstandigheden, waardoor solide menschen worden getroffen, sensatie-artikelen in elkaar te
flansen, doordat zij namelijk van een mug een olifant maakt.
„Wij weten zeer stellig, dat deze courant niets anders is dan een gemeene bedriegerij; zij is,
evenals de Amerikaansche „Arizona Kicker”, ten allen tijde bereid om tegen betaling van
een zeker bedrag afstand te doen van het laten drukken dier sensatieberichten.
„Het is niets anders dan een zoogenaamde „revolverpers”, die zich niet ontziet de eer en het
vermogen der staatsburgers aan te randen.
„Het zou hoog noodig zijn, dat de inspecteur van politie Baxter zich ernstig bezig hield met
den redacteur en den eigenaar van dit weekblad, om Engelsche burgers tegen dergelijke
gevaarlijke schurken te beschermen.
„Naar alle waarschijnlijkheid zal het echter [27]bovengenoemden inspecteur niet gelukken,
deze menschen onschadelijk te maken.
„Wij vernemen gelukkig, dat om die reden J o h n R a f f l e s zich deze zaak heeft
aangetrokken en nu van plan is, den eigenaar en den redacteur van „De Alarmkreet” een
welverdiende straf te doen toekomen.
„Het verdere verloop dezer zaak zullen de lezers van dit blad morgen in de Londensche
couranten kunnen vinden.
„P. S. Wij verzoeken den verslaggevers van alle Engelsche couranten, zich hedenavond om
9 uur, voor het vernemen der laatste gebeurtenissen, te vervoegen bij den heer inspecteur
van politie.”
„Klaar!” sprak Raffles, „nu zal de courant eindelijk eens een fatsoenlijk
bericht bevatten. De Alarmkreet zal morgenochtend voor den laatsten keer
verschijnen; ik heb deze giftplant der Engelsche pers met wortel en al
uitgeroeid.”
Hij stond op en sloot het pakket weer in hetzelfde papier, zoodat er niet aan
te zien was, dat het geopend was geweest.
Daarop ontdeed hij met zijn zakdoek de schrijftafel van de sigarettenasch,
die hij erop had laten vallen, sloot het meubel, draaide het licht uit en verliet
het redactielokaal.
„De courant houdt zich ermee bezig, om uit kleine gebeurtenissen of ongelukkige
omstandigheden, waardoor solide menschen worden getroffen, sensatie-artikelen in elkaar te
flansen, doordat zij namelijk van een mug een olifant maakt.
„Wij weten zeer stellig, dat deze courant niets anders is dan een gemeene bedriegerij; zij is,
evenals de Amerikaansche „Arizona Kicker”, ten allen tijde bereid om tegen betaling van
een zeker bedrag afstand te doen van het laten drukken dier sensatieberichten.
„Het is niets anders dan een zoogenaamde „revolverpers”, die zich niet ontziet de eer en het
vermogen der staatsburgers aan te randen.
„Het zou hoog noodig zijn, dat de inspecteur van politie Baxter zich ernstig bezig hield met
den redacteur en den eigenaar van dit weekblad, om Engelsche burgers tegen dergelijke
gevaarlijke schurken te beschermen.
„Naar alle waarschijnlijkheid zal het echter [27]bovengenoemden inspecteur niet gelukken,
deze menschen onschadelijk te maken.
„Wij vernemen gelukkig, dat om die reden J o h n R a f f l e s zich deze zaak heeft
aangetrokken en nu van plan is, den eigenaar en den redacteur van „De Alarmkreet” een
welverdiende straf te doen toekomen.
„Het verdere verloop dezer zaak zullen de lezers van dit blad morgen in de Londensche
couranten kunnen vinden.
„P. S. Wij verzoeken den verslaggevers van alle Engelsche couranten, zich hedenavond om
9 uur, voor het vernemen der laatste gebeurtenissen, te vervoegen bij den heer inspecteur
van politie.”
„Klaar!” sprak Raffles, „nu zal de courant eindelijk eens een fatsoenlijk
bericht bevatten. De Alarmkreet zal morgenochtend voor den laatsten keer
verschijnen; ik heb deze giftplant der Engelsche pers met wortel en al
uitgeroeid.”
Hij stond op en sloot het pakket weer in hetzelfde papier, zoodat er niet aan
te zien was, dat het geopend was geweest.
Daarop ontdeed hij met zijn zakdoek de schrijftafel van de sigarettenasch,
die hij erop had laten vallen, sloot het meubel, draaide het licht uit en verliet
het redactielokaal.
Page 84
In de aangrenzende restauratie wachtte Charly Brand op hem.
„Zoo”, sprak deze, „ben je klaar? Het heeft vrij lang geduurd.”
„Ja”, antwoordde Raffles, „ik had ook tamelijk veel te doen, ik heb voor
hoofdredacteur der Alarmkreet gefungeerd en de courant geredigeerd. Ik
verzeker je, dat Londen zich morgenochtend amuseeren zal!”
„Hoe?” lachte Charly Brand, „ben je in de journalistiek gegaan, hoe heb je
dat klaargespeeld?”
„Heel eenvoudig”, vertelde Raffles, „het is mij reeds herhaaldelijk zoo
gegaan in mijn leven, de hemel heeft mij altijd noodig om schurken hun
welverdiende straf te doen toekomen.
„Het toeval, of laten wij het het noodlot noemen, maakte, dat de correctie
van de courant gereed op tafel lag en de jongen had vergeten het pakket mee
te nemen.
„De courant komt morgenochtend uit en niets is meer in staat, het onheil van
de heeren Röttger en Kroyzer af te wenden.
„En laat ons nu gaan.”
Toen zij het restaurant verlieten, kwam juist de redactiejongen ademloos
aangerend.
„Zie je”, sprak Raffles, „ik heb mij niet vergist, de bengel heeft tot ons geluk
de correctie op tafel laten liggen en haast zich nu, zijn verzuim weer goed te
maken. Wij zullen hier wachten en even zien of mijn veronderstelling juist
is.”
Zij gingen voor een sigarenwinkel staan en keken schijnbaar vol aandacht
naar de uitstalling.
„Zoo”, sprak deze, „ben je klaar? Het heeft vrij lang geduurd.”
„Ja”, antwoordde Raffles, „ik had ook tamelijk veel te doen, ik heb voor
hoofdredacteur der Alarmkreet gefungeerd en de courant geredigeerd. Ik
verzeker je, dat Londen zich morgenochtend amuseeren zal!”
„Hoe?” lachte Charly Brand, „ben je in de journalistiek gegaan, hoe heb je
dat klaargespeeld?”
„Heel eenvoudig”, vertelde Raffles, „het is mij reeds herhaaldelijk zoo
gegaan in mijn leven, de hemel heeft mij altijd noodig om schurken hun
welverdiende straf te doen toekomen.
„Het toeval, of laten wij het het noodlot noemen, maakte, dat de correctie
van de courant gereed op tafel lag en de jongen had vergeten het pakket mee
te nemen.
„De courant komt morgenochtend uit en niets is meer in staat, het onheil van
de heeren Röttger en Kroyzer af te wenden.
„En laat ons nu gaan.”
Toen zij het restaurant verlieten, kwam juist de redactiejongen ademloos
aangerend.
„Zie je”, sprak Raffles, „ik heb mij niet vergist, de bengel heeft tot ons geluk
de correctie op tafel laten liggen en haast zich nu, zijn verzuim weer goed te
maken. Wij zullen hier wachten en even zien of mijn veronderstelling juist
is.”
Zij gingen voor een sigarenwinkel staan en keken schijnbaar vol aandacht
naar de uitstalling.
Page 85
Een paar minuten later reeds kwam de jongen terug en Raffles zag, dat hij
het pakket in de hand hield, snel de straat overstak, op een tram sprong en
wegreed.
Intusschen zaten Mr. Röttger en Mr. Kroyzer in een klein restaurant in de
buurt, waar zij, nu zij eenigszins bekomen waren van de zweepslagen, iets
gebruikten.
Beide heeren waren reeds weer in opgewekte stemming.
Zij hadden bijzondere zorg aan hun toilet besteed en bespraken nogmaals,
wat zij tegen den inspecteur van politie zouden zeggen.
„Ik ben van meening”, sprak de kleine redacteur, „dat de Lord zijn
stiefmoeder werkelijk heeft vergiftigd. Dergelijke dingen komen immers
dagelijks voor.”
„Zeker”, knikte de mooie Guido, „en ik denk, dat gij, als gij een stiefmoeder
hadt, die zoo rijk was als die van Lord Melbourne, dat gij dan hetzelfde
zoudt doen.”
„Natuurlijk”, antwoordde de redacteur, „ik ken allerlei onschuldige
middelen, om dergelijke zaakjes op te knappen, zonder dat een dokter iets
kan constateeren.”
„Gij zijt eigenlijk een gevaarlijk mensch”, meende de sluwe Guido, „en als
gij mijn redacteur niet waart, zou ik niets met u te maken willen hebben.”
„Zeg geen nonsens”, riep de ander uit, zijn chef als een giftige pad
aankijkend.
„Wanneer gij mij wilt beleedigen, dan hebt gij met een verkeerden te doen.
„Wel neen,” weerde Kroyzer af, „met mijn redacteur en besten vriend wil ik
geen ruzie hebben!”
het pakket in de hand hield, snel de straat overstak, op een tram sprong en
wegreed.
Intusschen zaten Mr. Röttger en Mr. Kroyzer in een klein restaurant in de
buurt, waar zij, nu zij eenigszins bekomen waren van de zweepslagen, iets
gebruikten.
Beide heeren waren reeds weer in opgewekte stemming.
Zij hadden bijzondere zorg aan hun toilet besteed en bespraken nogmaals,
wat zij tegen den inspecteur van politie zouden zeggen.
„Ik ben van meening”, sprak de kleine redacteur, „dat de Lord zijn
stiefmoeder werkelijk heeft vergiftigd. Dergelijke dingen komen immers
dagelijks voor.”
„Zeker”, knikte de mooie Guido, „en ik denk, dat gij, als gij een stiefmoeder
hadt, die zoo rijk was als die van Lord Melbourne, dat gij dan hetzelfde
zoudt doen.”
„Natuurlijk”, antwoordde de redacteur, „ik ken allerlei onschuldige
middelen, om dergelijke zaakjes op te knappen, zonder dat een dokter iets
kan constateeren.”
„Gij zijt eigenlijk een gevaarlijk mensch”, meende de sluwe Guido, „en als
gij mijn redacteur niet waart, zou ik niets met u te maken willen hebben.”
„Zeg geen nonsens”, riep de ander uit, zijn chef als een giftige pad
aankijkend.
„Wanneer gij mij wilt beleedigen, dan hebt gij met een verkeerden te doen.
„Wel neen,” weerde Kroyzer af, „met mijn redacteur en besten vriend wil ik
geen ruzie hebben!”
Page 86
„Ik zou het u ook niet raden, bovendien —” de kleine redacteur blies zijn
chef den rook zijner slechte sigaar in de oogen, „ik weet precies wie gij zijt,
Mr. Kroyzer. Gij herinnert u wel, hoe gij een jaar geleden het huis uwer
ouders zijt ontvlucht en uit de schrijftafel [28]van uw vader het noodige geld
meenaamt om naar Monte Carlo te kunnen gaan.
„Verder weet gij nog wel, dat de briljanten uwer moeder u flink wat geld
hebben opgebracht.
„En weet gij soms niet meer, dat gij bij iedereen hebt geleend, en wel op
schandelijk brutale manier? Daar hebben wij bijvoorbeeld een kellner in een
wijnkroeg, die nog heden om het verlies van een groote som treurt, evenals
een paar hotelhouders en andere personen, maar de lust ontbreekt mij nu, om
u nog aan meer te herinneren.
„Eigenlijk zijt gij dus de geschikte persoon wel om uw Londensche
medeburgers preeken te houden over moraliteit. Maar, het is waar, het brengt
u geld op — —”
Mr. Kroyzer riep met een hatelijken grijns op zijn gelaat den kellner en
betaalde de vertering.
Daarop sprak hij: „Ik geloof, dat het beter is om nu heen te gaan, gij schijnt
te veel gedronken te hebben!”
Bleek van ergernis keek hij zijn redacteur aan en zou hem, als hij de
gelegenheid had gehad, misschien hebben gewurgd.
Maar in machtelooze woede moest hij met zijn medeplichtige denzelfden
weg gaan. [29]
chef den rook zijner slechte sigaar in de oogen, „ik weet precies wie gij zijt,
Mr. Kroyzer. Gij herinnert u wel, hoe gij een jaar geleden het huis uwer
ouders zijt ontvlucht en uit de schrijftafel [28]van uw vader het noodige geld
meenaamt om naar Monte Carlo te kunnen gaan.
„Verder weet gij nog wel, dat de briljanten uwer moeder u flink wat geld
hebben opgebracht.
„En weet gij soms niet meer, dat gij bij iedereen hebt geleend, en wel op
schandelijk brutale manier? Daar hebben wij bijvoorbeeld een kellner in een
wijnkroeg, die nog heden om het verlies van een groote som treurt, evenals
een paar hotelhouders en andere personen, maar de lust ontbreekt mij nu, om
u nog aan meer te herinneren.
„Eigenlijk zijt gij dus de geschikte persoon wel om uw Londensche
medeburgers preeken te houden over moraliteit. Maar, het is waar, het brengt
u geld op — —”
Mr. Kroyzer riep met een hatelijken grijns op zijn gelaat den kellner en
betaalde de vertering.
Daarop sprak hij: „Ik geloof, dat het beter is om nu heen te gaan, gij schijnt
te veel gedronken te hebben!”
Bleek van ergernis keek hij zijn redacteur aan en zou hem, als hij de
gelegenheid had gehad, misschien hebben gewurgd.
Maar in machtelooze woede moest hij met zijn medeplichtige denzelfden
weg gaan. [29]
Page 87
[Inhoud]
Page 88
ZESDE HOOFDSTUK.
Page 89
DE VAL.
John Raffles had zich intusschen weer als detective Marholm naar zijn
kamer in de Oxfordstraat begeven.
Hij berekende—en terecht—dat de redacteur der Alarmkreet en diens
compagnon hem zouden opzoeken.
Hij behoefde niet lang te wachten.
De beide schurken hadden zich van het hoofdbureau van politie naar de
Oxfordstraat begeven, om den vermeenden Marholm den uitslag van hun
bezoek aan Lord Melbourne mede te deelen.
Vloekend kwam de redacteur de kamer binnen en bezwoer, dat hij in het
volgende nummer der Alarmkreet Lord Melbourne zou vernietigen.
Daarop vertelde hij Marholm van het vergeefsche bezoek bij inspecteur
Baxter en zei, dat hij hem nogmaals wilde opzoeken.
„Ik moet ook op het hoofdbureau van politie zijn”, sprak Raffles-Marholm,
„als gij het goedvindt, gaan wij samen.”
Hoewel de Groote Onbekende het vermeed, zijn bezoekers in de oogen te
kijken, viel het Mr. Röttger toch op, dat de oogen van den detective veel
geleken op die van Lord Melbourne.
Maar hij wierp die gedachte ver van zich.
Lord Lister verliet het tweetal in het hoofdbureau van politie, dicht bij de
kamer van Baxter en zei, dat hij over een kwartier ook binnen zou komen.
Hij bleef staan, totdat zij de deur achter zich hadden gesloten.
John Raffles had zich intusschen weer als detective Marholm naar zijn
kamer in de Oxfordstraat begeven.
Hij berekende—en terecht—dat de redacteur der Alarmkreet en diens
compagnon hem zouden opzoeken.
Hij behoefde niet lang te wachten.
De beide schurken hadden zich van het hoofdbureau van politie naar de
Oxfordstraat begeven, om den vermeenden Marholm den uitslag van hun
bezoek aan Lord Melbourne mede te deelen.
Vloekend kwam de redacteur de kamer binnen en bezwoer, dat hij in het
volgende nummer der Alarmkreet Lord Melbourne zou vernietigen.
Daarop vertelde hij Marholm van het vergeefsche bezoek bij inspecteur
Baxter en zei, dat hij hem nogmaals wilde opzoeken.
„Ik moet ook op het hoofdbureau van politie zijn”, sprak Raffles-Marholm,
„als gij het goedvindt, gaan wij samen.”
Hoewel de Groote Onbekende het vermeed, zijn bezoekers in de oogen te
kijken, viel het Mr. Röttger toch op, dat de oogen van den detective veel
geleken op die van Lord Melbourne.
Maar hij wierp die gedachte ver van zich.
Lord Lister verliet het tweetal in het hoofdbureau van politie, dicht bij de
kamer van Baxter en zei, dat hij over een kwartier ook binnen zou komen.
Hij bleef staan, totdat zij de deur achter zich hadden gesloten.
Page 90
Toen gleed een vroolijk lachje over zijn gelaat en hij dacht:
„Zoo, mijne heeren—de val is dicht—de ratten zitten er in— —”
————————————————————
————————————————————
Met groot leedvermaak keek Baxter naar de opgezwollen gezichten der
beide revolverjournalisten.
„Wat is er met u gebeurd, mijne heeren?” vroeg hij met een ironischen klank
in zijn stem.
„Wij moesten op onderzoek uit voor onze courant”, antwoordde Röttger, „de
een of andere deugniet durfde ons met zijn rijzweep af te ranselen. Maar wij
zullen ons op hem wreken. Wij waren reeds een uur geleden hier om een
aanklacht in te dienen. Helaas troffen wij u niet.”
„Wie is de betrokken persoon?”
„De jonge Lord Melbourne,” sprak de redacteur, „wij klagen hem aan
wegens moord!”
„Zoo, zoo—wegens moord?”
„Jawel, wegens moord!”
„De Lord wordt er van verdacht, zijn stiefmoeder vermoord te hebben!”
„Dat is laster!” riep de vloo uit. [30]
„Waarmee bemoeit gij u?” beet de kleine redacteur hem toe.
Marholm nam hem op met een blik vol minachting en blies dikke
rookwolken uit. Daarop keerde hij Mr. Röttger den rug toe en schreef verder.
„Zoo, mijne heeren—de val is dicht—de ratten zitten er in— —”
————————————————————
————————————————————
Met groot leedvermaak keek Baxter naar de opgezwollen gezichten der
beide revolverjournalisten.
„Wat is er met u gebeurd, mijne heeren?” vroeg hij met een ironischen klank
in zijn stem.
„Wij moesten op onderzoek uit voor onze courant”, antwoordde Röttger, „de
een of andere deugniet durfde ons met zijn rijzweep af te ranselen. Maar wij
zullen ons op hem wreken. Wij waren reeds een uur geleden hier om een
aanklacht in te dienen. Helaas troffen wij u niet.”
„Wie is de betrokken persoon?”
„De jonge Lord Melbourne,” sprak de redacteur, „wij klagen hem aan
wegens moord!”
„Zoo, zoo—wegens moord?”
„Jawel, wegens moord!”
„De Lord wordt er van verdacht, zijn stiefmoeder vermoord te hebben!”
„Dat is laster!” riep de vloo uit. [30]
„Waarmee bemoeit gij u?” beet de kleine redacteur hem toe.
Marholm nam hem op met een blik vol minachting en blies dikke
rookwolken uit. Daarop keerde hij Mr. Röttger den rug toe en schreef verder.
Page 91
„Ik herhaal mijn aanklacht”, sprak de redacteur, „en beschuldig Lord
Melbourne, wonende Regentpark 16, van moord op zijn stiefmoeder.”
Weer keerde Marholm zich om en riep:
„Ik verklaar nogmaals, dat het nonsens is!”
„Waarom?” vroeg inspecteur Baxter.
„Omdat iemand, die al acht jaar dood is, niet meer wegens moord kan
worden vervolgd.”
„Hij is niet dood!” riep de redacteur uit, „hij leeft.—Die beambte verwisselt
den zoon met den vader.”
Marholm lachte zachtjes.
„Verwissel gij zelf maar niets.”
„Wij waren twee uur geleden nog bij hem.—Hij leeft dus!”
„Het is maar de vraag, waar gij zijt geweest”, sprak de vloo.
„Bij Lord Melbourne, zooals ik u reeds zei.”
„En ik herhaal u, dat gij, als de doode Lord Melbourne u zoo heeft
afgeranseld, gij een geestverschijning hebt gehad, die elke spiritist u zou
benijden.”
„Ik zie wel”, sprak Mr. Röttger, „dat wij u niet anders kunnen overtuigen dan
door u te verzoeken, ons naar Lord Melbourne te vergezellen.”
„All right”, sprak Baxter. „Wij zullen met eenige detectives dien heer
opzoeken.”
Op dit oogenblik sloeg de klok zes.
Melbourne, wonende Regentpark 16, van moord op zijn stiefmoeder.”
Weer keerde Marholm zich om en riep:
„Ik verklaar nogmaals, dat het nonsens is!”
„Waarom?” vroeg inspecteur Baxter.
„Omdat iemand, die al acht jaar dood is, niet meer wegens moord kan
worden vervolgd.”
„Hij is niet dood!” riep de redacteur uit, „hij leeft.—Die beambte verwisselt
den zoon met den vader.”
Marholm lachte zachtjes.
„Verwissel gij zelf maar niets.”
„Wij waren twee uur geleden nog bij hem.—Hij leeft dus!”
„Het is maar de vraag, waar gij zijt geweest”, sprak de vloo.
„Bij Lord Melbourne, zooals ik u reeds zei.”
„En ik herhaal u, dat gij, als de doode Lord Melbourne u zoo heeft
afgeranseld, gij een geestverschijning hebt gehad, die elke spiritist u zou
benijden.”
„Ik zie wel”, sprak Mr. Röttger, „dat wij u niet anders kunnen overtuigen dan
door u te verzoeken, ons naar Lord Melbourne te vergezellen.”
„All right”, sprak Baxter. „Wij zullen met eenige detectives dien heer
opzoeken.”
Op dit oogenblik sloeg de klok zes.
Page 92
„Wij hadden afgesproken, u morgen weer te bezoeken”, herinnerde de
redacteur der Alarmkreet Baxter.
„Ja”, antwoordde deze, „maar wij kunnen de zaak nu evengoed afdoen.”
„Zeker”, bevestigde Röttger, terwijl hij een blik wierp in de richting van
Marholm, als om te beduiden, dat diens tegenwoordigheid hinderlijk was.
Maar Baxter deed, alsof hij dit niet bemerkte en sprak:
„Wij kunnen kort zijn. Deel mij den inhoud van den brief mee en dan zal ik
u zeggen, wat ik denk te doen.”
„Ik heb u reeds gezegd, heer inspecteur, dat het mij onmogelijk is, uw
verzoek in te willigen.”
Nu stond Marholm op en sprak:
„Dan zal ik den inhoud van den brief voorlezen.”
Stom van verbazing keken de beide schurken den detective aan, toen deze
een schrijven uit zijn zak haalde en tot den politie-inspecteur sprak:
„De heeren schijnen te vergeten, dat wij detectives zijn. Ik kan u den inhoud
wel even mededeelen, chef!”
„Dat is onmogelijk!” riep Kroyzer uit.
„Praat toch geen nonsens!” riep de vloo. „Ik ben een leerling van Sherlock
Holmes. Kent gij dien heer? Ik zal u den brief voorlezen, inspecteur. Het is
een schrijven van Raffles aan u, dat onderschept is.”
Met open mond en uitpuilende oogen staarden de beide journalisten den
detective aan.
„Dus, heeren, luister!
redacteur der Alarmkreet Baxter.
„Ja”, antwoordde deze, „maar wij kunnen de zaak nu evengoed afdoen.”
„Zeker”, bevestigde Röttger, terwijl hij een blik wierp in de richting van
Marholm, als om te beduiden, dat diens tegenwoordigheid hinderlijk was.
Maar Baxter deed, alsof hij dit niet bemerkte en sprak:
„Wij kunnen kort zijn. Deel mij den inhoud van den brief mee en dan zal ik
u zeggen, wat ik denk te doen.”
„Ik heb u reeds gezegd, heer inspecteur, dat het mij onmogelijk is, uw
verzoek in te willigen.”
Nu stond Marholm op en sprak:
„Dan zal ik den inhoud van den brief voorlezen.”
Stom van verbazing keken de beide schurken den detective aan, toen deze
een schrijven uit zijn zak haalde en tot den politie-inspecteur sprak:
„De heeren schijnen te vergeten, dat wij detectives zijn. Ik kan u den inhoud
wel even mededeelen, chef!”
„Dat is onmogelijk!” riep Kroyzer uit.
„Praat toch geen nonsens!” riep de vloo. „Ik ben een leerling van Sherlock
Holmes. Kent gij dien heer? Ik zal u den brief voorlezen, inspecteur. Het is
een schrijven van Raffles aan u, dat onderschept is.”
Met open mond en uitpuilende oogen staarden de beide journalisten den
detective aan.
„Dus, heeren, luister!
Page 93
Mijn waarde Baxter!
Ik heb gisteren den ouden Simpson, den diamanthandelaar, van wien gij mij mededeeldet,
dat hij allerlei vuile zaken doet, opgezocht en hem drieduizend pond sterling armer
gemaakt.
Hierbij zend ik u een cheque van 1500 pond, de helft van den buit.
Hedenavond ben ik in het Piccadilly Restaurant onder de bekende vermomming. Vraag den
oberkellner naar Mr. Thonet.
Wij zullen een paar flesschen champagne op het welslagen drinken.
Met vriendelijke groeten
JOHN C. RAFFLES.
„Hoe komt gij aan dien brief?” schreeuwde Mr. Röttger.
„Dien kunt gij alleen gestolen hebben, of—”
„Houdt uw mond!” de man maakte bij die woorden een beweging, alsof hij
den redacteur een oorvijg wilde geven.
„Een mooie brief”, sprak Baxter, „daar heeft Raffles u op onbetaalbare
manier bij den neus genomen!”
„Daarvan geloof ik niets”, riep de redacteur uit, met zijn oude brutaliteit.
„Wat? Bestaat er grooter onbeschaamdheid!” schreeuwde Baxter woedend,
„dan geloof te schenken aan een dergelijken brief—dan hierheen te komen
ten einde mij geld af te persen, voor welk feit gij een paar jaar
gevangenisstraf zult hebben”.
„Gij tracht u te redden, heer inspecteur,” sprak Mr. Kroyzer, „maar dat geeft
u niets.
„Wij hebben den brief gekregen van iemand uit uw naaste omgeving. De
betrokken persoon is bereid om [31]mondeling alles wat hier staat onder eed
te herhalen”.
Ik heb gisteren den ouden Simpson, den diamanthandelaar, van wien gij mij mededeeldet,
dat hij allerlei vuile zaken doet, opgezocht en hem drieduizend pond sterling armer
gemaakt.
Hierbij zend ik u een cheque van 1500 pond, de helft van den buit.
Hedenavond ben ik in het Piccadilly Restaurant onder de bekende vermomming. Vraag den
oberkellner naar Mr. Thonet.
Wij zullen een paar flesschen champagne op het welslagen drinken.
Met vriendelijke groeten
JOHN C. RAFFLES.
„Hoe komt gij aan dien brief?” schreeuwde Mr. Röttger.
„Dien kunt gij alleen gestolen hebben, of—”
„Houdt uw mond!” de man maakte bij die woorden een beweging, alsof hij
den redacteur een oorvijg wilde geven.
„Een mooie brief”, sprak Baxter, „daar heeft Raffles u op onbetaalbare
manier bij den neus genomen!”
„Daarvan geloof ik niets”, riep de redacteur uit, met zijn oude brutaliteit.
„Wat? Bestaat er grooter onbeschaamdheid!” schreeuwde Baxter woedend,
„dan geloof te schenken aan een dergelijken brief—dan hierheen te komen
ten einde mij geld af te persen, voor welk feit gij een paar jaar
gevangenisstraf zult hebben”.
„Gij tracht u te redden, heer inspecteur,” sprak Mr. Kroyzer, „maar dat geeft
u niets.
„Wij hebben den brief gekregen van iemand uit uw naaste omgeving. De
betrokken persoon is bereid om [31]mondeling alles wat hier staat onder eed
te herhalen”.
Page 94
„Dien beambte zou ik weleens willen leeren kennen”, riep Marholm uit.
„Hoe heet hij?”
„Dat blijft ons geheim tot aan het proces”, antwoordde mr. Röttger,
„wanneer mijnheer de inspecteur het tenminste tot een proces wil laten
komen”.
„Daartoe laat ik het komen”, antwoordde Baxter met koele onverschilligheid
en, zich tot den detective wendend, sprak hij:
„Roep eenige beambten binnen, Marholm!”
Een aardbeving, een dynamietbom had geen grooter uitwerking kunnen
hebben, dan het uitspreken van dezen naam.
Vol ontzetting staarden de beide bedriegers den inspecteur aan.
Marholm was al bij de deur, toen de redacteur stamelde:
„Heet—heet—heet die beambte daar—Mar—holm?”
„Om u te dienen”, antwoordde de vloo, „zoo heet ik”.
„Onmogelijk!” krijschte de redacteur, „wij hebben u zelf bij Mr. Marholm
ontmoet”.
„Dat klopt”, antwoordde de vloo, „maar dat was Mr. Marholm niet. Ik heb
geen enkelen naamgenoot in Londen”.
„Maar gij moest hem toch kennen. Hij beweerde, dat hij beambte van
Scotland Yard was”.
„Dan heeft hij u iets wijsgemaakt.”
„Dat kan niet,” riep Mr. Röttger uit, „hij heeft ons tot aan de deur van dit
vertrek gebracht”.
„Hoe heet hij?”
„Dat blijft ons geheim tot aan het proces”, antwoordde mr. Röttger,
„wanneer mijnheer de inspecteur het tenminste tot een proces wil laten
komen”.
„Daartoe laat ik het komen”, antwoordde Baxter met koele onverschilligheid
en, zich tot den detective wendend, sprak hij:
„Roep eenige beambten binnen, Marholm!”
Een aardbeving, een dynamietbom had geen grooter uitwerking kunnen
hebben, dan het uitspreken van dezen naam.
Vol ontzetting staarden de beide bedriegers den inspecteur aan.
Marholm was al bij de deur, toen de redacteur stamelde:
„Heet—heet—heet die beambte daar—Mar—holm?”
„Om u te dienen”, antwoordde de vloo, „zoo heet ik”.
„Onmogelijk!” krijschte de redacteur, „wij hebben u zelf bij Mr. Marholm
ontmoet”.
„Dat klopt”, antwoordde de vloo, „maar dat was Mr. Marholm niet. Ik heb
geen enkelen naamgenoot in Londen”.
„Maar gij moest hem toch kennen. Hij beweerde, dat hij beambte van
Scotland Yard was”.
„Dan heeft hij u iets wijsgemaakt.”
„Dat kan niet,” riep Mr. Röttger uit, „hij heeft ons tot aan de deur van dit
vertrek gebracht”.
Page 95
„Juist iets voor hem! Ik denk dat hij graag wilde zien, of gij veilig hier
binnen kwaamt!”
Marholm stopte zijn pijp en de inspecteur sprak nu op barschen toon:
„Wij zullen nu een eind maken aan de comedie. Roep eenige beambten,
Marholm. Ik verklaar deze twee als mijn gevangenen.”
De beide journalisten gingen ontsteld een stap achteruit.
Maar op hetzelfde oogenblik had Marholm eenige detectives binnen
geroepen en deze posteerden zich aan weerszijden van de gevangenen.
„Laat nu onze auto voorkomen!” beval Baxter. „Wij gaan met de heeren
samen even naar den moedermoordenaar Lord Melbourne.”
Ontdaan en bleek werden de beide afpersers onder voldoende politiegeleide
en vergezeld door Baxter en Marholm naar de politie-auto gebracht.
Na een korten rit hadden zij no. 16 Regentpark bereikt.
Stil en eenzaam, met gesloten vensterluiken, lag het huis vóór hen.
„Dit huis kennen wij,” sprak Marholm tot Baxter, toen zij den kleinen
voortuin doorliepen. Hij sprak zoo luid, dat de gevangenen elk woord
konden verstaan.
„Zeker,” antwoordde de inspecteur, „als ik mij niet vergis, is dit de vroegere
woning van Raffles!”
Hoewel zij belden en klopten, werd de huisdeur niet geopend, want niemand
was in het huis aanwezig.
Baxter liet de deur door een smid opensteken en zij traden binnen.
binnen kwaamt!”
Marholm stopte zijn pijp en de inspecteur sprak nu op barschen toon:
„Wij zullen nu een eind maken aan de comedie. Roep eenige beambten,
Marholm. Ik verklaar deze twee als mijn gevangenen.”
De beide journalisten gingen ontsteld een stap achteruit.
Maar op hetzelfde oogenblik had Marholm eenige detectives binnen
geroepen en deze posteerden zich aan weerszijden van de gevangenen.
„Laat nu onze auto voorkomen!” beval Baxter. „Wij gaan met de heeren
samen even naar den moedermoordenaar Lord Melbourne.”
Ontdaan en bleek werden de beide afpersers onder voldoende politiegeleide
en vergezeld door Baxter en Marholm naar de politie-auto gebracht.
Na een korten rit hadden zij no. 16 Regentpark bereikt.
Stil en eenzaam, met gesloten vensterluiken, lag het huis vóór hen.
„Dit huis kennen wij,” sprak Marholm tot Baxter, toen zij den kleinen
voortuin doorliepen. Hij sprak zoo luid, dat de gevangenen elk woord
konden verstaan.
„Zeker,” antwoordde de inspecteur, „als ik mij niet vergis, is dit de vroegere
woning van Raffles!”
Hoewel zij belden en klopten, werd de huisdeur niet geopend, want niemand
was in het huis aanwezig.
Baxter liet de deur door een smid opensteken en zij traden binnen.
Page 96
„Is dit het huis,” vroeg Baxter den redacteur, „waar Lord Melbourne u
ontving?”
„Ja,” luidde het antwoord, „dit is het huis van Lord Melbourne. Gaat mee
naar boven, naar de studeerkamer, dan zal ik u bewijzen, dat de lord hier
woont.”
Zij traden de studeerkamer binnen. Het eerste, wat Baxter zag, was een
rijzweep, die in het midden van de kamer aan de gaskroon was opgehangen.
Hieraan was een groot stuk papier bevestigd. Marholm nam het eraf en las:
„Aan inspecteur Baxter, Scotland Yard.
„Als gij hier mocht komen om naar Lord Melbourne te zoeken, dan deel ik u mede, dat ik
zelf voor Lord Melbourne speelde.
„Ik deed dit om twee bedriegers van de ergste soort een flink pak slaag te geven.
„Daar ik heb vernomen, dat ook gij reden hebt om de kerels eens af te straffen, hang ik voor
dat doel de rijzweep hier op.
„Zeg verder tegen de schurken, dat zij zich voortaan moeten wachten om met Raffles te
beginnen. Voor een volgenden keer beloof ik hun nog een betere afstraffing.
„Groet Mr. Marholm, onder wiens naam ik de schelmen op glad ijs bracht.
Met de meeste hoogachting,
JOHN C. RAFFLES”
Mr. Röttger boorde zich de lange, spitse nagels in het vleesch, hij had
zichzelf wel kunnen slaan voor zijn domheid.
„Voorwaarts!” riep Baxter tot zijn beambten, „brengt de gevangenen terug!”
Toen de detectives het vertrek hadden verlaten, sprak Baxter tot vloo, terwijl
hij hem vertrouwelijk op den schouder klopte.
„Dat hebt gij best gedaan, Marholm. Ik moet mijzelf [32]gelukwenschen, dat
ik Raffles nog niet gevangen heb, want anders hadden die beide jongens mij
ontving?”
„Ja,” luidde het antwoord, „dit is het huis van Lord Melbourne. Gaat mee
naar boven, naar de studeerkamer, dan zal ik u bewijzen, dat de lord hier
woont.”
Zij traden de studeerkamer binnen. Het eerste, wat Baxter zag, was een
rijzweep, die in het midden van de kamer aan de gaskroon was opgehangen.
Hieraan was een groot stuk papier bevestigd. Marholm nam het eraf en las:
„Aan inspecteur Baxter, Scotland Yard.
„Als gij hier mocht komen om naar Lord Melbourne te zoeken, dan deel ik u mede, dat ik
zelf voor Lord Melbourne speelde.
„Ik deed dit om twee bedriegers van de ergste soort een flink pak slaag te geven.
„Daar ik heb vernomen, dat ook gij reden hebt om de kerels eens af te straffen, hang ik voor
dat doel de rijzweep hier op.
„Zeg verder tegen de schurken, dat zij zich voortaan moeten wachten om met Raffles te
beginnen. Voor een volgenden keer beloof ik hun nog een betere afstraffing.
„Groet Mr. Marholm, onder wiens naam ik de schelmen op glad ijs bracht.
Met de meeste hoogachting,
JOHN C. RAFFLES”
Mr. Röttger boorde zich de lange, spitse nagels in het vleesch, hij had
zichzelf wel kunnen slaan voor zijn domheid.
„Voorwaarts!” riep Baxter tot zijn beambten, „brengt de gevangenen terug!”
Toen de detectives het vertrek hadden verlaten, sprak Baxter tot vloo, terwijl
hij hem vertrouwelijk op den schouder klopte.
„Dat hebt gij best gedaan, Marholm. Ik moet mijzelf [32]gelukwenschen, dat
ik Raffles nog niet gevangen heb, want anders hadden die beide jongens mij
Page 97
uitgezogen.
„Ik zal er voortaan zorg voor dragen, dat Raffles mij niet in handen valt.”
„Om Gods wil,” sprak Marholm, „doe dat niet, want dan krijgt gij hem
stellig!”
„De Alarmkreet” verscheen den volgenden dag met de gewijzigde artikels,
tot groot vermaak van geheel Londen, welks bewoners reeds uit de
couranten hadden gelezen van het laatste sensatie-nieuws.
Het was het laatste nummer geweest van „De Alarmkreet”.
[Inhoud]
De volgende aflevering (No. 34) bevat:
De kamerheer van den koning van Servië. [33]
[Inhoud]
Belooning: 1000 pond sterling.
„Ik zal er voortaan zorg voor dragen, dat Raffles mij niet in handen valt.”
„Om Gods wil,” sprak Marholm, „doe dat niet, want dan krijgt gij hem
stellig!”
„De Alarmkreet” verscheen den volgenden dag met de gewijzigde artikels,
tot groot vermaak van geheel Londen, welks bewoners reeds uit de
couranten hadden gelezen van het laatste sensatie-nieuws.
Het was het laatste nummer geweest van „De Alarmkreet”.
[Inhoud]
De volgende aflevering (No. 34) bevat:
De kamerheer van den koning van Servië. [33]
[Inhoud]
Belooning: 1000 pond sterling.
Page 98
Wie heeft
Wie kent
hem
hem?
gezien?
Dat vraagt
Dat vraagt
men in
heel
Scotland
Londen!
Yard!
Lord Lister genaamd John C. Raffles, de geniaalste
aller dieven
brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en
geldschieters; ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij
belaagde onschuld beschermt en behoeftigen ondersteunt.
Man van eer in alle opzichten
spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van
edele levensbeschouwing op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn,
dat:
Wie kent
hem
hem?
gezien?
Dat vraagt
Dat vraagt
men in
heel
Scotland
Londen!
Yard!
Lord Lister genaamd John C. Raffles, de geniaalste
aller dieven
brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en
geldschieters; ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij
belaagde onschuld beschermt en behoeftigen ondersteunt.
Man van eer in alle opzichten
spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van
edele levensbeschouwing op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn,
dat:
Page 99
Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven
voortwoekeren.
Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, Lord Lister, genaamd John
C. Raffles, den geniaalsten aller dieven, te vatten!
[Inhoud]
Vertaling:
WARRANT OF
Bevel tot aanhouding.
ARREST.
Be it known unto all men by these presents Wij verzoeken de aanhouding van den man,
that we hereby charge and warrant the wiens beschrijving hier volgt:
apprehension of the man described as
under:
DESCRIPTION: Beschrijving:
Name: Lord Edward Lister, Naam: Lord Edward Lister,
alias John C. Raffles. genaamd John C.
Age: 32 to 35 years. Raffles.
Height: 5 feet nine inches. Leeftijd: 32–35 jaar.
We i g h t : 176 pounds. Lengte: ongeveer 1,76 meter.
Figure: Tall. Gewicht: 80 kilo.
C o m p l e x i o n : Dark. Gestalte: slank.
Hair: Black. G e l a a t s k l e u r : donker.
Beard: A slight moustache. Haar: zwart.
Eyes: Black. Baardgroei: kleine snor.
Language: English, French, Oogen: zwart.
German, Russian, etc. Spreekt Engelsch, Fransch,
Duitsch, Russisch enz.
enz.
S p e c i a l n o t e s : The man poses as a B ij z o n d e r e k e n t e e k e n e n : Het
gentleman of great distinction. Adopts a optreden van den man kenmerkt zich door
new role every other day. Wears an bijzonder goede manieren. Telkens een
eyeglass. Always accompanied by a young ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in
man—name unknown.
voortwoekeren.
Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, Lord Lister, genaamd John
C. Raffles, den geniaalsten aller dieven, te vatten!
[Inhoud]
Vertaling:
WARRANT OF
Bevel tot aanhouding.
ARREST.
Be it known unto all men by these presents Wij verzoeken de aanhouding van den man,
that we hereby charge and warrant the wiens beschrijving hier volgt:
apprehension of the man described as
under:
DESCRIPTION: Beschrijving:
Name: Lord Edward Lister, Naam: Lord Edward Lister,
alias John C. Raffles. genaamd John C.
Age: 32 to 35 years. Raffles.
Height: 5 feet nine inches. Leeftijd: 32–35 jaar.
We i g h t : 176 pounds. Lengte: ongeveer 1,76 meter.
Figure: Tall. Gewicht: 80 kilo.
C o m p l e x i o n : Dark. Gestalte: slank.
Hair: Black. G e l a a t s k l e u r : donker.
Beard: A slight moustache. Haar: zwart.
Eyes: Black. Baardgroei: kleine snor.
Language: English, French, Oogen: zwart.
German, Russian, etc. Spreekt Engelsch, Fransch,
Duitsch, Russisch enz.
enz.
S p e c i a l n o t e s : The man poses as a B ij z o n d e r e k e n t e e k e n e n : Het
gentleman of great distinction. Adopts a optreden van den man kenmerkt zich door
new role every other day. Wears an bijzonder goede manieren. Telkens een
eyeglass. Always accompanied by a young ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in
man—name unknown.
Page 100
gezelschap van een jongeman, wiens naam
onbekend.
Charged with robbery. Moet worden aangehouden als dief. Voor
zijn aanhouding betalen wij een prijs van
A reward of 1000 pounds sterling will be 1000 pond sterling.
paid for the arrest of this man.
Headquarters—Scotland Yard. Het Hoofdbureau van Politie Scotland
Yard.
L o n d o n , 1st October 1908.
L o n d e n , 1. October 1908.
Police Inspector,
H o r n y. Inspecteur van Politie
(get.) H o r n y .
[Inhoud]
Roman-Boekhandel voorheen A. Eichler
Singel 236—Amsterdam.
onbekend.
Charged with robbery. Moet worden aangehouden als dief. Voor
zijn aanhouding betalen wij een prijs van
A reward of 1000 pounds sterling will be 1000 pond sterling.
paid for the arrest of this man.
Headquarters—Scotland Yard. Het Hoofdbureau van Politie Scotland
Yard.
L o n d o n , 1st October 1908.
L o n d e n , 1. October 1908.
Police Inspector,
H o r n y. Inspecteur van Politie
(get.) H o r n y .
[Inhoud]
Roman-Boekhandel voorheen A. Eichler
Singel 236—Amsterdam.
Page 101
Inhoudsopgave
I. DE REDACTIE. 1
II. IN SCOTLAND YARD. 9
III. DE MOEDERMOORDENAAR. 16
IV. EEN HEILZAME LES. 19
V. EEN BEZOEK AAN DE ALARMKREET. 25
VI. DE VAL. 29
I. DE REDACTIE. 1
II. IN SCOTLAND YARD. 9
III. DE MOEDERMOORDENAAR. 16
IV. EEN HEILZAME LES. 19
V. EEN BEZOEK AAN DE ALARMKREET. 25
VI. DE VAL. 29
Page 102
Colofon
Codering
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden
aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon
aan het einde van dit boek.
Documentgeschiedenis
2025-08-28 Begonnen.
Verbeteringen
De volgende 148 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:
Bladzijde Bron Verbetering Bewerkingsafstand
Passim. [Niet in
bron] „ 1
7, 11, 20 [Niet in
bron] ” 1
7, 20, 30 Allright All right 1
11 , . Hij 5
14, 19 [Niet in
bron] , 1
15, 16 „ [Verwijderd] 1
15 ” [Verwijderd] 1
18 Melbourn Melbourne 1
19 Augiastallen Augiasstallen 1
26 Kiker Kicker 1
33 Sinclair Raffles 7
33 [Niet in
bron] . 1
Codering
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden
aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon
aan het einde van dit boek.
Documentgeschiedenis
2025-08-28 Begonnen.
Verbeteringen
De volgende 148 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:
Bladzijde Bron Verbetering Bewerkingsafstand
Passim. [Niet in
bron] „ 1
7, 11, 20 [Niet in
bron] ” 1
7, 20, 30 Allright All right 1
11 , . Hij 5
14, 19 [Niet in
bron] , 1
15, 16 „ [Verwijderd] 1
15 ” [Verwijderd] 1
18 Melbourn Melbourne 1
19 Augiastallen Augiasstallen 1
26 Kiker Kicker 1
33 Sinclair Raffles 7
33 [Niet in
bron] . 1
Page 103
33 Scotland- Scotland
Yard Yard 1
33 Oktober October 1
33 Inspekteur Inspecteur 1
Yard Yard 1
33 Oktober October 1
33 Inspekteur Inspecteur 1
Page 104
*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO.
0033: DE ALARMKREET ***
Updated editions will replace the previous one—the old editions will
be renamed.
Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
law means that no one owns a United States copyright in these works,
so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
States without permission and without paying copyright royalties.
Special rules, set forth in the General Terms of Use part of this license,
apply to copying and distributing Project Gutenberg™ electronic
works to protect the PROJECT GUTENBERG™ concept and
trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, and may not
be used if you charge for an eBook, except by following the terms of
the trademark license, including paying royalties for use of the Project
Gutenberg trademark. If you do not charge anything for copies of this
eBook, complying with the trademark license is very easy. You may
use this eBook for nearly any purpose such as creation of derivative
works, reports, performances and research. Project Gutenberg eBooks
may be modified and printed and given away—you may do practically
ANYTHING in the United States with eBooks not protected by U.S.
copyright law. Redistribution is subject to the trademark license,
especially commercial redistribution.
START: FULL LICENSE
0033: DE ALARMKREET ***
Updated editions will replace the previous one—the old editions will
be renamed.
Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
law means that no one owns a United States copyright in these works,
so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
States without permission and without paying copyright royalties.
Special rules, set forth in the General Terms of Use part of this license,
apply to copying and distributing Project Gutenberg™ electronic
works to protect the PROJECT GUTENBERG™ concept and
trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, and may not
be used if you charge for an eBook, except by following the terms of
the trademark license, including paying royalties for use of the Project
Gutenberg trademark. If you do not charge anything for copies of this
eBook, complying with the trademark license is very easy. You may
use this eBook for nearly any purpose such as creation of derivative
works, reports, performances and research. Project Gutenberg eBooks
may be modified and printed and given away—you may do practically
ANYTHING in the United States with eBooks not protected by U.S.
copyright law. Redistribution is subject to the trademark license,
especially commercial redistribution.
START: FULL LICENSE
Page 105
THE FULL PROJECT GUTENBERG™ LICENSE
PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free
distribution of electronic works, by using or distributing this work (or
any other work associated in any way with the phrase “Project
Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full Project
Gutenberg License available with this file or online at
www.gutenberg.org/license.
Section 1. General Terms of Use and Redistributing
Project Gutenberg electronic works
1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg electronic
work, you indicate that you have read, understand, agree to and accept
all the terms of this license and intellectual property
(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
all copies of Project Gutenberg electronic works in your possession. If
you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project Gutenberg
electronic work and you do not agree to be bound by the terms of this
agreement, you may obtain a refund from the person or entity to whom
you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be
used on or associated in any way with an electronic work by people
who agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
things that you can do with most Project Gutenberg electronic works
even without complying with the full terms of this agreement. See
paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
Gutenberg electronic works if you follow the terms of this agreement
PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free
distribution of electronic works, by using or distributing this work (or
any other work associated in any way with the phrase “Project
Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full Project
Gutenberg License available with this file or online at
www.gutenberg.org/license.
Section 1. General Terms of Use and Redistributing
Project Gutenberg electronic works
1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg electronic
work, you indicate that you have read, understand, agree to and accept
all the terms of this license and intellectual property
(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
all copies of Project Gutenberg electronic works in your possession. If
you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project Gutenberg
electronic work and you do not agree to be bound by the terms of this
agreement, you may obtain a refund from the person or entity to whom
you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be
used on or associated in any way with an electronic work by people
who agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
things that you can do with most Project Gutenberg electronic works
even without complying with the full terms of this agreement. See
paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
Gutenberg electronic works if you follow the terms of this agreement
Page 106
and help preserve free future access to Project Gutenberg electronic
works. See paragraph 1.E below.
1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the
Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the
collection of Project Gutenberg electronic works. Nearly all the
individual works in the collection are in the public domain in the
United States. If an individual work is unprotected by copyright law in
the United States and you are located in the United States, we do not
claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
displaying or creating derivative works based on the work as long as
all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
that you will support the Project Gutenberg mission of promoting free
access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg works
in compliance with the terms of this agreement for keeping the Project
Gutenberg name associated with the work. You can easily comply with
the terms of this agreement by keeping this work in the same format
with its attached full Project Gutenberg License when you share it
without charge with others.
1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
in a constant state of change. If you are outside the United States,
check the laws of your country in addition to the terms of this
agreement before downloading, copying, displaying, performing,
distributing or creating derivative works based on this work or any
other Project Gutenberg work. The Foundation makes no
representations concerning the copyright status of any work in any
country other than the United States.
1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
access to, the full Project Gutenberg License must appear prominently
works. See paragraph 1.E below.
1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the
Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the
collection of Project Gutenberg electronic works. Nearly all the
individual works in the collection are in the public domain in the
United States. If an individual work is unprotected by copyright law in
the United States and you are located in the United States, we do not
claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
displaying or creating derivative works based on the work as long as
all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
that you will support the Project Gutenberg mission of promoting free
access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg works
in compliance with the terms of this agreement for keeping the Project
Gutenberg name associated with the work. You can easily comply with
the terms of this agreement by keeping this work in the same format
with its attached full Project Gutenberg License when you share it
without charge with others.
1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
in a constant state of change. If you are outside the United States,
check the laws of your country in addition to the terms of this
agreement before downloading, copying, displaying, performing,
distributing or creating derivative works based on this work or any
other Project Gutenberg work. The Foundation makes no
representations concerning the copyright status of any work in any
country other than the United States.
1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
access to, the full Project Gutenberg License must appear prominently
Page 107
whenever any copy of a Project Gutenberg work (any work on which
the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the phrase
“Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, performed,
viewed, copied or distributed:
This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other
parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may
copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg™ License
included with this eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
United States, you will have to check the laws of the country where you are located
before using this eBook.
1.E.2. If an individual Project Gutenberg electronic work is derived
from texts not protected by U.S. copyright law (does not contain a
notice indicating that it is posted with permission of the copyright
holder), the work can be copied and distributed to anyone in the United
States without paying any fees or charges. If you are redistributing or
providing access to a work with the phrase “Project Gutenberg”
associated with or appearing on the work, you must comply either with
the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or obtain
permission for the use of the work and the Project Gutenberg
trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
1.E.3. If an individual Project Gutenberg electronic work is posted
with the permission of the copyright holder, your use and distribution
must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
will be linked to the Project Gutenberg License for all works posted
with the permission of the copyright holder found at the beginning of
this work.
1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg
License terms from this work, or any files containing a part of this
work or any other work associated with Project Gutenberg.
the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the phrase
“Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, performed,
viewed, copied or distributed:
This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other
parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may
copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg™ License
included with this eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
United States, you will have to check the laws of the country where you are located
before using this eBook.
1.E.2. If an individual Project Gutenberg electronic work is derived
from texts not protected by U.S. copyright law (does not contain a
notice indicating that it is posted with permission of the copyright
holder), the work can be copied and distributed to anyone in the United
States without paying any fees or charges. If you are redistributing or
providing access to a work with the phrase “Project Gutenberg”
associated with or appearing on the work, you must comply either with
the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or obtain
permission for the use of the work and the Project Gutenberg
trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
1.E.3. If an individual Project Gutenberg electronic work is posted
with the permission of the copyright holder, your use and distribution
must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
will be linked to the Project Gutenberg License for all works posted
with the permission of the copyright holder found at the beginning of
this work.
1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg
License terms from this work, or any files containing a part of this
work or any other work associated with Project Gutenberg.
Page 108
1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
electronic work, or any part of this electronic work, without
prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
active links or immediate access to the full terms of the Project
Gutenberg License.
1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
any word processing or hypertext form. However, if you provide
access to or distribute copies of a Project Gutenberg work in a format
other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official
version posted on the official Project Gutenberg website
(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means of
obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain
Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the
full Project Gutenberg License as specified in paragraph 1.E.1.
1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
performing, copying or distributing any Project Gutenberg works
unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
access to or distributing Project Gutenberg electronic works provided
that:
• You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from the
use of Project Gutenberg works calculated using the method you
already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed to the
owner of the Project Gutenberg trademark, but he has agreed to donate
royalties under this paragraph to the Project Gutenberg Literary
Archive Foundation. Royalty payments must be paid within 60 days
following each date on which you prepare (or are legally required to
prepare) your periodic tax returns. Royalty payments should be clearly
marked as such and sent to the Project Gutenberg Literary Archive
electronic work, or any part of this electronic work, without
prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
active links or immediate access to the full terms of the Project
Gutenberg License.
1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
any word processing or hypertext form. However, if you provide
access to or distribute copies of a Project Gutenberg work in a format
other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official
version posted on the official Project Gutenberg website
(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means of
obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain
Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the
full Project Gutenberg License as specified in paragraph 1.E.1.
1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
performing, copying or distributing any Project Gutenberg works
unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
access to or distributing Project Gutenberg electronic works provided
that:
• You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from the
use of Project Gutenberg works calculated using the method you
already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed to the
owner of the Project Gutenberg trademark, but he has agreed to donate
royalties under this paragraph to the Project Gutenberg Literary
Archive Foundation. Royalty payments must be paid within 60 days
following each date on which you prepare (or are legally required to
prepare) your periodic tax returns. Royalty payments should be clearly
marked as such and sent to the Project Gutenberg Literary Archive
Page 109
Foundation at the address specified in Section 4, “Information about
donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation.”
• You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he does
not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ License. You
must require such a user to return or destroy all copies of the works
possessed in a physical medium and discontinue all use of and all
access to other copies of Project Gutenberg™ works.
• You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
receipt of the work.
• You comply with all other terms of this agreement for free distribution
of Project Gutenberg™ works.
1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg™
electronic work or group of works on different terms than are set forth
in this agreement, you must obtain permission in writing from the
Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of the
Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set forth in
Section 3 below.
1.F.
1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend
considerable effort to identify, do copyright research on, transcribe and
proofread works not protected by U.S. copyright law in creating the
Project Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project
Gutenberg™ electronic works, and the medium on which they may be
stored, may contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete,
inaccurate or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation.”
• You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he does
not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ License. You
must require such a user to return or destroy all copies of the works
possessed in a physical medium and discontinue all use of and all
access to other copies of Project Gutenberg™ works.
• You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
receipt of the work.
• You comply with all other terms of this agreement for free distribution
of Project Gutenberg™ works.
1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg™
electronic work or group of works on different terms than are set forth
in this agreement, you must obtain permission in writing from the
Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of the
Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set forth in
Section 3 below.
1.F.
1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend
considerable effort to identify, do copyright research on, transcribe and
proofread works not protected by U.S. copyright law in creating the
Project Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project
Gutenberg™ electronic works, and the medium on which they may be
stored, may contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete,
inaccurate or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
Page 110
other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
cannot be read by your equipment.
1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES -
Except for the “Right of Replacement or Refund” described in
paragraph 1.F.3, the Project Gutenberg Literary Archive Foundation,
the owner of the Project Gutenberg™ trademark, and any other party
distributing a Project Gutenberg™ electronic work under this
agreement, disclaim all liability to you for damages, costs and
expenses, including legal fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO
REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT LIABILITY, BREACH
OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE
FOUNDATION, THE TRADEMARK OWNER, AND ANY
DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT,
CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR INCIDENTAL DAMAGES
EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
DAMAGE.
1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you
discover a defect in this electronic work within 90 days of receiving it,
you can receive a refund of the money (if any) you paid for it by
sending a written explanation to the person you received the work
from. If you received the work on a physical medium, you must return
the medium with your written explanation. The person or entity that
provided you with the defective work may elect to provide a
replacement copy in lieu of a refund. If you received the work
electronically, the person or entity providing it to you may choose to
give you a second opportunity to receive the work electronically in lieu
of a refund. If the second copy is also defective, you may demand a
refund in writing without further opportunities to fix the problem.
cannot be read by your equipment.
1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES -
Except for the “Right of Replacement or Refund” described in
paragraph 1.F.3, the Project Gutenberg Literary Archive Foundation,
the owner of the Project Gutenberg™ trademark, and any other party
distributing a Project Gutenberg™ electronic work under this
agreement, disclaim all liability to you for damages, costs and
expenses, including legal fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO
REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT LIABILITY, BREACH
OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE
FOUNDATION, THE TRADEMARK OWNER, AND ANY
DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT,
CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR INCIDENTAL DAMAGES
EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
DAMAGE.
1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you
discover a defect in this electronic work within 90 days of receiving it,
you can receive a refund of the money (if any) you paid for it by
sending a written explanation to the person you received the work
from. If you received the work on a physical medium, you must return
the medium with your written explanation. The person or entity that
provided you with the defective work may elect to provide a
replacement copy in lieu of a refund. If you received the work
electronically, the person or entity providing it to you may choose to
give you a second opportunity to receive the work electronically in lieu
of a refund. If the second copy is also defective, you may demand a
refund in writing without further opportunities to fix the problem.
Page 111
1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth in
paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO
OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED,
INCLUDING BUT NOT LIMITED TO WARRANTIES OF
MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. If
any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the law
of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the
Foundation, the trademark owner, any agent or employee of the
Foundation, anyone providing copies of Project Gutenberg™
electronic works in accordance with this agreement, and any
volunteers associated with the production, promotion and distribution
of Project Gutenberg™ electronic works, harmless from all liability,
costs and expenses, including legal fees, that arise directly or indirectly
from any of the following which you do or cause to occur: (a)
distribution of this or any Project Gutenberg work, (b) alteration,
modification, or additions or deletions to any Project Gutenberg work,
and (c) any Defect you cause.
Section 2. Information about the Mission of Project
Gutenberg
Project Gutenberg is synonymous with the free distribution of
electronic works in formats readable by the widest variety of
computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO
OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED,
INCLUDING BUT NOT LIMITED TO WARRANTIES OF
MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. If
any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the law
of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the
Foundation, the trademark owner, any agent or employee of the
Foundation, anyone providing copies of Project Gutenberg™
electronic works in accordance with this agreement, and any
volunteers associated with the production, promotion and distribution
of Project Gutenberg™ electronic works, harmless from all liability,
costs and expenses, including legal fees, that arise directly or indirectly
from any of the following which you do or cause to occur: (a)
distribution of this or any Project Gutenberg work, (b) alteration,
modification, or additions or deletions to any Project Gutenberg work,
and (c) any Defect you cause.
Section 2. Information about the Mission of Project
Gutenberg
Project Gutenberg is synonymous with the free distribution of
electronic works in formats readable by the widest variety of
computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
Page 112
exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
from people in all walks of life.
Volunteers and financial support to provide volunteers with the
assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg’s goals
and ensuring that the Project Gutenberg collection will remain freely
available for generations to come. In 2001, the Project Gutenberg
Literary Archive Foundation was created to provide a secure and
permanent future for Project Gutenberg and future generations. To
learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 and
the Foundation information page at www.gutenberg.org.
Section 3. Information about the Project Gutenberg
Literary Archive Foundation
The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the state
of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal Revenue
Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification number is
64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary Archive
Foundation are tax deductible to the full extent permitted by U.S.
federal laws and your state’s laws.
The Foundation’s business office is located at 41 Watchung Plaza
#516, Montclair NJ 07042, USA, +1 (862) 621-9288. Email contact
links and up to date contact information can be found at the
Foundation’s website and official page at www.gutenberg.org/contact
Section 4. Information about Donations to the Project
Gutenberg Literary Archive Foundation
Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without
widespread public support and donations to carry out its mission of
from people in all walks of life.
Volunteers and financial support to provide volunteers with the
assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg’s goals
and ensuring that the Project Gutenberg collection will remain freely
available for generations to come. In 2001, the Project Gutenberg
Literary Archive Foundation was created to provide a secure and
permanent future for Project Gutenberg and future generations. To
learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 and
the Foundation information page at www.gutenberg.org.
Section 3. Information about the Project Gutenberg
Literary Archive Foundation
The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the state
of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal Revenue
Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification number is
64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary Archive
Foundation are tax deductible to the full extent permitted by U.S.
federal laws and your state’s laws.
The Foundation’s business office is located at 41 Watchung Plaza
#516, Montclair NJ 07042, USA, +1 (862) 621-9288. Email contact
links and up to date contact information can be found at the
Foundation’s website and official page at www.gutenberg.org/contact
Section 4. Information about Donations to the Project
Gutenberg Literary Archive Foundation
Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without
widespread public support and donations to carry out its mission of
Page 113
increasing the number of public domain and licensed works that can be
freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
array of equipment including outdated equipment. Many small
donations ($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax
exempt status with the IRS.
The Foundation is committed to complying with the laws regulating
charities and charitable donations in all 50 states of the United States.
Compliance requirements are not uniform and it takes a considerable
effort, much paperwork and many fees to meet and keep up with these
requirements. We do not solicit donations in locations where we have
not received written confirmation of compliance. To SEND
DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
state visit www.gutenberg.org/donate.
While we cannot and do not solicit contributions from states where we
have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
against accepting unsolicited donations from donors in such states who
approach us with offers to donate.
International donations are gratefully accepted, but we cannot make
any statements concerning tax treatment of donations received from
outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
ways including checks, online payments and credit card donations. To
donate, please visit: www.gutenberg.org/donate.
Section 5. General Information About Project Gutenberg
electronic works
Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg
concept of a library of electronic works that could be freely shared
freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
array of equipment including outdated equipment. Many small
donations ($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax
exempt status with the IRS.
The Foundation is committed to complying with the laws regulating
charities and charitable donations in all 50 states of the United States.
Compliance requirements are not uniform and it takes a considerable
effort, much paperwork and many fees to meet and keep up with these
requirements. We do not solicit donations in locations where we have
not received written confirmation of compliance. To SEND
DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
state visit www.gutenberg.org/donate.
While we cannot and do not solicit contributions from states where we
have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
against accepting unsolicited donations from donors in such states who
approach us with offers to donate.
International donations are gratefully accepted, but we cannot make
any statements concerning tax treatment of donations received from
outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
ways including checks, online payments and credit card donations. To
donate, please visit: www.gutenberg.org/donate.
Section 5. General Information About Project Gutenberg
electronic works
Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg
concept of a library of electronic works that could be freely shared
Page 114
with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
Gutenberg eBooks with only a loose network of volunteer support.
Project Gutenberg eBooks are often created from several printed
editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
edition.
Most people start at our website which has the main PG search facility:
www.gutenberg.org.
This website includes information about Project Gutenberg, including
how to make donations to the Project Gutenberg Literary Archive
Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
Gutenberg eBooks with only a loose network of volunteer support.
Project Gutenberg eBooks are often created from several printed
editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
edition.
Most people start at our website which has the main PG search facility:
www.gutenberg.org.
This website includes information about Project Gutenberg, including
how to make donations to the Project Gutenberg Literary Archive
Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.